Naar de inhoud
Uitspraken Annet Bertram, 9 sep
Plenair debat · woensdag 9 september 2026

Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met de implementatie van de herziening van de richtlijn luchtkwaliteit (36879)

Annet Bertram staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Dank u wel, voorzitter. Vandaag hebben we het over de herziene EU-richtlijn luchtkwaliteit. We hebben het ook over via welk proces — daar gingen ook een hoop vragen over — we tot deze aanpassing zijn gekomen en wat er eigenlijk nog gaat komen. Ik wil in mijn inleiding vooral even ingaan op wat dit voor ons betekent en waarom dit van belang is, maar ook op wat het proces is. Ik denk dat ik daarmee ook al een aantal vragen vanuit de Kamer kan beantwoorden. Dan denk ik dat ik dan nog een paar wat preciezere vragen over heb, bijvoorbeeld over de supersites et cetera, maar die doe ik op het laatst. Schone lucht. Ik kan u allen verzekeren dat dit ook voor het kabinet enorm belangrijk is, want wie is er nou niet voor schone lucht? Dat is volgens mij geen obligate opmerking. Ik denk dat het een plicht is voor ons allen om daar zo ver mogelijk mee te komen, want schone lucht betekent betere gezondheid. Ik weet nog dat ik een gesprek had met een deel van het burgerberaad. Daar zaten zowel mensen in vanuit de linkerkant als vanuit de rechterkant, zoals we ook hier in de Kamer zitten. Eigenlijk vroeg ik hun: hoe ben je nou tot een slotsom gekomen waar je het samen over eens kunt worden? Toen zeiden ze: door na te denken over wat ons bindt, en dat is gezondheid. Gezondheid is dus iets wat ons politiek, waar je ook zit in de Kamer, bindt en waar we ons best voor willen doen. Dat geldt ook voor het kabinet. Ik wil daarbij twee dingen benadrukken. Schone lucht komt inderdaad niet alleen vanuit Nederland, en vieze lucht dus ook niet. Dat betekent dus ook dat het heel belangrijk is dat we dat met deze Europese richtlijn echt gezamenlijk doen. Als je dat niet samen doet, betekent dat uiteindelijk dat je minder effect bereikt, juist voor onze burgers. Dat is een reden voor het kabinet om niet alleen maar "het moet van Brussel" te zeggen — dat is zo makkelijk — maar om te denken: dit is wel van belang. Als je dat niet gezamenlijk doet … Vieze lucht stopt niet bij onze grenzen, dus we moeten dat ook wel gezamenlijk doen. Tegelijkertijd geeft dat ook een level playing field. Bedrijven weten waar ze aan toe zijn en instellingen weten waar ze aan toe zijn. Voor het kabinet is dat net zo van belang als het strijden voor schone lucht. Het goede nieuws is — dat is door verschillenden van u gezegd, en zeker ook in verschillende bijdragen — dat we de huidige normen overal in Nederland halen. De lucht is serieus veel schoner geworden. De heer Bikkers zei het, maar anderen hebben het ook gezegd: als je kijkt naar hoe onze luchtkwaliteit ervoor staat, dan kun je niet zeggen dat het niet deugt. Nee, we gaan inderdaad de goede kant op. Ik geef gelijk aan mevrouw Vellinga mee dat het Schone Lucht Akkoord heel belangrijk is geweest. Je ziet dat je een heel eind komt als je als bestuurders de handen ineenslaat. Zo is bijvoorbeeld de uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof tussen 2005 en 2025 gehalveerd. Dat is, denk ik, serieus een belangrijk resultaat voor onze burgers en dus ook voor onszelf. Waarom kunnen we niet achteroverleunen? Eén. Het is belangrijk genoeg. Twee. We hebben een Europese richtlijn. We hebben