Plenair debat · woensdag 20 mei 2026
Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie (36677) (antwoord 1e termijn + rest)
André Poortman
CDA
Veel dank, voorzitter. Ook veel dank aan de minister voor de heldere beantwoording van de vragen. Er zijn nog wat losse eindjes in de tweede termijn. Ik realiseerde me in dit debat, in de eerste termijn en ook vandaag, dat we dit goed kunnen in Nederland: medische ethiek. We durven dilemma's onder ogen te zien. We durven mogelijkheden te verkennen met elkaar. We proberen elkaar te begrijpen, ook al lopen de standpunten uiteen. Dat geldt wat mij betreft voor partijen die graag vooruitgang willen boeken op bepaalde punten, alsook voor partijen die een wat behoudender koers kiezen. Ik vind het mooi en eervol om daar onderdeel van te zijn.
In de eerste termijn had ik het over de onmogelijkheid van een definitie. Het denken over embryo's en de mogelijkheden die de technologie biedt, illustreren die onmogelijkheid scherp. In de eerste termijn noemde ik Jean-Paul Sartre. In deze tweede termijn zou ik graag het laatste woord willen geven aan Simone de Beauvoir, naar wie ik mijn kat heb genoemd. Een grotere eer kan ik me nauwelijks voorstellen. Zij zegt, wanneer ze zegt dat we vrij zijn: het definiëren kan nooit tot determinisme leiden. "We zijn nu en absoluut vrij, en we zijn vooral vrij wanneer we ons met onze existentie daadwerkelijk vereenzelvigen in de naar de oneindigheid geopende eindigheid." Ik zeg dat zonder toelichting. Daar mogen we met elkaar op kauwen.
Ik zou ermee willen afsluiten dat we ethische dilemma's en de tragiek daarvan niet voor het kiezen hebben. We moeten kiezen. Welke keuze we ook maken in een dilemma, we ontkomen niet aan de tragiek van dat moeten kiezen. Daarmee hangt toevalligheid samen, en soms ook willekeur. "Het echec", zegt Simone de Beauvoir. We hebben met elkaar aandeel in dat echec. Zij zegt daarvan dat het een voorwaarde is voor het leven zelf. Wie de droom van een leven zonder echec koestert, droomt van de dood. Dit betekent niet dat men zich bij dat echec moet neerleggen, maar dat men zich moet neerleggen bij een nooit eindigende strijd daartegen.
Dank u wel.