Commissiedebat · donderdag 10 september 2026
Funderingsproblematiek
Elanor Boekholt-O'Sullivan
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Dank u wel. Fijn dat we hier vandaag over dit onderwerp spreken. Ik hoop dat we, met de aandacht die dit onderwerp krijgt, ook iets kunnen doen aan de bewustwording bij al die mensen die een huis hebben en mogelijk met funderingsschade te maken hebben. Ik hoop dat het ons lukt om dit met elkaar iets van ons allemaal te maken, zodat het geen crisis hoeft te worden, maar we een aanpak hebben die uiteindelijk leidt tot een kalm herstel van de problematiek die er is. Dat hopen wij te bereiken voor deze problematiek.
Voorzitter. We spreken vandaag over een probleem dat voor veel mensen heel dichtbij komt: funderingsschade. Het gaat over mensen, over hun huis, hun grootste bezit, en over de zekerheid dat je veilig en prettig in je eigen huis kunt wonen. Nu al hebben tienduizenden gebouwen te maken met urgente funderingsschade. De komende tien jaar krijgen naar verwachting 425.000 gebouwen te maken met schade aan de fundering en richting 2050 loopt dat op naar 780.000 woningen. Dat zijn niet zomaar cijfers. Dat zijn allemaal verhalen van mensen en huishoudens die geconfronteerd kunnen worden met onzekerheid. Ik heb het zelf gezien en gehoord tijdens mijn bezoek aan Bloemhof in Rotterdam. Ik sprak erover met bewoners, die zich afvroegen: hoe kan ik dit betalen en kan ik wel in mijn huis blijven wonen? Dat zijn vragen die niet onbeantwoord mogen blijven.
De primaire verantwoordelijkheid voor de fundering ligt bij de eigenaar. Het grootste deel van de eigenaren kan ook zelf aan de slag met het herstel, maar soms is het ingewikkelder, bijvoorbeeld als je als eigenaar afstemming moet zoeken met de buren omdat je een fundering deelt, of als je onderdeel bent van een vereniging van eigenaren, of als de kosten simpelweg te hoog zijn om zelf te kunnen dragen. Eén ding staat voor mij vast: we moeten niet wachten tot het misgaat; we moeten eerder weten dat er een probleem is, we moeten eerder handelen en we moeten mensen die vastlopen helpen.
Voorzitter. Op 28 augustus heb ik de voortgangsbrief gestuurd over de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek. In de NAF trekken overheden, gebouweigenaren, kennisinstellingen, banken, verzekeraars en de bouwsector gezamenlijk op, met één doel: funderingsschade voorkomen, vertragen en aanpakken voordat het te laat is. Vandaag wil ik het hebben over wat we nu doen en over wat we de komende jaren gaan doen.
Wat doen we nu? Sinds 1 april 2026 staat op initiatief van de markt, dus van de taxateurs, makelaars en kredietverstrekkers, duidelijker in het taxatierapport of een woning funderingsrisico loopt. Bij een hoog risico volgt verder onderzoek, zodat kopers weten wat ze kopen en later niet voor verrassingen komen te staan.
Op 1 september zijn acht innovatieprojecten van start gegaan waarin overheid en bedrijfsleven samen 4,5 miljoen euro investeren om goedkoper en met minder gedoe funderingen te herstellen. Denk aan onderzoek naar een herstelmethode zonder zware machines, die ook in een smalle straat past of waarbij bewoners tijdens de werkzaamheden gewoon thuis kunnen blijven wonen.
Deltares en TNO onderzoeken het gedrag van kleibodems en maken een landelijke risicokaart, zodat eigenaren weten of hun woning risico loopt op dit type funderingsschade.
We zorgen ervoor dat er voor mensen die de kosten niet zelf kunnen dragen, een mogelijkheid is om verder te komen. Zij kunnen een beroep doen op het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. Dit fonds heeft vorig jaar juli landelijke werking gekregen. Dit jaar voegen we 20 miljoen toe aan dit fonds.
