Commissiedebat · woensdag 1 juli 2026
Bouwregelgeving
Elanor Boekholt-O'Sullivan
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Dan begin ik met de vraag van mevrouw Beckerman: hoe staat het met de plannen rondom schimmel en vocht? Zoals eerder besproken kennen schimmel en vocht meerdere oorzaken: bouwtechniek, grondwaterstanden en een gebrek aan ventilatie. Er is geen nationale blauwdruk die alle oorzaken in één keer wegneemt, zoals eerder gezegd. De verhuurder is verantwoordelijk. In de Nationale Prestatieafspraken hebben corporaties zich gecommitteerd aan de belofte om vocht- en schimmelproblematiek serieus aan te pakken. Dit wordt geholpen door de Wet goed verhuurderschap. Tijdens een debat nog niet heel lang geleden heb ik toegezegd dat ik zou kijken of de Awaab's Law uit Engeland toegevoegde waarde zou kunnen hebben in Nederland. Ik heb beloofd de Kamer daarover aan het eind van het jaar te informeren.
Dan de vraag van de heer De Hoop over nestgelegenheden. Hij vroeg: waarom gebeurt dit bij de utiliteitsbouw niet gelijk bij alle woningen? Het is niet voor woningen ingediend, omdat dat extra bouwkosten met zich meebrengt. Gemeenten mogen dus geen neststenen in woningen eisen. Het voorstel om nestgelegenheid in utiliteitsbouw te verplichten in het Bbl is naar de Raad van State gestuurd. De internetconsultatie over de voorgestelde wijzigingen wordt nu verwerkt. Afhankelijk van de reactie op de Bbl-wijziging van de Afdeling advisering van de Raad van State verwacht ik dat de regels per 1 juli 2027 in werking kunnen treden. Dat is een deel van het antwoord. Het andere deel van het antwoord betreft natuurlijk de kosten die hiermee gemoeid zijn. Wegen die op tegen de vraag of je de nestkasten ook in andere bouw kunt doen? Er zijn best een hoop extra eisen. Zo'n nestkast mag niet bij deuren, niet bij ramen en niet bij bewegende delen. We zijn dus tot de conclusie gekomen dat we het niet moeten verplichten. Dat wil niet zeggen dat een bouwer dit niet gewoon kan meenemen in zijn of haar plannen.
Dan de vraag van de heer De Hoop of ik weet dat er, naast in Zeist, meer galerijflats uit de jaren zestig en zeventig zijn waar instorting van balkons en galerijen dreigt. Die informatie heb ik niet. Eind 2015 is een onderzoeksplicht ingesteld door de toenmalige bewindspersoon Blok. Deze onderzoeken dienden voor 1 juli 2017 te zijn afgerond. Het toezicht daarop is als taak belegd bij de gemeenten.
Dan de vraag van de heer Mooiman over de bestaande voorraad en de slechte kwaliteit. Ook hiervoor geldt dat dit vooral speelt tussen huurders en verhuurders. We hopen echt — en moedigen mensen daartoe aan — om hiermee naar de Huurcommissie te gaan. Ik begrijp dat dit uiteindelijk leidt tot een aanpak die leidt tot een lagere huur. Daarmee is de problematiek niet opgelost, maar uiteindelijk moet de problematiek wel opgelost worden. Het helpt ook als mensen hierover durven te klagen, want niet de huurder hoeft zich te schamen voor het wonen in een vocht- en schimmelwoning. De verhuurder zou dat moeten doen indien het te maken heeft met hoe het huis wordt onderhouden. Ik blijf hen dus aanmoedigen om dit te doen. Ik kan alle hulp hierbij gebruiken, want met heel veel meldingen bij de Huurcommissie wordt het een patroon, waarop ook weer geacteerd kan worden.
Dan de vraag van de heer Nobel of ik al een tipje van de sluier kan oplichten over Beter Benutten. Het eerste tipje had ik al opgelicht op 20 april. Dat was de Landelijke Aanpak Beter Benutten die ik u heb toegestuurd. Daarin zeggen we dat er 15.000 woningen moeten worden gerealiseerd door de bestaande voorraad beter te benutten. Ik maak splitsen en optoppen makkelijker. Een dezer dagen krijgt u van mij een brief over hoe ik dat precies ga doen. Ik ben nog de laatste pen-and-ink changes aan het doorvoeren. Ook het wetsvoorstel Hospitaverhuur, dat een beoogde inwerkingtreding heeft van 1 januari 2027, gaat ervoor zorgen dat woningdelen via hospitaverhuur makkelijker en ook aantrekkelijker wordt. Beter Benutten wordt onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma dat wordt opgeleverd in 2027. We hebben al tien koplopergemeentes, die sinds 1 januari 2026 aan de slag zijn en die daarin ook echt succesvol zijn. De rest leest u in de brief die u een dezer dagen krijgt.
