Ja, dank u wel, voorzitter. Nederland heeft altijd kunnen vertrouwen op een stevig pensioenstelsel, met als belangrijkste pijlers de AOW en het aanvullend pensioen. Allereerst de AOW. Voor BBB is het van groot belang dat de basis van de AOW ongewijzigd blijft en gekoppeld blijft aan het minimumloon. Meerdere collega's benadrukten dat ook, maar daar hangen wel wat donkere wolken boven. Dat is essentieel voor de bestaanszekerheid van ongeveer 3 miljoen gepensioneerden in ons land. En de AOW is geen gunst, maar een fundament onder ons sociale stelsel. BBB heeft zich in haar verkiezingsprogramma daarom gecommitteerd aan deze koppeling. BBB steunt wel het vereenvoudigen van het partnerbegrip. Want het kan niet zo zijn dat ouderen worden geconfronteerd met controles achter de voordeur. Mensen moeten eenvoudiger kunnen gaan samenwonen, voor elkaar zorgen en mantelzorg verlenen, zonder angst voor sancties. En tegelijkertijd moet er oog zijn voor mensen die er door zo'n vereenvoudiging mogelijk op achteruitgaan. Mijn vraag aan de minister is: wanneer komen er voorstellen die het samenwonen aantrekkelijker maken? Wanneer komen die voorstellen naar de Kamer? Wij wachten daar met smart op. Daarnaast kijkt BBB nadrukkelijk naar de toekomst. Want sommigen zijn niet in staat om door te werken tot de AOW-leeftijd, terwijl anderen juist langer willen doorwerken of op deze manier een AOW-gat willen dichten. Daarom ziet BBB graag dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheid om de AOW vrijwillig iets eerder of juist iets later te laten ingaan. Kan de minister toezeggen zo'n onderzoek te laten uitvoeren? Daar hoort altijd de vraag bij: en wanneer dan?
Dan het aanvullend pensioen. Inmiddels zijn er circa 11 miljoen mensen overgegaan op het nieuwe pensioenstelsel. BBB maakt zich nog steeds zorgen over de manier waarop deze overgang is verlopen en over de rechtsbescherming van deelnemers en van mensen die nog moeten overstappen. Actuarissen van meerdere grote adviesbureaus geven aan dat nettoprofijtberekeningen ten onrechte een doorslaggevende rol hebben gespeeld bij de verdeling van het geld over persoonlijke pensioenvermogens. Wat zijn hiervan de effecten geweest, vraag ik aan de minister. Daarbij komt dat deelnemers die een pensioenfonds vroegen om een berekening van de totstandkoming van hun nieuwe pensioen, deze informatie niet gekregen hebben. In het geval van Pensioenfonds Zorg en Welzijn oordeelde de rechter zelfs dat zo'n berekening niet aangeleverd hoefde te worden. Hoe moeten mensen dan controleren of de omzetting zorgvuldig en correct is verlopen? Moeten zij blind vertrouwen op bestuurders zonder enig rechtsgeldig document in handen? Kan de minister hier ook een antwoord op geven?
Ook blijft de zorg bestaan of gepensioneerden in het nieuwe stelsel hun koopkracht wel kunnen behouden. Dat is een van de uitgangspunten, zoals eerder gememoreerd. De wet stuurt immers niet op koopkracht, maar op rendement. Experts waarschuwen nu al tijden dat de discussie over koopkracht vroeg of laat terugkeert — meestal te laat. Pensioenen bewegen in het nieuwe stelsel meer mee met de beurskoersen. Een goed beursjaar kan leiden tot een forse stijging van de pensioenen; slechte beursprestaties kunnen leiden tot een forse daling. Maar dit betekent automatisch dat pensioenfondsen niet worden gestimuleerd om de uitkering met de inflatie mee te laten bewegen. En dat zou moeten tellen. Daar mogen de buffers ook niet voor worden ingezet. Zou het niet verstandiger zijn om meer op inflatie en dus op koopkracht te sturen, vraag ik de minister.
Tot slot de governance van pensioenfondsen. In het nieuwe stelsel liggen vrijwel alle risico's bij de deelnemers, terwijl zij nauwelijks extra keuzevrijheid of zeggenschap hebben gekregen. Ze hebben geen zeggenschap gekregen over het risiconiveau, over een vast of variabel pensioen en over al dan niet duurzaam, of om andere activistische redenen op een andere manier, te beleggen. Besturen bestaan uit sociale partners, waarbij de werkgevers zelf in het nieuwe stelsel geen risico meer lopen en het vaak de vraag is of de vakbonden nog wel voldoende representatief zijn. Immers, meer dan 85% van de Nederlanders is geen lid van een vakbond.
Voorzitter. De bestuursmodellen van pensioenfondsen zijn achterhaald. Is de minister bereid om nieuwe modellen voor de governance van pensioenfondsen te laten onderzoeken waarin deelnemers meer zeggenschap krijgen? Die kunnen ze bijvoorbeeld krijgen door het direct kiezen van besturen, maar er zijn uiteraard ook andere denkrichtingen mogelijk. Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. BBB wil een pensioenstelsel dat uitlegbaar, rechtvaardig en betrouwbaar is, een stelsel waarin mensen weten waar ze aan toe zijn, nu en in de toekomst. Daar blijven wij ons voor inzetten.
Dan nog één hartenkreet. BBB vindt het nog steeds onverteerbaar en onrechtvaardig richting de Nederlandse burger dat de APPA pas op 1 januari 2028 overgaat naar het nieuwe stelsel. Dat zijn de pensioenen voor politieke ambtsdragers, dus dat is relevant voor iedereen die hier aan tafel zit. Elke vertraging hiervan is voor ons onaanvaardbaar. Kan de minister nogmaals bevestigen dat alles op koers ligt voor deze invoerdatum?
Voorzitter. Heb ik nog tijd? Dan zeg ik toch nog iets over activistisch beleggen, want dat komt ook af en toe terug. Dat is natuurlijk ook een van de verklaringen van de verschrikkelijk lage rendementen die gehaald worden. Want het doel van pensioenfondsen zou moeten zijn om ervoor te zorgen dat er voldoende uitkeringen naar de deelnemers kunnen gaan. Als je dan activistisch wil beleggen en je dat als deelnemers prima vindt, zou dat een vrijwillige keuze moeten zijn. Dat is het nu niet. Ik heb zelf bij de vorige — daar kunnen we inmiddels over spreken — formatie zelfs meegemaakt dat het geld van pensioendeelnemers activistisch ingezet werd om ons te dwingen om ons rustig te houden over de nieuwe pensioenwet in ruil voor de investeringen in woningbouw in Nederland, alsof dat niet sowieso een goed maatschappelijk doel zou zijn. Maar als het niet renderend zou zijn, waarom bied je het dan wel aan om je eigen straatje schoon te houden? Ik vind dat echt een hele kwalijke zaak. Ik vind dat dit allemaal gericht zou moeten zijn op de uitkeringen voor de deelnemers en op niets anders dan dat.
Dank u wel.
Uitspraken Henk Vermeer, 29 jan