tegen elkaar gezegd dat ook deze Europese richtlijn uiteindelijk gezamenlijk is bediscussieerd in het Europees Parlement. We hebben ook terugkoppeling gekregen via de verschillende fiches. We hebben tegen elkaar gezegd dat het belangrijk is dat we nog een volgende stap zetten. Dat is eigenlijk precies waar het nu om gaat. Ik wil ook tegen mevrouw Zalinyan zeggen dat ik het belangrijk vind dat we de stap zetten naar de Europese richtlijn. We weten dat we voor 2050 gezegd hebben: zero pollution. Dat duurt nog een hele tijd, maar dat zijn wat mij betreft de verschillende stadia waarop wij gaan inzetten. Dat is ook de inzet van het kabinet. Wat ligt er nu voor? Ik vind het belangrijk om dit te benadrukken: we zitten eigenlijk in de eerste fase. Ik zou het volgende ook tegen de heer Jansen willen zeggen. Op dit moment betekenen de voorstellen die het kabinet hier bij u neergelegd heeft, een strikte toepassing. Als je dat doet, betekent dat dat je nog niet aan de beleidsrijke voorstellen toe bent gekomen, maar dat je het op die manier mogelijk maakt dat de Europese richtlijn wordt geïmplementeerd. Het is dus belangrijk om met elkaar vast te stellen dat het als je dit technische stuk doet, niet nodig is om adviezen in te winnen. We hebben dat echt strikt gedaan en het is niet meer en niet minder dan het technisch zorgen dat; de heer Bikkers wees daar ook op. Dat betekent dat we nog een heel belangrijk debat met elkaar te gaan hebben. Dat is het debat over fase 2, want dan komt ook de onderliggende beleidsarme AMvB. Dan krijg je een AMvB die beleidsrijk is. "Beleidsrijk" betekent dat we het moeten hebben over de toetsdrempels, want de toetsdrempels bepalen natuurlijk voor een belangrijk deel wanneer er extra plannen gemaakt moeten worden en wat bestuurders dan ook mogelijkerwijs nog extra moeten doen. Daar gaan we in het najaar mee beginnen. Dus wat we nu doen is de basis leggen, en wat we vanaf het najaar gaan doen — dan komt ook de discussie met uw Kamer — is kijken hoe dat beleidsrijke programma eruitziet en welke consequenties dat heeft. Ik zou daar eigenlijk twee dingen bij willen zeggen. Ik denk dat dat ook voor de heer Russcher van belang is. Die wees daarop, maar verscheidene van u hebben daarop gewezen. Het gaat om de vraag: wat gaat u dan met die procedure doen? Dat gaat twee dingen betekenen. Als we met die beleidsrijke algemene maatregel van bestuur komen, kan ik de procedurele waarborgen garanderen. Dat betekent uitvoeringstoetsen, internetconsulatie en voorhang bij de Kamer. Dat start dus in het najaar. Dan brengen we ook — ik vind dat u dat van mij mag verwachten — de consequenties in kaart van de implementatie van de Europese richtlijn en dus ook van de keuzes die we dan gezamenlijk moeten maken, waaronder die toetsdrempels. Het is belangrijk om dat te doen, omdat het een beleidsrijke AMvB is. Dat betekent dat er naast de toetsdrempels ook een impactanalyse op de woningbouw moet worden gedaan, want — daar moeten we ook eerlijk in zijn — het kan consequenties hebben voor de woningbouw en dat wil je weten. Dat wil je snel weten, want als je ziet dat het consequenties heeft, dan moet je die gaan mitigeren. Daar heb je dus echt ook die procedure voor nodig en daar heb je de tijd voor nodig. We moeten aandachtsgebieden gaan benoemen waar je misschien verzwaard moet monitoren. Het RIVM heeft nog een aantal onderzoeken die belangrijk zijn om erbij te betrekken. Het is ook de start van