Dank u wel, voorzitter. Kent u het groene boekje van de Pensioenfederatie? Als voorbereiding op deze inbreng vandaag heb ik dat eens even goed bestudeerd. Ik ga mijn best doen om alle jargonwoorden, zoals invaren, risicodekking, deelnemers et cetera, niet te gebruiken — overigens is dat wel een uitdaging bij het woord "invaren" — omdat ik het juist zo belangrijk vind dat mensen snappen wat we hier vandaag bespreken. We zijn dit jaar en komend jaar getuige van een grote transitie van ons pensioenstelsel. Ongeveer de helft van de fondsen is inmiddels overgegaan naar het nieuwe stelsel. Ondanks dat er veel goed gaat, heeft mijn fractie nog wat zorgen over de voortgang en wil mijn fractie graag van de minister horen welke knelpunten zij ziet en welke acties er nodig zijn.
Daarbij wijst mijn fractie allereerst op de signalen van werkgevers met een pensioenregeling bij een verzekeraar, waarover al nadrukkelijk de alarmbel is geluid. Slechts een kleine minderheid van de ruim 60.000 regelingen is nu omgezet. In het huidige tempo lijkt het onrealistisch dat alle werkgevers de wettelijke deadline halen. Graag verneemt mijn fractie welke actie de minister hierbij nodig acht.
Daarnaast wil ik graag knelpunten onder de aandacht brengen die ik heb gesignaleerd. Ten eerste is dat de compensatieregeling, waar ook mevrouw Van Brenk en mevrouw Patijn aandacht voor vragen. Het is bekend dat sommige groepen nadeel ondervinden van de overgang naar de Wtp. Voor de groep van ongeveer 40 tot 45-jarigen is daarom deze compensatieregeling afgesproken. Echter, het is dus nu voor veel mensen opletten geblazen. Ben je in het jaar vóór de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel mantelzorger of neem je ouderschapsverlof op, dan krijg je minder compensatie. Mijn fractie maakt zich oprechte zorgen dat mensen hier onvoldoende op worden gewezen.
Een ander punt, dat in het verlengde hiervan ligt, is dat het ook nadelig kan uitpakken als mensen van baan wisselen. Ook dat kan nadelig uitpakken. Werk je nu bijvoorbeeld als ambtenaar — zit je dan bij pensioenfonds ABP — en maak je de overstap naar een werkgever met een pensioenfonds dat al is overgegaan naar het nieuwe stelsel, en de compensatie dus al heeft gegeven, dan loop je de volledige compensatie mis. Ditzelfde speelt als je op 1 december vorig jaar uit dienst ging, terwijl je pensioenfonds op 1 januari het jaar daarop de compensatie uitkeert. Ik vind de verhalen die ik krijg eerlijk gezegd nauwelijks uit te leggen. Pensioenfondsen stappen op verschillende momenten over naar het nieuwe pensioenstelsel, terwijl mensen in de tussentijd te maken kunnen krijgen met ontslag, reorganisatie, baanwisseling of mantelzorgverlof. Of je compensatie ontvangt, hangt af van een toevallig peilmoment. Juridisch klopt het allemaal, maar maatschappelijk is het niet uit te leggen dat mensen nu tussen wal en schip vallen. Mijn fractie wil graag horen of de minister deze zorgen deelt en of de minister het er in ieder geval mee eens is dat de communicatie op dit punt nu tekortschiet.
Een klein ander puntje: de definitie van het pensioengevend inkomen. Ik krijg signalen van pensioenspecialisten dat er verschillende definities zijn van het pensioengevend inkomen. Pensioenfondsen zijn hier niet eenduidig over. Een gevolg is dat je als deelnemer niet zeker weet of bijvoorbeeld onbetaald verlof wel of geen invloed heeft op je compensatieberekening. Herkent de minister dat hier blijkbaar geen eenduidigheid over is? Zou een sectorbrede definitie misschien kunnen helpen?
