Voorzitter, dank u wel. Wat leuk dat u er allemaal nog bent om 23.55 uur. Dank, dank. Leuk dat er ook nog mensen op de tribune zitten. Even zwaaien.
Voorzitter. Nederland, dat prat gaat op zijn redelijkheid, is voor veel mensen een onherkenbaar land geworden. Voor grote groepen mensen is vooruitgang ver weg. De ongelijkheid is groot; alleen in Amerika is de vermogensongelijkheid groter dan in ons land. Het besteedbaar inkomen van huishoudens stijgt al 40 jaar nauwelijks. Wonen, zorg, energie, vervoer en voedsel zijn in theorie sociale grondrechten, maar in de praktijk zijn het privileges geworden. Mensen ervaren dat de politiek een eigen agenda heeft en niet aan hun kant staat.
Dit hoeft niet zo te zijn. Ik wil er graag mee beginnen dat dit ooit anders was en ook echt anders kan. Ik wil u allen vragen hoeveel van u de naam kennen van één ambtenaar die ze de rest van hun leven nooit meer zullen vergeten? Nóóit meer zullen vergeten. Ik ken die wel. Het is mevrouw Nanninga uit Uithuizen. Ik kom uit een gezin van vier kinderen: één zus, twee broers en ik. Ik ben de jongste. Mijn vader komt uit Rotterdam, was vrachtwagenchauffeur, meubelmaker, werkte in een bejaardentehuis, in de bouw, als timmerman en op het laatst als scheepstimerman in Zoutkamp. Mijn moeder komt uit Bordeaux, heeft een talenknobbel en leerde snel heel goed Nederlands — het accent kun je af en toe nog wel een beetje 'oren. We hadden niet heel veel, maar we hadden ook niet te weinig. We gingen ieder jaar op vakantie. Daar werd hard voor gewerkt en daar werd geld voor opzijgezet. Bij mijn ouders heb ik op één moment geldzorgen gezien; slechts één moment. Dat was toen mijn ouders uit elkaar gingen, want er veranderde heel veel. Ik woonde met mijn broers bij mijn moeder. Mijn zus was net het huis uit. Mijn moeder was als docente naast de opvoeding van drie kinderen een opleiding begonnen tot tolk en vertaalster, een opleiding van vier jaar. Ze ging het in twee jaar doen. Ze had een talenknobbel.
Maar toen ging de wasmachine kapot. Dat is een kleine ramp in een huis met drie jongens op het platteland, waaronder ik. Ik denk dat ik iedere dag een kletspoot had. Een kletspoot — een natte schoen omdat je in een sloot hebt gestaan. Mijn moeder wist even niet meer hoe het moest die dag. Het is de eerste en enige keer dat ik in mijn moeders ogen heb gezien dat ze niet wist hoe ze dit moest oplossen. Moest ze meer gaan werken? Dat zou betekenen dat ze de studie moest afbreken. Voor haar studie had ze gelukkig als tolk/vertaalster contact gehad met mevrouw Nanninga. Mevrouw Nanninga luisterde heel goed naar het verhaal van mijn moeder en voor het einde van de week had mevrouw Nanninga geregeld dat er een nieuwe wasmachine in huis stond. Probleem opgelost. Even lucht. Mijn moeder heeft haar opleiding als tolk/vertaalster niet in vier jaar, niet in twee jaar, maar in één jaar afgerond. Op een cruciaal moment, toen het echt nodig was, was daar mevrouw Nanninga: de vertegenwoordiger van de overheid die naast ons stond, die niet wegkeek, die zich niet teruggetrokken had, die ons niet wantrouwde, die luisterde en die ons vooruit hielp — die ons vooruit hielp.
Een politiek en een overheid die aan jouw kant staat, die voor vooruitgang kiest. Nederland. Nederland, dat land dat prat gaat op zijn redelijkheid, is voor steeds meer mensen een onherkenbaar land geworden. Voor grote groepen mensen is vooruitgang ver weg. De ongelijkheid is groot. Het besteedbaar inkomen van huishoudens stijgt al 40 jaar nauwelijks. Wonen, zorg, energie, vervoer en voedsel: het zijn in theorie sociale grondrechten, maar in praktijk steeds vaker privileges. En nu? En nu? Nu worden de huren wéér verder verhoogd. Steeds verder verhoogd. En nu? Nu worden de boodschappen steeds duurder. Wéér duurder. En nu? Nu gaat de energierekening door het dak. De brandstofprijzen bereiken een recordhoogte. Het openbaar vervoer is duur en onbereikbaar. Het eigen risico wordt opnieuw verhoogd. Door de stijgende inflatie zal de betaalbaarheidscrisis zich steeds verder gaan verdiepen voor mensen.
