Plenair debat · donderdag 24 september 2026
Wijziging van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg en de Jeugdwet in verband met digitale identificatie en authenticatie in de zorg (36702)
Julian Bushoff
PRO
Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we een wijziging van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg en de Jeugdwet in verband met identificatie en authenticatie. Eigenlijk gaat het bij identificatie natuurlijk over de vraag "wie is deze persoon?". Daar moet een antwoord op komen. Authenticatie gaat dan vervolgens over de vraag "is de persoon ook echt de persoon die die zegt dat die is?". Dat gebeurt allemaal met het idee dat je vervolgens toegang krijgt tot verschillende systemen in de zorg. Daar is dan ook nog autorisatie voor nodig, om inderdaad toegang te krijgen tot die belangrijke, gevoelige persoonsgegevens. Eigenlijk volgt deze wijziging van deze wet uit een Europese verordening. We moeten hier dus een stap op zetten. Maar naast dat we hier een stap op moeten zetten omdat dat volgt uit een Europese verordening, denk ik dat het ook zinvol is om hier stappen op te zetten. Bij gevoelige persoonsgegevens waar zorgverleners toegang toe zouden moeten krijgen, moet je wel zorgen dat dat ook gewoon op een goede manier geregeld is, dat de veiligheid geborgd is. Ik denk dus dat, naast dat het volgt uit een verplichting vanuit een Europese verordening, het ook nog eens gewoon heel erg verstandig is dat we dit op een zorgvuldige manier regelen: wanneer en hoe je toegang kan krijgen tot die belangrijke persoonsgegevens.
In die zin kan PRO dus de doelstelling van deze wetgeving volledig onderschrijven. Maar bij wetgeving is logischerwijs de vraag altijd de volgende. Als je het doel van de wetgeving nastreeft, werkt het dan ook goed uit in de praktijk? Daar moet je altijd een balans in vinden. Kijk naar de zorgen die leven bij zorgprofessionals in het veld. Ik denk dat daar nog wel wat vragen over zijn: of die doelstellingen van deze wetgeving, die wij als PRO dus ook delen, in evenwicht zijn met de zorgen die leven in het zorgveld zelf. Die zorgen zitten 'm eigenlijk op twee punten. Ik wil er eigenlijk twee voorbeelden uit halen. Het ene punt gaat eigenlijk over: hoe ga je die identificatie- en authenticatieplicht nou invullen? Hoe wordt dat in de praktijk nou daadwerkelijk vormgegeven? Je kan je namelijk voorstellen dat als er sprake is van een spoedsituatie … Ik noem maar wat: je wil heel snel toegang hebben tot medische gegevens om uiteindelijk te weten of iemand allergisch is voor bepaalde medicatie; dat is cruciale informatie die je snel voorhanden wil hebben. Dan wil je niet dat het eerst heel lang duurt en ingewikkeld is om je te identificeren en te authenticeren. Daar leeft dus wel een zorg bij het zorgveld. Die zorg snap ik eigenlijk best wel goed. Vandaar ook dat ik de minister zou willen vragen om een toezegging. Wil zij, op het moment dat zij invulling gaat geven aan de vormgeving van die identificatie- en authenticatieplicht, dat echt doen samen met alle relevante betrokken partijen: de Autoriteit Persoonsgegevens, maar ook de zorgverleners zelf? In de voorliggende wet is geregeld dat per algemene maatregel van bestuur verdere invulling wordt gegeven aan hoe die identificatie- en authenticatieplicht er uiteindelijk uit moet komen te zien. De concrete vraag is dus om bij de invulling van die AMvB de relevante partijen goed te betrekken, zodat het doel bereikt wordt, maar dat het ook praktisch werkbaar blijft voor de zorgverleners in de praktijk. Dat is mijn eerste concrete vraag aan deze minister.
Daarbij wordt het overgrote deel van de algemene maatregelen van bestuur via een lichte voorhang aan de Kamer voorgelegd. Dat is ook zinvol, want het is belangrijk dat we als Kamer even kunnen kijken of de identificatie- en authenticatieplicht in de praktijk goed uitwerkt. Het gekke is alleen dat die lichte voorhang voor alle beleidsterreinen geldt, behalve dat van de Jeugdwet. Dat vind ik een beetje raar. Het lijkt me heel logisch dat, wanneer die lichte voorhang voor de AMvB's, die algemene maatregelen van bestuur geldt, voor alle beleidsterreinen in de zorg geldt, die dan ook geldt voor de Jeugdwet. Daar heb ik dan ook een amendement op ingediend. Het is verder niet heel spannend, maar daarmee trekken we gelijk dat voor alle beleidsterreinen, dus ook voor de wijzigingen van de Jeugdwet en de algemene maatregelen van bestuur die daarop van toepassing zijn, die lichte voorhang geldt.
Tot slot. Een laatste zorg gaat over de single-sign-on-mogelijkheid. Je komt bijvoorbeeld in het ziekenhuis in de ochtend binnen. Je logt één keer in en dan heb je bijvoorbeeld vier uur toegang tot de gegevens die je nodig hebt voor je werk. Als je gaat lunchen, ben je uitgelogd en moet je weer opnieuw inloggen. Maar je hoeft niet voor elke keer dat je toegang nodig hebt tot gegevens opnieuw die identificatie en authenticatie te doen. Dat dreigt nu wel te veranderen met de voorliggende wijzigingsvoorstellen. Dan zou je je elke keer apart, voor elke handeling opnieuw, moeten identificeren en die authenticatie moeten doorlopen. Dat is natuurlijk wel heel ingewikkeld. Laat ik dat nog één keer heel tastbaar maken. Dat zou een beetje hetzelfde zijn als wanneer wij hier van de plenaire zaal naar het ledenrestaurant zouden gaan en dan weer door de poortjes met gezichtsherkenning zouden moeten of dat wij vervolgens van het ledenrestaurant naar de commissiezalen zouden moeten gaan en weer door de poortjes met gezichtsherkenning zouden moeten. Dat zou praktisch wel heel onwerkbaar zijn voor ons in de Kamer. Dat is ook praktisch onwerkbaar voor de mensen in de zorg. Ik vind het dus wel belangrijk dat die single-sign-on-mogelijkheid blijft bestaan. Dat zou praktisch uitvoerbaar moeten zijn. Ik zou de minister ertoe willen oproepen dat ze zich er hard voor maakt dat die mogelijkheid blijft bestaan.
Tot zover.