een onderzoek naar een passend maatregelenpakket, om te kijken wat voor ondersteuning je nu eigenlijk nodig hebt voor bestuurders. Kortom, er komt een beleidsrijke AMvB. Die doorloopt de normale procedure. Dat betekent dat u dan ook van mij mag verwachten dat ik u via die onderzoeken en die impactanalyses kan meenemen in de consequenties van die AMvB. En dan komt denk ik het laatste. Daar wees de heer Bikkers op, net als de heer Russcher en de heer Jansen. Dat betekent dat je het ook moet hebben over de mitigerende maatregelen. "Mitigerende maatregelen" betekent: ja, we willen echt gaan voor gezondheid, en tegelijkertijd moet je weten wat de impact is op bijvoorbeeld de woningbouw en misschien ook wel op de veehouderij en op de industrie. Dat zijn zorgen die het lokaal bestuur inmiddels natuurlijk ook heeft meegegeven. Als je weet dat dit eraan zit te komen, dan wil je namelijk ook weten wat je te doen staat. Dus we hebben gezegd: beleidsrijk betekent de normale procedure door, dat betekent inzichtelijk maken wat de consequenties zijn en dat betekent ook dat je inzichtelijk moet maken wat dan de mitigerende maatregelen zijn die je nodig hebt daar waar je de consequenties te groot vindt. Stel dat je rondom de woningbouw zou zeggen: ja, weet je, dit heeft wel een grote consequentie. Dat moeten we eerst vaststellen, maar dan vind ik dat ik met het kabinet moet aangeven welke mitigerende maatregelen er nodig zijn. Tot slot — en dan kom ik op de vragen — zou ik op de vraag of we hier heel somber over moeten zijn, willen zeggen: ik denk het niet. Ik denk dat we het wel heel serieus moeten doen. Ik denk dat we het ook met de medeoverheden heel serieus moeten doen. Maar als je kijkt naar hoe hard de elektrificatie gaat, naar de schonere machines die worden ingezet in de bouw, naar het elektrificeren van schepen en naar het stikstofprogramma dat het kabinet aan het inzetten is, dan zie je dat de verwachting is, ook van partijen die deskundig zijn op dit terrein, dat je niet hoeft te denken dat het echt heel ingewikkeld wordt, maar dat je wel waakzaam moet zijn. Dat is ook precies wat ik wil doen. Ik wil dus geen somberheid uitstralen. Ik denk dat je met al die maatregelen een eind komt. Tegelijkertijd is het niet de bedoeling — dat wil ik gelijk ook tegen de heer Bikkers zeggen, en de heer Jansen vroeg er natuurlijk ook naar — dat wij gaan werken met nog weer een kop op die Europese richtlijn. We hebben gezegd: het gaat om de implementatie van die Europese richtlijn. Als je kijkt naar wat er in de Europese richtlijn staat, wat het streven is en wat de streefwaarden en de grenswaarden zijn, dan zie je dat het echt weer een fikse stap voorwaarts betekent. Tegelijkertijd betekent het ook dat je oog moet hebben voor de consequenties en dat we gezamenlijk zo goed mogelijk moeten proberen om die consequenties te mitigeren, daar waar wij gezamenlijk zouden zeggen: dit vinden wij lastig te dragen. Voorzitter. Ik heb nog een aantal vragen gekregen. De eerste vraag van de heer Russcher was: hoeveel gezondheidswinst en hoeveel gezonde levensjaren levert dit eigenlijk op? Ik kan ervan zeggen dat luchtvervuiling uiteraard echt serieuze consequenties voor de gezondheid van mensen kan hebben. Dat is ook al gezegd in het debat. We zetten met die EU-richtlijn een ambitieuze, maar ook haalbare stap. We gaan richting 2050 op stap naar het voldoen aan de WHO-normen en zero pollution. In de tussenliggende periode