Wie vooruitgang wil, moet keuzes maken die Nederland betaalbaar maken. Niet minder afbraak, maar vooruitgang voor gewone mensen. Dát moet het doel zijn. Dat vraagt om een politiek, om een overheid, die aan jouw kant staat. Dit minderheidskabinet zegt wel samen te willen werken, maar met wie wilt u eigenlijk samenwerken? Dat is de vraag. En met welke belangen, voor welke vooruitgang, voor wie? Wie wil samenwerken, moet wel luisteren. Nu luistert het kabinet wel naar oud-ASML-topman Wennink, die in zijn periode de winstbelasting van 35% zag dalen naar 25%. De man schurkt nu, met een geschat vermogen van 100 miljoen euro, tegen de Quote 500 aan. Hij noemde Nederland lui, dom en zelfgenoegzaam, maar zijn plannen en ideeën kregen hier héél veel steun: meer publiek geld naar private winsten, minder werknemersrechten, minder sociale zekerheid en minder zorg. Wat is er toch goed naar de heer Wennink geluisterd!
Gisteren had ik Camiel mee als gast naar Prinsjesdag. Camiel is 20 jaar. Hij werkt in een autowasstraat, studeert journalistiek, moet tot zijn 72ste werken, krijgt een hoger eigen risico van €455, woont nog thuis omdat de huren te duur zijn, en Camiel heeft een brief gekregen voor de opkomstplicht. Er wordt nogal veel van Camiel gevraagd, maar er wordt niet naar hem geluisterd. Wel naar Wennink, niet naar Camiel van 20 jaar. Wel naar het grote geld, niet naar Camiel en ál die andere mensen voor wie een goed leven onbetaalbaar is geworden. Aan wiens kant staat u eigenlijk, vraag ik de premier.
Dit minderheidskabinet zegt wel samen te willen werken, maar met wie wilt u eigenlijk samenwerken? Dat is de vraag. En met welke belangen, voor welke vooruitgang en vooruitgang voor wie? Want wie wil samenwerken, moet wel luisteren. Heeft u ze gezien? Heeft u ze gehoord? Al die mensen die ons land draaiende houden: de buschauffeurs, de machinisten, de schoonmakers, de bouwvakkers, de mensen in de havens, in de chemie, in de metaal, in de industrie, verenigd in vakbonden, verenigd in strijd tegen uw afbraak van sociale zekerheid, tegen uw afbraak van de zorg. Zij willen geen afbraak. Zij eisen vooruitgang. Heeft u ze wel gezien? Heeft u ze wel gehoord? Waarom houdt u dan zo halsstarrig vast aan de bezuinigingen op de sociale zekerheid? U laat alle bezuinigingen staan of schuift ze naar voren en dan wordt de sociale zekerheid niet nu, maar straks van al die hardwerkende mensen afgepakt. Dat is geen samenwerking. Dat is tegenwerking. Mijn vraag is dan ook: aan wiens kant staat u eigenlijk?
Heeft u ze gezien? Heeft u ze gehoord? Onze zorgverleners in de ziekenhuizen, in de thuiszorg, in de gehandicaptenzorg, in de ouderenzorg, in de kraamzorg, in de ggz, in de dak- en thuislozenzorg? Hoort u hun verhalen over hun zorgen over onze kinderen, onze jongeren, onze ouderen, zieken en gehandicapten? Zij geven al jarenlang aan dat er niet nog meer bezuinigd kan worden op de zorg. Heeft u ze gezien? Heeft u ze gehoord? Waarom houdt u dan zo halsstarrig vast aan de bezuinigingen op onze zorg? U laat de bezuinigingen allemaal staan of u schuift ze naar voren en dan wordt de zorg niet nu, maar straks van alle mensen afgepakt. Dat is geen samenwerking. Dat is tegenwerking. En mijn vraag is dan ook: aan wiens kant staat u eigenlijk?
