Commissiedebat · woensdag 1 juli 2026
Bouwregelgeving
Elanor Boekholt-O'Sullivan
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Dank je wel. Vandaag spreek ik voor het eerst met u over bouwregelgeving. Ik constateer dat dit een onderwerp is dat leeft. Ik heb diverse positionpapers en rapporten van verschillende stakeholders voor de rondetafelconferentie gezien en gelezen, met veel denkrichtingen en suggesties om thema's aan te pakken. U verwees daar al naar. Ik zie daarin relatief veel overlap met de beleidsagenda bouwregelgeving, die ik op uw verzoek heb gedeeld met de Kamer. Dat geeft mij het beeld dat we in Nederland op het goede spoor zitten.
De technische eisen waaraan bouwwerken in Nederland moeten voldoen, zijn sinds 1992 landelijk vastgelegd, eerst in het Bouwbesluit en sinds 2024 in het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Bbl. Sinds 1992 is er ook al veel gewijzigd. Zo is de nieuwbouw aardgasvrij geworden, wordt er veel minder energie verbruikt, is de milieudruk van gebouwen relevant geworden, zijn regels voor de brandveiligheid van woongebouwen aangescherpt, zijn vluchtroutes verduidelijkt en is de nieuwbouw veel toegankelijker. Maar er is nog veel meer natuurlijk. Landelijke uniforme regels zorgen voor een gelijk speelveld dat de bouw vooraf zekerheid geeft over de kwaliteit die minimaal vereist is, of het nu in Noord-Holland of in Zeeland is. Vooral daarom heb ik gemeenten er recent nog toe opgeroepen om te stoppen met het stellen van eisen die boven op de landelijke regels komen, niet alleen omdat dit wettelijk niet is toegestaan, maar vooral omdat het contraproductief is en het de woningbouwopgave, waar we gezamenlijk voor staan, niet helpt.
Om de vele woningzoekenden te helpen, zetten we vol in op industrialisering. Daarbij zijn uniformering en standaardisatie een noodzaak. Tegelijkertijd roepen diverse stakeholders ertoe op om de minimumeisen in het Bbl te verhogen om toekomstbestendige gebouwen te realiseren. Die wil ik zorgvuldig beoordelen. De wensen begrijp ik goed, maar het effect daarvan moet gewogen worden tegen de grootste opgave in het woningbouwbeleid en dat is het toevoegen van woningen. Ook zie ik een roep van met name de medeoverheden en de brandweer om de grondslagen van het Bbl te ijken, vooral op het punt van brandveiligheid, om te bezien in hoeverre ze nog passen bij de maatschappelijke ontwikkelingen de bouwtechniek. Met beide ga ik aan de slag, zoals in de beleidsagenda bouwregelgeving is opgenomen.
Onze landelijke regels zorgen voor een veilige, gezonde, duurzame en bruikbare gebouwenvoorraad. Dat wil niet zeggen dat de regels in beton gegoten zijn. Nieuwe Europese regels, de nieuwe toepassing van biobased materialen, de verduurzamingsopgave, de vergrijzing en langer thuiswonende ouderen: al deze maatschappelijke veranderingen maken dat mijn ministerie continu werkt aan het aanpassen en moderniseren van de bouwregels. In de ijking van de grondslagen, met name als het gaat om brandveiligheid, laat ik hier uitdrukkelijk naar kijken. Samen met de implementatie van de EPBD IV zijn dit de komende tijd de belangrijkste aandachtspunten, waarvoor we gezamenlijk aan de lat staan.
Kortom, alleen met duidelijke en voorspelbare regels kunnen we tempo maken in de woningbouw. Iedere extra lokale technische eis, iedere afwijkende norm en iedere onnodige stapeling vertraagt uiteindelijk de bouw van woningen en verhoogt de kosten. Daarom hou ik vast aan landelijke uniformiteit waar dat moet en modernisering waar dat nodig is. De effecten van deze moderniseringsslag op de woningbouwopgave zal ik uiteindelijk samen met uw Kamer wegen. Toekomstige aanpassingen van het Bbl moeten primair daaraan bijdragen.
Ik begin met het mapje moderniseren en vereenvoudigen. Ik begin met de vraag van de heer Van Asten, die vroeg of ik het ermee eens ben dat we aan de slag moeten met het aanpakken van het systeem als geheel. In de beleidsagenda bouwregelgeving, die ik uw Kamer recent heb toegezonden, beschrijf ik mijn inzet op onder andere deze modernisering en vereenvoudiging. Ik heb aangegeven dat ik ook naar het Bbl zal kijken en dat waar nodig zal actualiseren. Ik bespreek met het IPO en de VNG hoe we dit gezamenlijk kunnen oppakken om ervoor te zorgen dat het draagvlak heeft als we het hebben opgeschreven. Voor een fundamentele stelselherziening met een nieuw besluitvormingsproces zie ik op dit moment nog geen aanleiding.
