Commissiedebat · woensdag 1 juli 2026
Bouwregelgeving
Elanor Boekholt-O'Sullivan
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Dat een oproep niet altijd wordt opgevolgd, is niet anders dan thuis, zou ik bijna zeggen. Dat geldt overigens ook voor mij. Ik zou willen dat het leven zo eenvoudig was dat, als ik zeg "dit gaan we niet meer doen; sterker nog, we hebben geregeld dat het niet mag", iedereen dan zegt: o, het mag niet, dus we doen het niet. Helaas is dat niet het geval. Dat is ook wat de heer Nobel zegt.
Ik heb laten uitzoeken welke instrumenten ik heb om daarop te kunnen acteren. Dat zijn er gewoon niet heel erg veel. In mijn instrumentenkist zit dat ik kan gaan praten en nog een keer kan gaan praten. Eerder hebben we in de sector met elkaar afgesproken dat bouwers gebruik zouden maken van het meldpunt. Als er bovenwettelijke eisen worden gesteld, zouden zij dat daar aangeven. Zij zouden dat melden en wij zouden dan op basis van die meldingen het gesprek daarover kunnen voeren. In de praktijk zien we echter dat er niet zo veel gemeld wordt. Dat is niet omdat het niet gebeurt, maar omdat vanuit de bouwwereld terugkomt dat het een negatieve impact heeft op wie welke opgave uiteindelijk krijgt toebedeeld. Het is dus gewoon een businessmodelafweging die een bouwer maakt: ga ik hier wel of geen melding van maken?
Ik kan vanuit het Rijk tegen de gemeentes en provincies zeggen: wilt u zich houden aan wat we wettelijk met elkaar hebben afgesproken, dus wilt u geen bovenwettelijke eisen stellen? We kunnen tegen de bouwers zeggen: wilt u alstublieft niet gaan bouwen als het bovenwettelijk is en wilt u bovenwettelijke eisen melden, zodat wij er iets mee kunnen? Maar als dat allemaal niet gebeurt, zitten we met de situatie dat er ergens gebouwd wordt met bovenwettelijke eisen, waarbij vervolgens later wordt opgeleverd en het duurder is. Ik denk dat we daar de streep zouden moeten trekken.
Er kunnen straks situaties ontstaan waarin een gemeente zegt: ik lever het nog steeds in het zelfde jaar af en het is ook niet duurder geworden, want wij werken met een bouwer die dat al helemaal geïndustrialiseerd heeft of die daar een versnelling op heeft, waardoor hij of zij een hogere kwaliteit kan leveren. Het effect daarvan — ik ga afronden — is dat bouwbedrijven die dat nog niet in portefeuille hebben, niet meer mee kunnen doen. Er gebeurt dus ook nog eens iets met het speelveld. Dan kun je zeggen "dat is jammer voor die bedrijven", maar dat zijn vaak de kleinere bedrijven en we hebben iedereen in de bouw nodig, niet alleen voor het bouwen van huizen, maar ook voor de infrastructuur en al die andere bouwopgaves die er zijn.
Het zit nu dus zo. Eén: we hebben iets met elkaar afgesproken. Twee: het is wettelijk verankerd, dus "u zult niet". Drie: we kunnen de bouwers vragen om het te melden als ze zien dat daar toch iets gebeurt. Als dat allemaal niet werkt, is de vraag wat ik dan nog kan doen anders dan voortdurend het gesprek blijven voeren met de oproep om dit echt niet te doen, omdat het ten koste gaat van de hoeveelheid woningen die we in een jaar kunnen produceren.