Dit minderheidskabinet zegt samen te willen werken. Heb ik dit herhaald of niet? Dit heb ik namelijk de hele dag gehoord, heel veel samenwerking. Vervolgens blijkt het een lege huls te zijn. Met wie wilt u eigenlijk samenwerken? Dat is de vraag. En met welke belangen, voor wie? Voor wie is dan de vooruitgang? U luistert namelijk niet naar werkend Nederland. U luistert niet naar onze zorgverleners. Waar u wel naar luistert, is naar Trump. Iets meer dan een jaar geleden werd hij hier onthaald, met een NAVO-top waar hij werd ontvangen als een koning. Het leek wel een soort Oscaruitreiking, met rode lopers en een vergelijkbare verslaglegging. En voor wie het niet doorhad: het extra geld voor de militarisering en de Trumpnorm is ruim 19 miljard euro, extra. En dat is een-op-een de bezuiniging die dit kabinet wil doorvoeren in de zorg, in de sociale zekerheid en met een hogere inkomstenbelasting. Bijna alle partijen in deze Kamer hebben geluisterd naar Trump en klakkeloos ingestemd met zijn norm, met als gevolg: afbraak van onze zorg, afbraak van onze sociale zekerheid en een extra belasting op de inkomens van hardwerkende mensen. Er wordt dus wel geluisterd naar Wennink en niet naar Camiel en al die andere mensen voor wie een goed leven onbetaalbaar is geworden. Aan wiens kant staat u eigenlijk? Er wordt dus wel goed geluisterd naar Trump en niet naar onze zorgverleners en al die andere mensen die ons land draaiende houden. Aan wiens kant staat u eigenlijk?
Op een cruciaal moment, toen het echt nodig was, was daar mevrouw Nanninga, de vertegenwoordiger van een overheid die naast je stond, die niet wegkijkt, die zich niet terugtrekt, die niet wantrouwt, die luisterde en mensen vooruithielp. Een politiek en een overheid die aan jouw kant staan. Want mensen vragen echt geen gouden bergen, maar wel een politiek die ingrijpt als de brandstofprijzen onbetaalbaar worden. 80% van de mensen wil dat u ingrijpt. Mensen vragen niet om veel, maar wel om een politiek die ingrijpt als de energierekening door het dak gaat. 80% van de mensen vond het een grove fout dat onze elektriciteitsbedrijven werden geprivatiseerd. Ze vragen om een politiek die ingrijpt als de boodschappenprijzen steeds verder blijven stijgen. 75% van de mensen wil dat u ingrijpt op de prijzen. Mensen willen dat u ingrijpt als mensen zorg mijden omdat ze het niet kunnen betalen. 80% van de mensen vond het een grove fout dat onze zorg geprivatiseerd werd. Mensen vinden dat het openbaar vervoer te duur en onbereikbaar is en willen dat u ingrijpt. 80% van mensen vindt het een grote fout dat ons openbaar vervoer geprivatiseerd en uitverkocht is. Mensen vragen geen gouden bergen, maar een politiek die aan hun kant staat. Het zogenaamde pragmatisme van dit kabinet is gevaarlijk, want het laat de grootste vermogens en bedrijfswinsten ongemoeid. Het verhoogt de belasting op werk en het verlaagt de belasting op vermogen, waardoor de inkomens achterblijven en de betaalbaarheidscrisis van mensen verdiept.
Beste premier Jetten, aan wiens kant staat u eigenlijk? Wiens belangen dient u? Voor wie wilt u vooruitgang? Bent u de premier voor bedrijven die recordwinsten maken? Bent u de premier voor de mensen met de hoogste inkomens, die meer hypotheekrenteaftrek krijgen? Bent u de premier voor de wapenindustrie, die haar beurskoersen ziet stijgen door uw miljardenmilitarisering? Bent u de premier voor de oliebedrijven, die de afgelopen drie maanden 80 miljard euro winst hebben gemaakt? Bent u de premier voor de grootste vermogens, waarvan u helemaal niets meer vraagt? U bent nu namelijk niet de premier die aan de kant staat van de mensen die ons land draaiende houden. Niet de premier voor de werkers in haven, bouw- en metaal, zorg, schoonmaak, industrie, chemie en openbaar vervoer. Niet de premier voor de mensen die zorg nodig hebben en het nu niet kunnen betalen. Niet de premier voor mensen die pech hebben en ziek of arbeidsongeschikt worden. Niet de premier die de betaalbaarheidscrisis voor mensen wil oplossen. Niet de premier voor de mensen en kinderen die nu in armoede leven.
De SP wil vooruitgang. Wij willen heel graag samenwerken aan vooruitgang in plaats van afbraak, samen met al die mensen die ons land draaiende houden. Ze zijn zichtbaar. Als nooit tevoren, zou ik bijna willen zeggen. Ze zijn zichtbaar. Het zijn mensen die geen stilstand willen, geen afbraak, maar zekerheid, zorg en vooruitgang. Dat verdienen zij. Wij staan aan hun kant. Dat is onze coalitie, een tegenbeweging waaruit het sociale alternatief voor dit kabinet zal groeien.
Voorzitter, dat zijn kleine dingen die ik van mevrouw Nanninga heb geleerd.
Dank u wel.
Uitspraken Jimmy Dijk, 16 sep