Voorzitter. Sudan is een klassiek voorbeeld van een failed state. Door hebzucht en macht gedreven terroristen, milities en machthebbers hebben er een ongekende puinhoop van gemaakt, met rampzalige gevolgen voor de burgerbevolking, want die is het grootste slachtoffer van deze ellende. De regeringsbrief gaat in op de vreselijke situatie in Sudan en wemelt, kan ik wel zeggen, van de goede bedoelingen. Er is veel aandacht voor dit conflict. Het in beleidsbrieven magische woord "aandacht" komt zelfs vier keer voor in de brief van de minister, maar aandacht en goede bedoelingen alleen brengen geen stabiliteit en vrede in Sudan, in ieder geval niet als ze van Nederland afkomstig zijn. Nederland heeft immers geen enkele invloed op het verloop van het conflict. Nederland zou dat moeten erkennen volgens ons, in plaats van tijd en moeite te steken in praatclubs die dromen over een zogenaamde duurzame oplossing voor Sudan.
Voorzitter. De situatie in Sudan ís vreselijk, maar mijn fractie stelt zich op het standpunt dat de oorlog in Sudan niet onze oorlog is en dat Noordoost-Afrika ook niet onze achtertuin is. Zoals ik al zei, gaat een oplossing ook niet komen uit Den Haag en ook niet uit deze commissiezaal. Die moet komen van de landen uit de regio en van andere landen die betrokken zijn bij dit conflict. Daarbij kunnen we met name denken aan de rijke Golfstaten, zoals Saudi-Arabië en de Emiraten, maar ook aan Egypte, Rusland, China, Turkije en Iran, die naar verluidt ook een rol spelen in dit conflict. Deze landen zijn elk op hun eigen manier betrokken bij het conflict, kennen de regio en zijn wat ons betreft verantwoordelijk, ook wat betreft de humanitaire situatie. Om hulp te bekostigen moet men naar de Golfregio kijken, waar het geld tegen de plinten op klotst, zeker met de huidige hoge olieprijzen. De PVV blijft mede daarom tegen elke vorm van ontwikkelings- en noodhulp voor Sudan betaald door deze regering en dus door de Nederlandse belastingbetaler.
Toch trekt Nederland de portemonnee en meldt de minister in zijn brief zelfs trots dat Nederland een topvijfdonor is. Ook worden allerlei andere bijdragen gedaan aan organisaties zoals het World Food Programme en UNICEF. Dat dit ongeoormerkt plaatsvindt, vindt mijn fractie onbegrijpelijk. Hoe houdt Nederland dan controle op de uitgaven? Waar komen het Nederlandse geld en de hulpmiddelen terecht en, vooral, bij wie? In de brief staat namelijk ook — dat verbaast ons niets — dat nota bene de strijdende partijen ook controle uitoefenen op humanitaire organisaties. Daarom concreet de volgende vraag: hoe voorkomt Nederland dat ons geld belandt bij strijders van het Sudanese leger of de RSF? Helpen we met de voedselhulp niet onbedoeld allerlei oorlogsmisdadigers aan een volle maag? Graag een reactie.
Voorzitter. In plaats van hulpgeld in een bodemloze put te storten moet de regering zich wat ons betreft focussen op migratie. Dit is een van de belangrijkste thema's van onze tijd. De aantallen Sudanezen die nu naar Europa komen zijn nog niet torenhoog, maar de percentuele stijging is zorgwekkend. In 2025 kwamen er meer dan drie keer zoveel Sudanezen naar Europa als in 2024. Hoe verklaart de minister deze toename? Wat is de route die deze migranten afleggen en in hoeverre worden zij geholpen door hulporganisaties? Daar wil ik graag een antwoord op hebben, want Nederland moet daar alert op blijven. Wat mijn fractie betreft gaat de regering in allerlei internationale overleggen en in publiekscommunicatie over Sudan uitdragen dat Nederland potdicht blijft voor migranten uit dat land en dat opvang in de regio de enige oplossing is en blijft. De ontheemde Sudanezen mogen absoluut niet op drift raken door valse verwachtingen en desinformatie. Ceuta heeft ons geleerd wat er dan in korte tijd mis kan gaan.
Dank u, voorzitter.
Uitspraken Raymond de Roon, 10 sep