Plenair debat · woensdag 20 mei 2026
Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie (36677) (antwoord 1e termijn + rest)
Sophie Hermans
minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
In de huidige Embryowet is een definitie opgenomen die alleen maar ziet op het klassieke embryo. In de afgelopen jaren hebben we in de wetenschap allerlei ontwikkelingen zien plaatsvinden. Er kunnen nu ook embryoachtige structuren gemaakt worden die nagenoeg identiek zijn en de essentiële functies in zich dragen waarmee ook zo'n embryoachtige structuur de potentie heeft om uit te groeien tot. Dat is de reden geweest dat wij hebben gezegd dat die onder de bescherming, regulering, van de Embryowet moeten komen te vallen. Dit is overigens gebeurd op basis van de derde wetsevaluatie, dus daar liggen een uitgebreid onderzoek en een aanbeveling aan ten grondslag. Vervolgens zijn we gaan kijken hoe je de definitie zo vorm kunt geven dat je daar invulling en duidelijkheid aan geeft, wat de medische wetenschap inmiddels kan. De definitie is nu eigenlijk een vrij feitelijke beschrijving van wat een embryo is, wat je ziet als je door de microscoop kijkt.
Dan kom ik bij de specifieke vraag van de heer Claassen. In deel b van de definitie is een aantal ontstaanswijzen van zo'n embryoachtige structuur omschreven. Onderdeel 5 zegt inderdaad "een andere wijze van tot stand brengen". Dat ziet op technieken die wij nu nog niet kennen, maar die er mogelijk in de toekomst zouden kunnen zijn en die ook leiden tot zo'n embryoachtige structuur met essentiële functies, waarvan we zeggen: ook al kennen we die techniek nog niet, ik wil wel aan de voorkant zeggen dat ik ook een nieuwe techniek en een op een nieuwe manier ontwikkelde embryoachtige structuur met de potentie uit te groeien tot, onder de bescherming van de Embryowet wil brengen. Dat we nieuwe technieken niet onder die bescherming kunnen brengen, is precies het probleem dat we hebben met de huidige wet. Dat is dus wat hier gebeurt.