Dan de vraag van de heer Van Asten over nieuwe innovaties. Ik ben altijd voor nieuwe innovaties, zeker als ze voldoen aan dezelfde kwaliteit die we nu met elkaar hebben afgesproken en als ze passen bij gelijkwaardigheid. Dat komt er kortweg op neer dat een bepaalde oplossing kan worden toegestaan ook al voorzien de bestaande normen en regels daar nog niet in. Het is aan de initiatiefnemer om aan te tonen dat met die oplossing de kwaliteit wordt bereikt die de bouwregelgeving beoogt. In aanvulling daarop kan met de zogenoemde Erkende Kwaliteitsverklaringen worden ingespeeld op innovaties.
Dan de vraag van de heer Van Asten of ik met een schriftelijke reactie wil komen op het TNO-rapport. Ja, dat heb ik op 28 mei toegezegd en dat ga ik ook doen. Ik ben daarover in gesprek met de VNG en het IPO, omdat het rapport op hun verzoek is opgesteld. Ik wil vooral kijken waar er overlap is met de beleidsagenda bouwregelgeving. Ook kijk ik naar de uitgangspunten en de ijking van de uitgangspunten van het Bbl. Maar kort: ja, u krijgt een schriftelijke reactie.
Dan de vraag van mevrouw Steen over de vereenvoudigingswet. Zij zei dat het geen jaarlijkse schraplijst moet worden. Ik zie zelf ook het voordeel van werken in tranches, omdat je daarmee een bepaalde stabiliteit organiseert voor degene die het moet gaan uitvoeren. Bij de jaarlijkse vereenvoudigingswet gaat het dus niet enkel om schrappen, maar gaat het voornamelijk om vereenvoudiging en het verlagen van de lastendruk in brede zin. Hierbij is uitdrukkelijk oog voor de maatschappelijke impact en de lastendruk voor bedrijven, burgers en uitvoerders. Uw Kamer wordt na de zomer over de vereenvoudigingswet geïnformeerd.
Dan de vraag van de heer Mooiman over de EU-regels. Zowel bij Europese regels als bij onze eigen regels zal ik te allen tijde de afweging maken tussen het doel van de regel, zoals veiligheid, gezondheid en duurzaamheid, en de kosten en lasten die deze nieuwe regel met zich meebrengt. Uitgangspunt daarbij is dat waar Europa ons verplicht regels te stellen, deze zonder nationale kop moeten worden geïmplementeerd. Hiermee wordt nadrukkelijk voorkomen dat er sprake is van dubbele regelgeving.
Dan de vraag van mevrouw Steen over hoe we voorkomen dat typegoedkeuring blijft steken bij grondgebonden woningen in de eerste gevolgklasse. Typegoedkeuring van grondgebonden conceptwoningen wordt al toegepast met de Erkende Kwaliteitsverklaringen. Dit is binnen het EKV-stelsel ook mogelijk met gestapelde woningbouw. Op dit moment werken enkele bouwers, fabrikanten, eraan om geïndustrialiseerde gestapelde woningbouw te laten certificeren, zodat deze met een EKV gerealiseerd kunnen worden. Dit stimuleren we natuurlijk van harte. Ik ben onlangs ook op bezoek geweest om te zien hoe dat gaat en wat ons dat straks oplevert. Wat mij betreft is dit een initiatief dat nu even tijd kost, maar ons straks heel veel tijdwinst kan gaan opleveren.
Dan de vraag van mevrouw Steen over de fast lane. Typegoedkeuring van conceptwoningen alsook van flexwoningen is nu al mogelijk met de Erkende Kwaliteitsverklaringen. Er worden nu al ervaringen opgedaan met typegoedkeuring in de industriële fast lane van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. We stimuleren de markt om bij industriële bouw te werken met deze EKV's. Ten slotte wil ik de melding en vergunning voor de technische bouwactiviteit schrappen voor woningen met een volledig dekkende EKV. Ook dat moet weer leiden tot de gewenste versnelling en versimpeling.
Dan de vraag van de heer Nobel over STOER. Hij zei dat dat niet moet leiden tot een nettotoename van bouwregels. Op korte termijn wordt uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van STOER en de vereenvoudigingsaanpak. Ik heb in eerdere debatten al aangegeven dat ik daar gewoon mee doorga, met name met de dingen die ons gaan helpen bij onze opgave. In die aanpak zal ik ingaan op hoe ik de vereenvoudiging verder wil vormgeven. Vereenvoudiging gaat over het schrappen van regels en het verminderen van regeldruk, maar vereenvoudiging gaat ook over versimpeling en verduidelijking om de realisatie van de opgave te versnellen. Het is niet ondenkbaar dat dat tot een regel zou kunnen leiden, maar alleen als dat nodig is om de versnelling te kunnen accommoderen. Ik zou liever tegen u zeggen dat er nooit meer regels bij komen, maar de helft van de week word ik gebeld door mensen die vragen of een bepaalde regel weg mag, en de andere helft van de week word ik gebeld door mensen die vragen of ik wil kijken naar een bepaalde regel die erbij zou moeten komen.
Dan ga ik door naar het mapje brandveiligheid.