Plenair debat · woensdag 20 mei 2026
Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie (36677) (antwoord 1e termijn + rest)
Sophie Hermans
minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Ik zal daar uitgebreid op ingaan. Ik deel niet dat in de memorie van toelichting staat dat dat niet aan de orde is, in ieder geval niet in de krachtige bewoordingen die mevrouw Bikker hieraan koppelt. Hier zitten twee kanten aan. Ik begin even met de inhoudelijke kant. Sinds 2002 hebben we de Embryowet en daarmee bescherming ten aanzien van wat er kan en mag met embryo's die overblijven na vruchtbaarheidsbehandelingen. Bij de totstandkoming van de wet in 2002 is een tijdelijk verbod opgenomen op het maken van embryo's speciaal voor onderzoek. Dat is toen als tijdelijk verbod in de wet opgenomen vanuit de gedachte dat de wetenschap zich verder aan het ontwikkelen is. Men dacht: laten we die ontwikkeling goed in de gaten houden en kijken hoe we er over een aantal jaar voor staan. Wat betekent dat voor de wet, waarin we de doelen van beschermwaardigheid en de medische wetenschap met elkaar in balans willen brengen?
Inmiddels is de medische wetenschap, naast allerlei ontwikkelingen op het gebied van de klassieke embryo's en wat we daarin zouden kunnen en willen onderzoeken, ook zover dat ze embryoachtige structuren kan maken, de intact- en de niet-intactvarianten. Die intactvariant kan in potentie ook uitgroeien tot beginnend menselijk leven. Daarom zeggen wij dat je die onder de wet moet brengen. Daarmee brengen we die balans. Maar dat laat onverlet dat we geen zicht hebben op een deel van de vroege ontwikkeling van een embryo wanneer we onderzoek gaan doen met een intact-ELS. Die ELS geeft namelijk inzichten in de iets latere ontwikkeling van een embryo. Maar voor heel veel onderzoeken kan dit wel een goed alternatief zijn voor de keuze voor het minder beladen alternatief, het klassieke embryo.
Nu is er een initiatiefwet aangenomen om het ooit als tijdelijk bedoelde verbod, dat inmiddels toch een kleine 25 jaar in de wet zat, op te heffen, zodat je ook embryo's kunt maken ten behoeve van onderzoek, onder voorwaarden en met criteria, en natuurlijk allemaal getoetst door de CCMO, ook op subsidiariteit. Is dit de route of zijn er ook alternatieven? Dat alles bij elkaar genomen, dus de waarborgen die in de Embryowet en ook in de initiatiefwet zitten, blijft de balans mijns inziens overeind. Dat is mijn afweging. Ik realiseer me heel goed dat er ook andere afwegingen gemaakt kunnen worden en ook gemaakt zijn.
Dan het tweede punt. Ik denk dat het ook eerlijk is om erbij te zeggen dat bij het aanpassen van de Embryowet, zowel bij de totstandkoming van de wet zelf in 2002 als bij de voorliggende aanpassing, altijd wordt gezocht naar een politiek compromis, naar de mogelijkheden binnen de samenstelling van dat moment. Daar is dit wetsvoorstel ook een uitkomst van.