Verder is er voor de periode 2025-2028 vanuit het Rijk 56 miljoen beschikbaar voor meer bekendheid — daar beginnen we vandaag ook mee — voor betrouwbare en vindbare informatie, voor het ontwikkelen van kennis waar die ontbreekt, voor innovatie om tot goedkoper en sneller herstel te komen met weinig gedoe, en om in de praktijk met bewoners en betrokken partijen te zoeken naar oplossingen in zes gebieden, voor onder andere procesondersteuning.
Waar gaan we naartoe? We gaan de stappen zetten die nodig zijn, maar die zijn niet genoeg voor de opgave die op ons afkomt. Daar is die veel te groot voor. Daarvoor zijn vijf dingen belangrijk. Die vormen de hoofdlijn van de NAF, waarin we de aandacht voor funderingen vergroten, transparantie in het koopproces borgen, funderingsonderzoek en -herstel verder professionaliseren en toekomstperspectief bieden waar herstel niet volstaat, zodat we duurzaam kunnen wonen, in een leefomgeving die verandert door het klimaat.
Ik vind het fijn om hierover met u in debat te gaan. Ik ga de vragen beantwoorden in verschillende blokjes. Dat had ik misschien even van tevoren moeten zeggen, maar dat doe ik dan nu. Ik begin met de aanpak en verantwoordelijkheden, daarna komen de blokken informatie en koopproces, financiering, en gebiedsgerichte en ruimtelijke aspecten. Tot slot heb ik een mapje overig.
Ik begin met de verantwoordelijkheden, met een vraag van de heer Mooiman en mevrouw Wiersma over de verantwoordelijkheidsverdeling. In de kern — daar heb ik een hoop van u al iets over horen zeggen — is de fundering de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Dat is best makkelijk gezegd, maar ik realiseer me terdege dat iedereen die een huis heeft, meestal alleen maar kijkt naar het deel dat je kunt zien, dus alles wat boven de grond ligt. We zullen moeten werken aan bewustwording, zodat mensen beseffen dat ze ook alles kopen wat onder de grond aan hun huis vastzit: het fundament. De eigenaar is hiervoor verantwoordelijk, maar kan het waarschijnlijk niet in alle gevallen alleen en zal dus hulp nodig hebben van overheden en marktpartijen zoals banken om te kunnen handelen.
Ik vind het mijn taak om ervoor te zorgen dat data en informatie beschikbaar zijn en om financiering beschikbaar te stellen voor eigenaren die het aantoonbaar niet zelf kunnen betalen. Ook gemeenten en andere overheden spelen een belangrijke rol, want zij zijn vaak de eerste overheid waar een eigenaar terechtkan. Daarom moeten zij hierin ook worden ondersteund. Of het een grote of kleine gemeente is, mag daarbij niet uitmaken. Er zullen antwoorden moeten zijn voor eenieder.
De heer Mooiman en mevrouw Steen hadden een vraag over de snelheid waarmee de opgave gerealiseerd wordt. Zij vroegen of het tempo voldoende is. Het antwoord is vrij simpel. De heer Clemminck vroeg of ik af en toe ja-neeantwoorden kan geven. Deze vraag kan ik heel kort beantwoorden met: nee, het tempo is niet voldoende voor wat er op ons afkomt. Daarom hebben we deze nationale aanpak nodig. Daarom moeten we zorgen dat we die stap voor stap doorlopen, zodat er uiteindelijk een vliegwiel gaat draaien en we steeds grotere aantallen kunnen herstellen.
Er waren veel vragen in de trant van: waarom moet er zo veel geld naar de bureaucratie en de tafels? Volgens mij zit er heel weinig geld in bureaucratie en tafels en zit er veel geld in onderzoek en innovatie, omdat we dat nog moeten gaan opbouwen met elkaar. Dat hebben we nodig. Het liefst zou ik willen dat we funderingen kunnen herstellen terwijl mensen zo veel mogelijk in hun huis kunnen blijven wonen, maar dat gaat niet vanzelf. Daar moet je eerst onderzoek voor doen. We steken dus geld in innovatie en funderingsonderzoek om ervoor te zorgen dat die aantallen omhooggaan.