Ander puntje: pensioenregeling bij ziekte. We krijgen ook signalen dat het bij een pensioenverzekeraar of PPI niet altijd duidelijk is welke pensioenregeling wordt voortgezet indien de deelnemer na twee jaar ziekte in de WIA terechtkomt. De zorg is dat er daardoor veel mis kan gaan voor een deelnemer die op het moment van transitie ziek is. Dat geldt zeker als de deelnemer ook nog voortijdig komt te overlijden. Dan is er bijvoorbeeld een verschil in het partnerpensioen. Daarnaast is er mogelijk ook een financieel risico voor de werkgever als een zieke werknemer verkeerd wordt geïnformeerd. Herkent de minister dit probleem en het belang dat hier duidelijkheid over komt?
Voorzitter. Dan heb ik nog een punt over het partnerpensioen. Door de overgang naar de Wet toekomst pensioenen lijkt er een verschil te ontstaan in de wijze waarop pensioenfondsen en pensioenverzekeraars het ontstane Anw-hiaat opvangen; dat is toch jargon. Mijn fractie ziet dat mensen die parttime werken, bij pensioenfondsen soms minder verzekerd zijn dan voorheen. Bij pensioenverzekeraars speelt dit niet en wordt meestal een vast bedrag per jaar verzekerd, ongeacht het parttimepercentage. Wij vragen ons af of de zorg bekend is dat deeltijdwerkers hierdoor nadeliger uit kunnen komen. Klopt het dat de communicatie hierover vanuit pensioenfondsen ook niet altijd eenduidig is? Het lijkt ons verstandig dat werkgevers in ieder geval controleren of de dekking van het nabestaandenpensioen voldoende is en dat werknemers hier ook goed over geïnformeerd zijn. Zou dit onderwerp misschien meegenomen kunnen worden in de periodieke monitoring door SZW, zodat we in ieder geval kunnen zien of dit goed geregeld wordt?
Een ander punt is het wezenpensioen. Bij de overgang naar de Wtp blijft voor het wezenpensioen het oude regime vaak gewoon doorlopen. Dat betekent echter dat uitvoerders nog decennialang studie-eisen en oude voorwaarden moeten blijven controleren, terwijl de nieuwe wet juist kiest voor een eenduidige 25 jaarsgrens zonder studie-eis. Zo krijgen we twee parallelle regimes, wat slecht uitlegbaar, foutgevoelig en mogelijk ook onnodig duur is. Mijn vraag aan de minister is daarom: waarom is in het wetsvoorstel geen mogelijkheid opgenomen om bij het overgangsmoment oude, nog niet ingegane wezenpensioenrechten onder de nieuwe, uniforme regels te brengen, in ieder geval als optie? Kan de minister aangeven hoelang uitvoerders nog met deze studiecontroles blijven zitten? Zou de minister kunnen kijken of het wetsvoorstel misschien een optie kan bieden om bij het moment van overgang oude definities om te zetten naar nieuwe, eenduidige voorwaarden, juist om de uitvoering en uitlegbaarheid te verbeteren?
Tot slot mijn laatste punt, over faillissementen. Bij faillissementen doet zich een bekend probleem voor rondom achterstallige pensioenpremies. Werknemers hebben in die situatie de mogelijkheid om bij het UWV een verzoek in te dienen om deze premies te laten overnemen. In de praktijk gebeurt dit echter niet altijd. Dat is niet verwonderlijk. De procedure is complex, de formulieren zijn ingewikkeld en bovendien zijn veel werknemers zich er vaak onvoldoende van bewust dat zij zelf actie moeten ondernemen. We begrijpen dat er medio februari nog een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep wordt verwacht. We snappen dat de minister die uitspraak mogelijk wil afwachten, maar tegelijkertijd wil het CDA vast aan de minister vragen of zij nu al kan aangeven hoe zij naar dit knelpunt kijkt. Ziet zij, net als wij, dat dit beter moet worden geregeld en dat de huidige werkwijze in de praktijk niet goed werkt?
Dank u wel, voorzitter.
Uitspraken Elles van Ark, 29 jan