Plenair debat · woensdag 20 mei 2026
Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie (36677) (antwoord 1e termijn + rest)
René Claassen
Groep Markuszower
Het is een soort slotverklaring, voorzitter. Voor onze fractie draait het debat in de kern om het mensbeeld. Wij erkennen dat daar in deze Kamer verschillend over wordt gedacht. Het hoeft ook niet samen te komen, maar voor ons is het wel bepalend voor hoe wij naar deze wet kijken. Voor ons staat de beschermwaardigheid van menselijk leven vanaf het eerste begin centraal. Vanuit dat uitgangspunt beoordelen wij dit wetsvoorstel. Deze wet kan leiden tot meer bescherming van het embryo, maar begeeft zich tegelijkertijd in een grijs gebied. Ook het veld zelf, waaronder de CCMO, heeft daar uitdrukkelijk haar zorgen over uitgesproken, juist omdat deze wet wetenschappelijk medisch onderzoek onbedoeld zou kunnen beperken.
Voor onze fractie blijft de open norm daarom een groot bezwaar. Om die reden hebben wij een amendement ingediend dat deze beperking kan wegnemen. Het biedt in onze ogen de veiligste oplossing voor beide kanten van het debat: bescherming van het menselijk leven en ruimte voor verantwoord onderzoek. De minister stelde dat de Wet zeggenschap lichaamsmateriaal nog niet gereed is, maar dat hoeft voor ons geen belemmering te zijn. Van grote spoed is namelijk geen sprake. Juist daarom is het verstandig om dit zorgvuldig te regelen, binnen het kader waarvoor het bedoeld is, namelijk de Wzl. Ik doe daarom een beroep op de Kamer. We hoeven het niet eens te worden over het onderliggende mensbeeld om dit amendement wel te steunen. Het verzwakt geen bescherming. Het sluit aan bij internationale wetenschappelijke standaarden en houdt het primaat bij de wetgever; niet bij een open norm die meebeweegt met de wetenschap.
Tot zover, voorzitter.