Plenair debat · donderdag 24 september 2026
Wijziging van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg en de Jeugdwet in verband met digitale identificatie en authenticatie in de zorg (36702)
Hilde Wendel
VVD
Dank, voorzitter. Vandaag bespreken we het voorstel van de minister om de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg en de Jeugdwet in verband met digitale identificatie en authenticatie in de zorg te wijzigen. Hoewel de minister mij met deze wetsnaam enorm uitdaagt, blijf ik hartgrondig volhouden om te proberen dit soort technische wetten in begrijpelijk Nederlands uit te leggen. Ik zie mijn collega's dat ook doen. Dat is goed. Ik zeg toch tegen de minister: ik droom van de dag dat we dit soort wetgeving gewoon op een normale en begrijpelijke manier kunnen behandelen, zodat ook mensen die niet iedere dag zitten te kijken naar wat wij hier uitspoken in de plenaire zaal, kunnen begrijpen wat we hier doen. Maar goed, dat is even een opmerking vooraf. Ik hoop dat deze minister en haar collega's die meenemen.
Voorzitter. Met dit wetsvoorstel wordt er één register ingevoerd voor zorgaanbieders, medewerkers, indicatieorganen, zorgverzekeraars, jeugdhulpverleners, jeugdhulpaanbieders en hun medewerkers, het Dezi-register. Dat is een zeer creatieve afkorting van "dé zorgidentiteit". Via dit register kunnen ingeschrevenen hun identiteit bekend maken en bewijzen voor toegang tot verschillende systemen voor zorginformatie en kan deze informatie uitgewisseld worden. Daarbij moet gebruik worden gemaakt van een door de minister goedgekeurd inlogmiddel. De minister doet dit alleen als dat voldoet aan het hoogste betrouwbaarheidsniveau.
Voorzitter. Het is voor passende zorg van cruciaal belang dat zorgmedewerkers op het juiste moment kunnen beschikken over de juiste informatie op de juiste plek. Door meer elektronische gegevensdeling worden de administratieve lasten verminderd en worden fouten voorkomen. Dit wetsvoorstel is een belangrijke randvoorwaarde voor die elektronische gegevensdeling. Het biedt veilige en betrouwbare digitale toegang voor zorgmedewerkers. De VVD vindt dat gegevensuitwisseling in de zorg mogelijk moet zijn en dat de huidige praktijk nog heel veel ruimte voor verbetering biedt. Een patiënt zou geen vertraging mogen oplopen of zijn kwalen constant weer moeten herhalen omdat de artsen geen toegang hebben tot de medische gegevens. Als het goed is, dan versimpelt het voorstel dat voorligt de huidige werkwijze aanzienlijk. De VVD vindt het goed dat het kabinet heeft besloten om te werken met bestaande inlogsystemen, zoals DigiD, want zo wordt het niet onnodig complex gemaakt.
Deze wet zal niet alle problemen in de gegevensuitwisseling oplossen, maar is wel een belangrijke stap in de goede richting. Daarom zeg ik alvast in alle openheid dat de VVD in eerste instantie van plan is om deze wet te steunen, maar wel onder een hele belangrijke randvoorwaarde. Volgens mij heb ik die al bij verschillende collega's, van links tot rechts, gehoord. Deze wet moet informatiedeling in de praktijk daadwerkelijk gemakkelijker maken. De wet moet zorgprofessionals in de praktijk daadwerkelijk helpen om hun werk te versimpelen. Afgelopen week ontvingen we vanuit verschillende zorgkoepels veel zorgen over de uitvoerbaarheid van deze wet in de dagelijkse praktijk.
Daarom heb ik een aantal vragen aan de minister die voor mij echt van belang zijn bij het beoordelen van deze wet. Allereerst: hoe kijkt de minister naar deze kritiek, die ongetwijfeld ook haar is toegekomen? Is de minister het met de VVD eens dat dit systeem de regeldruk juist zou moeten verminderen, de zorgprofessionals in de praktijk moet ontlasten en de gegevensuitwisseling moet verbeteren? In het veld heerst nog veel onduidelijkheid over hoe deze wet in de praktijk werkt. Kan de minister deze onduidelijkheid wegnemen? Hoe zorgt de minister ervoor dat de wetgeving vanuit Den Haag goed aansluit bij wat in de praktijk nodig is en hoe pakt deze wet specifiek uit voor uitzendkrachten? Kunnen die ook gemakkelijk inloggen als ze last minute ingevlogen worden? Wat de VVD betreft moet de onduidelijkheid worden weggenomen, zodat deze wet de zorg in de praktijk daadwerkelijk beter maakt.
Ik heb nog één vraag over de informatieveiligheid. De minister keurt een inlogmiddel alleen goed als het voldoet aan het hoogste betrouwbaarheidsniveau, maar betekent dat dan ook dat het kwantumproof is? Ook ik ben uiteraard ingefluisterd door mijn expert digitale zaken binnen de fractie.
Voorzitter. Dan een ander punt. Nu we toch spreken over informatie-uitwisseling wil ik nogmaals aandacht vragen voor een aantal zaken waar de VVD al eindeloos om vraagt. De minister vertelde bij het vorige commissiedebat over digitale ontwikkelingen in de zorg dat het eerste plateau van de NVS in 2027 klaar moet zijn en dat de interoperabiliteit, over begrijpelijke woorden gesproken, dan eindelijk geregeld is. Kan de minister aangeven hoe dat er nu voor staat? Kan de VVD dit in januari 2027 daadwerkelijk verwachten? Een betere automatisering van gegevensuitwisseling tussen zorginstellingen zorgt voor een betere kwaliteit van zorg en ontlast zorgverleners. De opt-out moet ervoor zorgen dat zorginstanties informatie mogen uitwisselen tenzij de patiënt aangeeft dit niet te willen. De minister gaf aan dat dit in 2029 geregeld wordt, maar dat duurt de VVD echt te lang. Bij ieder werkbezoek wordt mij op het hart gedrukt: regel dat nou. Kan de minister dit versnellen?
Voorzitter. Gisteren vertelde een mevrouw aan mij dat ze met haar dochter naar de spoedeisende hulp moest omdat ze een astma-aanval had. In het ziekenhuis konden ze niet zien wat voor soort pufje en welke antibiotica het kindje had, omdat ze de dossiers daar niet konden inzien. Daarom moest haar dochter allerlei verschillende soorten pufjes proberen. Dit soort situaties vind ik zeer onwenselijk. Is een opt-out voldoende om dit soort situaties te beëindigen of is er meer nodig? En is de minister het met mij eens dat dit soort situaties al veel eerder dan in 2029 beëindigd moeten worden?
Dan eenheid van taal. Ook hier pleit de VVD al jaren voor. Zorgverleners moeten dezelfde terminologie gebruiken in verslaglegging. Dat maakt gegevensuitwisseling efficiënter. SNOMED CT is een zeer breedgedragen veldnorm. Het veld en ook de VVD vragen al heel lang om deze drie zaken. Wanneer pakt de minister door en stelt ze deze verplicht?
Tot slot de vraag: voldoen alle zorginstellingen nu eindelijk aan de NEN 7510-norm? We hebben immers bij de hack van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker gezien hoe het fout kan gaan en welke impact dat heeft op mensen. Als alle zorginstellingen daar nu aan voldoen, is dat dat dan voldoende of ziet de minister aanleiding om deze norm te evalueren, gezien de verschillende hacks in de afgelopen periode?
Tot slot alvast de vlucht vooruit: zorgt de minister ervoor dat de systemen van elektronische patiëntendossiers in het algemeen ook kwantumproof zijn?