Commissiedebat · donderdag 10 september 2026
Funderingsproblematiek
Elanor Boekholt-O'Sullivan
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Ja. Ik ben vooral echt heel erg blij dat al die partijen al zijn ingestapt. Wij hoeven helemaal niet ons best te doen om deze partijen aan tafel te krijgen. Sterker nog, zij lopen op een aantal onderdelen gewoon voor. Dat er vanaf 1 april van dit jaar in het taxatierapport een risico wordt opgenomen, hebben zij met elkaar bewerkstelligd. Ze hebben natuurlijk ook belangen, want de meeste huizen hebben een hypotheek en daar zitten banken en financiële instellingen achter die graag zien dat zo'n huis z'n waarde ten minste behoudt, en liever dat die waarde groeit. We moeten dus niet blind zijn voor alle belangen, maar het is een maatschappelijke uitdaging waar we met elkaar voor staan, dus vind ik het heel fijn dat ik geen moeite hoef te doen om ze aan tafel te krijgen. Zij hoeven ook geen moeite te doen om mij aan tafel te krijgen voor dit onderwerp, want het is aan ons samen om dit op te lossen.
Een eigenaar blijft een eigenaar, en wat we in de bewustwording moeten doen ... Ik zal heel eerlijk zijn; dit gold ook voor mij. Ik ben, toen ik van dit dossier hoorde, ook naar huis gegaan met de vraag wat wij over onze fundering weten. Ik niet zo veel. Ik kan me voorstellen dat er best veel Nederlanders zijn die hetzelfde antwoord zouden geven als ik; zo uniek ben ik niet. We moeten om te beginnen dus zorgen dat mensen denken: ik wil een huis kopen, dus ik koop de fundering erbij. Je bent eigenaar; op het moment dat je je huis koopt, ben je ook eigenaar van de fundering. Mensen die het zich kunnen veroorloven, omdat ze veel overwaarde hebben op hun huis of omdat ze veel spaargeld hebben — nou ja, ze moeten allemaal zelf weten hoe ze dat doen — en die het zelf kunnen regelen, moeten het zelf regelen. Er zijn ook mensen die het gewoon niet zelf kunnen regelen. Daar hebben we een faciliteit voor; daar wordt ook al gebruik van gemaakt. Het eerste geld komt ook al terug, want het is een revolverend systeem.
Volgens mij hebben we dus met elkaar een systeem in place gebracht dat kan gaan werken. We zien in de praktijk ook dat het werkt, op basis van die zes leergebieden. Die moeten we nadrukkelijk gebruiken, en we moeten zorgen dat we ook met de rest van Nederland delen wat we daar leren. Dat moeten we doen zonder paniek te veroorzaken door het idee te geven dat er nu een heleboel huizen op instorten staan, want niet elke scheur en niet elke scheefhangende deur wijst automatisch op funderingsproblematiek. Het is dus belangrijk dat mensen weten wat de gezondheid van hun fundering is.