Dan de vraag van mevrouw Steen en de heer Nobel over wat ik ga doen tegen mensen die eindeloos procederen en dat soms ook wel doen om er geld mee te verdienen. Ik deel deze zorg. Ik ken niet alle voorbeelden die u gaf, maar ik geloof ze wel allemaal. Er zijn er ongetwijfeld nog veel meer waarin dit gebeurt. De vraag is wat nu de beste methode is om daar iets te tegen te doen. Een van de dingen die sowieso moet gebeuren, is een snellere afhandeling van de bezwaar- en beroepsprocedures. In de Wet regie, die vandaag ingaat, is die versnelling voorzien, met één gang naar de rechter en een versnelde behandeling. Daarnaast zien we dat op gemeenteniveau de termijnen niet worden gehaald. Het gaat ruim over de wettelijke termijnen heen. In het programma Uitvoeringskracht Woningbouw nemen we een aanpak op voor versnelling van bezwaarprocedures. Ik moet ook met de gemeentes in gesprek over hoe belangrijk het is dat ze de termijnen halen, waardoor we met elkaar de versnelling beter kunnen behouden. Daarnaast helpt het als de bouwende partijen vaker starten met bouwen tijdens de bezwaarprocedure, na een quickscan van de risico's. Dat gebeurt in de praktijk steeds vaker. Wij hopen ook dat de bedrijven die dat durven en toch doorbouwen, dat ook delen met andere bouwbedrijven zodat die dat na het wegen van de risico's ook aandurven.
Dan de vraag van mevrouw Beckerman over de isolatiestandaard. Die valt niet onder de bouwregelgeving, maar is wel belangrijk. We zetten met de isolatiestandaard in op betere isolatie en ventilatie van woningen. De isolatiestandaard wordt aangepast zodat die beter toepasbaar is. Daarbij wordt voorkomen dat maatregelen nodig zijn die relatief duur zijn maar weinig besparing of comfortverbetering opleveren. Ik doe dit om het isoleren van woningen te stimuleren door te richten op haalbare en betaalbare maatregelen.
Dan de vraag van de heer De Hoop over natuurvriendelijk isoleren met het soortenmanagementplan. Voor het opstellen van het soortenmanagementplan kunnen gemeenten gebruikmaken van de SPUK natuurvriendelijk isoleren en de SPUK Lokale Aanpak Isolatie. We zijn samen met de medeoverheden aan het verkennen op welke manier we het SMP kunnen optimaliseren zodat er sneller meer SMP's kunnen worden opgesteld.
Dan de vragen van de heer Nobel over ditzelfde onderwerp. Op welke termijn komt het? Als het elk jaar is, is dat dan effectief? Ben ik bereid om dieren te verplaatsen? Ik erken dat gebiedsgerichte omgevingsvergunningen een robuuste manier zijn om om te gaan met soortenbescherming en isolatie. Heel veel gemeentes zijn daar ook al mee aan de slag, maar het kost wel veel tijd om ze op te stellen. Provincies zijn het bevoegd gezag en gaan over het verlenen van vergunningen en het beoordelen van SMP's. We zijn samen met de medeoverheden aan het verkennen op welke manier we het SMP kunnen optimaliseren zodat er sneller meer SMP's kunnen worden opgesteld. Onderdeel van de SMP's is dat er alternatieve verblijfsplaatsen voor deze diersoorten komen. Dat is dus het antwoord. Zijn we bereid om dieren te verplaatsen? Dat zou onderdeel moeten zijn van een SMP.
Dan de vraag van mevrouw Steen over versneld evalueren van de Wkb. De monitor is in 2025 aan uw Kamer toegezonden. Daarin heb ik aangegeven dat we na de tussenevaluatie in 2026 een wetsevaluatie gaan uitvoeren. Alle partijen — dat zijn de VNG, de Vereniging Bouw- & Woningtoezicht en de bouwende partijen — hebben daarbij bevestigd dat we pas conclusies zullen trekken nadat de wetsevaluatie is uitgevoerd. Daar wil ik graag aan vasthouden.
Dan de vraag van de heer Clemminck over het uitfaseren van EFG-labels. De concept-wijzigingsregeling voor het uitfaseren van EFG is eind 2025 in consultatie gebracht. De reacties zijn verwerkt. De aangepaste versie zal rond de zomer naar uw Kamer worden gestuurd. Daarin wordt uitgebreid ingegaan op de effecten en de haalbaarheid van deze opgave.
Dan de vraag van de heer Clemminck over de WLC-GWP-weegfactor en de levensduur van 120 jaar. De rekenperiode van 50 jaar is voorgeschreven door de Europese Unie. Ik mag hier niet van afwijken. Tegelijkertijd herken ik het probleem dat bouwproducten met een lange levensduur hierdoor worden benadeeld. Deze rekenmethode is onderdeel van de zogeheten routekaart WLC-GWP. Dat is de Whole Life Cycle Global Warming Potential, de opwarming van de aarde. Ik ben nu nog bezig met de uitwerking van deze routekaart. Bij de voorbereiding betrek ik alle partijen uit de bouw die deze zorg hebben. Bij de uitwerking van de routekaart zoek ik een balans tussen de volgende beleidsdoelen: klimaatneutraliteit van nieuwbouw in 2050, CO2-reductie op korte termijn en circulariteit op lange termijn. Circulariteit op lange termijn wordt bijvoorbeeld gerealiseerd door producten met een lange levensduur. Ik heb toegezegd dat ik de routekaart aan uw Kamer zal aanbieden voordat deze uiterlijk 1 januari 2027 wordt aangeboden aan de Europese Commissie. Verder is de bouwregelgeving in haar aard materieelneutraal. Ik kijk naar de milieu-impact van materialen en niet naar de materialen zelf.
Dan ben ik er, denk ik.