wil ik het volgende doen. Ik heb u gezegd dat er een impactanalyse komt. Daarin gaan puzzelstukjes naast elkaar komen. Eén daarvan is een concretisering van wat die gezondheidswinst is, zodat precies die afweging kan worden gemaakt. Ik kan u dus toezeggen dat die analyse ten grondslag ligt aan de verschillende stappen die we zetten in de volgende fase richting die beleidsrijke AMvB. De heer Russcher vroeg ook naar de effecten op de woningbouw. Dat is precies wat ik net zei: we nemen het mee in de effecten. Dat betekent dat we dat uiteraard ook met het ministerie van VRO doen, omdat we ook met hen willen beoordelen wat voor betekenis dit nou zou kunnen hebben, welke mitigerende maatregelen er zijn en wat er misschien in de tussentijd eigenlijk ook al gebeurd is. Het is namelijk geen statisch verhaal. Er komen ook extra maatregelen. De heer Jansen vroeg: kan je nou voorkomen dat je met de nieuwe normen de bedrijven stillegt? Ik zou hem willen meegeven dat de analyses van het RIVM laten zien — dat zei ik net al — dat we al een heel eind op weg zijn met de normen voor 2030, maar dat we tegelijkertijd ook oog moeten hebben voor de eventuele effecten. Ook dit wordt dus meegenomen in de volgende fase op weg naar de beleidsrijke AMvB. Voorzitter. De heer Russcher vroeg: hoe zit het met de bedrijven rond de Maasvlakte, IJmond en Schiphol? Krijgen die nog meer bemoeizucht? Krijgen die het nog lastiger? Ook tegen hem zou ik willen zeggen: wij gaan ervan uit dat je een heel eind komt met de maatregelen die nu al genomen worden. Maar ook daarvan zeg ik: in fase 2 ga ik samen met de decentrale overheden verkennen wat de implicaties zouden kunnen zijn en welke maatregelen je zou kunnen nemen. Dan was er nog de vraag van de heer Russcher, en ook van de heer Jansen, wat dat voor de landbouwsector betekent. Uiteraard heb ik hier contact over met mijn collega van LVVN. We vinden het belangrijk om dit ook in fase 2 mee te nemen, om de impact mee te nemen en uiteraard ook te bekijken wat het stikstofpakket al doet. Wij verwachten namelijk dat dat laatste echt wel een grote impact heeft en dat dat betekent dat het met de mitigerende maatregelen misschien reuze meevalt. Desalniettemin is het belangrijk om ervoor te zorgen dat we alle sectoren die ik net benoemd heb, meenemen in de analyse die we aan het uitzetten zijn. Dan was er een vraag over het geld, altijd meer dan belangrijk: "Er is geen euro gereserveerd, dus hoe moet dat nu?" Dat is wat mij betreft ook de slotsom van die analyse. Want, één, we moeten met z'n allen bepalen wat die beleidsrijke AMvB is en we moeten bepalen wat de consequenties zijn en in eerste instantie wat de gezondheidswinst is. Twee. Wat zijn de implicaties en zijn er aanvullende maatregelen nodig? Wat betekent dat vervolgens — ik kom zo bij de vragen van mevrouw Vellinga — voor het VTH-stelsel, dus voor wat overheden moeten doen? Dat betekent echter dat je het onderaan de streep moet hebben over de vraag of het inderdaad financiële consequenties met zich meebrengt of dat het te plooien valt binnen de bevoegdheden, de ambities en ook al de taken van partijen; daartoe zijn we ook wel verplicht, want we hebben ook met de VNG en met het IPO de overeenkomst dat we altijd inzichtelijk moeten maken wat de effecten kunnen zijn. Wat mij betreft is dat de slotsom van de analyse die we gaan doen. Mevrouw Vellinga vroeg naar de EU-richtlijn en het Schone Lucht Akkoord. Ik zou tegen mevrouw