Dank, voorzitter. Demonstreren is een belangrijk grondrecht. Punt. Ieder jaar worden 6.000 demonstraties gehouden, waarvan de meeste rustig verlopen. 3% loopt uit de hand, maar omdat het aantal demonstraties de afgelopen jaren exponentieel is gegroeid, is ook het aantal demonstraties dat uit de hand loopt enorm gegroeid. We zien geweld, intimidatie van hulpverleners en het overtreden van de wet.
De incidenten lijken ook steeds heftiger te worden: bekladding, het bezetten van vitale infrastructuur als wegen en spoor, gewelddadige confrontaties met de politie of het verheerlijken van geweld. Een demonstratie is erop gericht aandacht te krijgen voor je zaak of je mening te verkondigen. De afgelopen jaren werd echter steeds minder vaak genoegen genomen met een plekje op het Malieveld of op de Dam. Er wordt naar extremere manieren gezocht om de boodschap over te brengen. Bij de effectiviteit durf ik overigens nog wel een vraagteken te plaatsen.
Demonstreren is ook echt wat anders dan doordrammen tot je je zin krijgt. Ook dat lijkt men steeds vaker te vergeten of te willen vergeten. Het demonstratierecht is geen vrijbrief om misbruik te maken en om strafbare feiten te plegen. Juist dat doet afbraak aan dit belangrijke recht. Om ons demonstratierecht te beschermen zullen we grenzen moeten stellen. Net als het vrije woord, waarvan ook mijn partij voorvechter is, is ook het demonstratierecht niet absoluut. We zullen moeten normeren.
Voorzitter. Ik ga naar de WOM. Dat is wat we vandaag bespreken: de Wet openbare manifestaties. Met de wijziging van de WOM zullen burgemeesters meer handvatten krijgen om in te kunnen grijpen. Daarmee zetten we een belangrijke stap. Ook lezen we dat de ministers voornemens zijn de strafbepaling van de WOM te herzien. Dat is belangrijk. Er zijn ook al belangrijke stappen gezet. Zo zijn er afspraken gemaakt met de gemeenten en het OM over het structureel vervolgen van bezetters van vitale infrastructuur.
Ik ga terug naar de herziening van de WOM. Het mag duidelijk zijn: van de VVD-fractie moeten een aantal punten worden aangescherpt. Is de minister bereid om hieraan voorrang te geven en het sturen van de WOM naar de Kamer te zien als hoogste prioriteit?
Zoals ik aan het begin van mijn bijdrage al duidelijk maakte: het recht om te demonstreren is een groot goed, maar te vaak wordt hiervan misbruik gemaakt om te rellen. Steeds vaker wordt demonstreren namelijk op gelijke voet gezet met je gelijk krijgen. Dat hebben we afgelopen week nog gezien in dit huis. Mevrouw Van der Plas gaf dat ook al aan. Geweld en intimidatie worden hierbij niet meer geschuwd. Wat de VVD betreft moet de wet daarop worden aangescherpt. Het is goed dat de ministers de Kamer al plannen hebben aangeboden in het kader van het verheerlijken van geweld en terrorisme. Ik hoop dat we die heel snel gaan bespreken. Wat ons betreft pakken we nu ook door op het bekladden van monumenten, herdenkingsmonumenten en met betrekking tot gezichtsbedekkende kleding.
Voorzitter. Als het gaat over gezichtsbedekkende kleding is het voor de VVD "nee, tenzij". Je staat voor je zaak zonder gezichtsbedekkende kleding, tenzij. Die "tenzij" kan bijvoorbeeld zijn dat je demonstreert tegen een regime waarbij die veiligheid belangrijk is.
Uitspraken Claire Martens-America, 10 sep