Plenair debat · donderdag 24 september 2026
Wijziging van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg en de Jeugdwet in verband met digitale identificatie en authenticatie in de zorg (36702)
André Poortman
CDA
Dank u wel, voorzitter. Bij digitalisering in de zorg ligt de nadruk vaak op een soort futuristisch toekomstbeeld. Tenminste, dat beeld kan zomaar ontstaan. In dat toekomstbeeld wordt de zorgverlener aan het bed vervangen door een robot, communiceer je alleen nog via een scherm met de dokter die je net van achter een scherm op afstand heeft geopereerd en sporen we met gloednieuwe AI-technieken ziektebeelden op. Maar vandaag zien we dat de digitalisering ook iets is van het hier en nu. Waar we digitalisering misschien wel vooral voor nodig hebben, is het veel beter regelen van ondersteunende processen, bijvoorbeeld het stroomlijnen van gegevensuitwisseling en het vastleggen van administratie en het maken van efficiënte roosters. Waarom ligt daar winst, wat het CDA betreft? Omdat dit ervoor zorgt dat we menselijk contact en betrokkenheid in de zorg niet vervangen, maar juist makkelijker maken.
Daar heeft deze wet alles mee te maken. Het wetsvoorstel zorgt er eenvoudig gezegd voor dat we het oude systeem van inloggen in zorgsystemen om medische gegevens op te vragen vervangen door een moderner systeem dat gebruiksvriendelijker is en hogere eisen stelt aan de betrouwbaarheid en veiligheid. Dat is geen overbodige luxe. Daar zijn dan weer geen futuristische beelden voor nodig. Nieuwe inlogmiddelen, allemaal gebaseerd op dezelfde standaarden, moeten het zorgverleners makkelijker maken en moeten ruimte geven om meer te zorgen en minder bezig te zijn met rompslomp. Dat steunt het CDA.
Het is goed dat de regering gehoor geeft aan het advies van de Raad van State om het gebruik van het nieuwe systeem op termijn verplicht te stellen. Dat geeft duidelijkheid en een heldere stip op de horizon waar zorgorganisaties en het bedrijfsleven naartoe kunnen werken. Zorgaanbieders worden ondersteund met een tijdelijke regeling van 25 miljoen euro om te helpen bij het vervangen van oude systemen.
Maar uitvoerbaarheid is belangrijk. Zorgpartijen wijzen er bijvoorbeeld op dat het belangrijk is — de heer Bushoff refereerde er al aan — om in spoedsituaties snel te kunnen handelen, zonder dat telkens opnieuw authenticatie nodig is. Wat het CDA betreft, worden dit soort vragen in de verdere uitwerking goed beetgepakt, samen met het zorgveld. Dat kan de overheid niet alleen. Ik hoor graag in de beantwoording of de minister hiertoe bereid is.
Los daarvan zijn er nog twee punten waarop ik enkele vragen en zorgen met de minister wil delen. Die betreffen de open markt en de geopolitieke ontwikkelingen. Ik begin bij de eerste, de open markt. Het nieuwe stelsel wordt nu vormgegeven als een open markt. De regering wil daarmee innovatie stimuleren en ervoor zorgen dat nieuwe inlogmiddelen kunnen aansluiten bij specifieke wensen van zorgaanbieders. Dat is begrijpelijk, maar het doel van de wet is ook meer uniformering en meer regie vanuit de overheid om digitalisering vorm te geven en aan te jagen. Mogelijk schuurt dat met elkaar. Enerzijds moet de overheid de innovatie en oplossingsgerichtheid van de sector niet voor de voeten lopen. Anderzijds gaat het om gevoelige gegevens en vitale infrastructuur, waarbij de overheid ook een zorgplicht heeft richting patiënten, en moet normeren.
Neem ter vergelijking het inloggen bij de overheid via DigiD. Dat is één systeem dat overzichtelijk is voor zowel burgers als overheid. Mijn vraag is: wil de minister nog eens reflecteren op dit spanningsveld? Klopt het dat elk inlogmiddel eerst officieel erkend moet worden? Is de minister op dit punt bereid te verkennen hoe we de eisen die we aan inlogmiddelen stellen, zodanig streng kunnen maken dat we het aantal middelen beperkt en overzichtelijk houden? Graag een reactie.
In de tweede plaats: ik verwees al even naar DigiD. Het CDA maakt zich zorgen over geopolitieke ontwikkelingen en onze Europese strategische autonomie. Eind mei van dit jaar werd de overname van DigiD door Kyndryl verboden na aandringen vanuit de Kamer en een advies van de toezichthouder. Daar zijn de laatste woorden nog niet over gezegd. Het toont aan dat het van groot belang is dat we zeggenschap houden over zulke cruciale digitale infrastructuur. Dat geldt ook voor de infrastructuur die we aan het ontwerpen zijn en waar we vandaag over spreken.
Voor het CDA is het essentieel dat we voorkomen dat we bij inlogmiddelen in de zorg afhankelijk worden van afzonderlijke en ook niet-Europese leveranciers. Mijn vraag op dit punt: is de minister bereid om naar aanleiding van de casus van DigiD de eisen op dit punt aan te scherpen, zeker in een sector als de zorg, waarin gewerkt wordt met gevoelige gegevens en een infrastructuur die niet mag uitvallen? Wat gaat de minister concreet doen om te stimuleren dat Nederlandse of Europese bedrijven deze inlogmiddelen gaan bouwen? Kan ook een publieke organisatie inlogmiddelen maken? Zou dat niet een goede terugvaloptie zijn? We zijn benieuwd naar de antwoorden van de minister op deze vragen.
Tot slot. Het is een goede zaak dat we van een ouderwets, duur en niet-gebruiksvriendelijk systeem overgaan op een nieuw systeem. Digitale technologie moet in dienst staan van de patiënt en de zorgverlener en ruimte geven aan menselijk contact in plaats van administratieve rompslomp. Dit wetsvoorstel is wat ons betreft een goede stap.
Dank u wel.