Vellinga willen zeggen dat van de verschillende waarden van het Schone Lucht Akkoord en de Europese richtlijn er eigenlijk twee hetzelfde zijn, maar dat met name de waarde van de NO2 echt minder moet worden. Dat is dus ook de opgave die we met z'n allen hebben. Tegelijkertijd is er bij de richtlijn natuurlijk ook de afspraak dat je op het punt van de grenswaarden die moeten worden gehanteerd, langzaam richting 2050 het gesprek moet voeren over de vraag hoe je elke keer een stap verder kunt komen. Op dit moment stop ik al mijn tijd in het implementeren van die Europese richtlijn, want ik denk dat dat prioriteit heeft, omdat bestuurders maar ook bedrijven willen weten waar ze aan toe zijn. Tegelijkertijd weten we dat dat natuurlijk uiteindelijk de afgesproken weg is. Maar wat mij betreft gaat het eerst om de Europese richtlijn. Ik denk dat we dan al een heel eind kunnen komen. Dan heb ik nog een aantal vragen over het VTH-stelsel. Mevrouw Vellinga vroeg mij terecht wat dit nu betekent en of het nu zo is dat partijen dat al aankunnen binnen de bevoegdheden en de taken die ze hebben, of dat er nog een schep bovenop komt. Dat is precies het gesprek dat wij de komende maanden met de decentrale overheden, maar ook met de OD's gaan hebben: welk takenpakket heb je nu? De één heeft namelijk meer of minder te doen dan de ander. Je moet dus eigenlijk ook weten wat het voor jouw regio en jouw taken betekent. We gaan dus met de verschillende OD's en uiteraard ook met de decentrale overheden in gesprek over de vraag of dat een verzwaring betekent of dat ze eigenlijk al een heel eind op weg zijn. Sommige regio's zijn namelijk echt al een heel eind. Dat betekent ook dat we moeten concluderen of dat nu binnen hun takenpakket past of niet. Het is in ieder geval geen onderdeel dat we verwaarlozen en waarvan we gevoeglijk aannemen dat het wel kan. Het hoort bij het inzichtelijk maken van het implementeren van, zo meteen, die beleidsrijke AMvB. Dan was er nog een vraag van mevrouw Vellinga: kunt u er concreet voor zorgen dat bedrijven binnen de norm blijven? Ik zou tegen mevrouw Vellinga willen zeggen dat het natuurlijk niet het Rijk is dat ervoor moet zorgen dat die bedrijven aan de normen voldoen, maar dat de medeoverheden dat moeten doen. Het is natuurlijk wel zo dat we het in de komende periode in die gesprekken moeten hebben over de vraag: wat zijn de implicaties en wat verwachten jullie? We gaan uiteraard ook met partijen, bijvoorbeeld VNO-NCW en het mkb, in gesprek om ook daar te bekijken wat die verschillende consequenties zijn. We willen die verschillende puzzelstukken dus wel breed naast elkaar leggen. Dan heb ik nog een aantal vragen over …

In hetzelfde debat

16 andere bijdragen
Ani Zalinyan PRODank, voorzitter. Ik voer vanavond ook het woord namens Ines Kostić van de Partij voor de Dieren. Die kon hier helaas niet bij zijn. Afgelopen maandag, 7 september, was het de Internationale Dag van de Schone Lucht. De p… Ani Zalinyan PROWij gaan uit van de WHO-advieswaarden, omdat die echt uitgaan van de gezondheid van de mens. Dat betekent: hoe gezond is iemand en gaat iemand eerder overlijden of juist niet? En wat zijn de gezonde levensjaren? Wij gaan… Ani Zalinyan PROIk kijk graag naar Nederland en naar hoe wij zorgen voor schone lucht voor Nederlanders. Dat staat voor mij voorop. Wat mij betreft is het nodig om zo snel mogelijk actie te ondernemen om de lucht zo schoon mogelijk te k… Ani Zalinyan PROIk zou de heer Bikkers willen uitnodigen om samen met mij ambitieus te zijn en juist te gaan strijden voor de gezondheid van de Nederlanders. Ik wil hem vragen om daarvoor te gaan staan, want die gezondheid staat voor mi… Ani Zalinyan PRODank, voorzitter. Dank ook aan de staatssecretaris en natuurlijk de ambtenaren voor de beantwoording van de vragen. Ik heb deze staatssecretaris heel hoog zitten, dus ik hoop dat we ook de luchtkwaliteit de komende drie … Annet Bertram staatssecretaris van Infrastructuur en WaterstaatIk zie op zich de kansrijkheid. Je ziet nu immers al bij het implementeren en het samenwerkingsverband — dat is het SLA natuurlijk — dat partijen elkaar weten te vinden. Je ziet ook dat bedrijven daar heel druk mee doend… Annet Bertram staatssecretaris van Infrastructuur en WaterstaatWij hebben met bedrijven sowieso de tafels voor chemie en een aantal andere sectoren. Dus wij zitten best regelmatig met bedrijven om tafel. Daar gaat het bijvoorbeeld om schone lucht, pfas, staalslakken. Dat betekent da… Annet Bertram staatssecretaris van Infrastructuur en WaterstaatU heeft gelijk. Dat was inderdaad nog een vraag. Zoals ik net heb gezegd, ga ik nu uiteraard voor het implementeren van die Europese richtlijn. Daarin is ook gedefinieerd om welke stoffen het gaat. Ik denk dat die ook ni… Annet Bertram staatssecretaris van Infrastructuur en WaterstaatDaar zou ik heel graag wat verder op in willen gaan als we elkaar spreken bij een volgend overleg met de commissie. Ik denk dat er verschillende trajecten lopen. Wat mij betreft maak ik dan dus een overzicht op basis waa… Annet Bertram staatssecretaris van Infrastructuur en WaterstaatWat die Europese richtlijn beoogt, heeft al een enorme positieve impact op de gezondheid van mensen. Ik denk daarom dat het zeer de moeite waard is om op enig moment over en weer duidelijkheid te hebben over waar hard aa… Annet Bertram staatssecretaris van Infrastructuur en WaterstaatJazeker. In de gesprekken die we met de medeoverheden hebben, zit natuurlijk ook steeds een oproep. Dat is voor ons een belangrijk instrument. Ik vind het zelf ook belangrijk omdat het heeft laten zien hoe je met elkaar … Annet Bertram staatssecretaris van Infrastructuur en WaterstaatVoorzitter, dank u wel. Er zijn zes moties. De motie op stuk nr. 7 van de heer Russcher is oordeel Kamer. ​Bij de beleidsrijke AMvB ga ik uiteraard op al die aspecten in.… Annet Bertram staatssecretaris van Infrastructuur en WaterstaatDe motie op stuk nummer 9 is oordeel Kamer. Dan ga ik ervan uit dat de heer Bikker doelt op de beleidsrijke regelgeving en niet op de regelgeving waar we het nu over hebben. Dat check ik even bij de heer Bikker.… Annet Bertram staatssecretaris van Infrastructuur en WaterstaatDe motie op stuk nr. 12 is ook oordeel Kamer. Mijn inzet is dat ik de doelen tijdig wil halen zoals vastgelegd in de richtlijn en dat ik dat uiteraard doe ik balans met andere opgaven, zoals ik geschetst heb. Dat wil ik … Bart Bikkers VVDVoorzitter, dank u wel. Schone lucht is belangrijk voor gezondheid van mensen, voor een prettige leefomgeving en voor een Nederland waarin mensen gezond kunnen wonen en werken. Daarom is het goed dat we vandaag spreken o… Bart Bikkers VVDTuurlijk, "hoe schoner, hoe beter" is altijd waar. Alleen is de vraag: hoe komen we daar? Hoe zorgen we ervoor dat het proportioneel, betaalbaar en haalbaar wordt, ook voor het bedrijfsleven? Want als wij hier in Nederla…