Dank u wel, voorzitter. De Wet toekomst pensioenen is op 1 juli 2023 ingegaan, na een jarenlangdurend debat. De wet is op zijn zachtst gezegd omstreden en kan nog steeds niet rekenen op veel steun in Nederland. Er was, naar mijn oordeel terecht, heel veel wantrouwen. Alles rondom deze wet is omstreden en ligt gevoelig. Zelfs een verzoek voor een referendum werd een enorm gevecht. De stem van JA21 gaf helaas de doorslag: er komt geen zelfbeschikking voor de pensioendeelnemer. Deze wet gaat ook echt ergens over: meer dan 1.600 miljard euro. Waarom deze inleiding? Een van de belangrijkste discussiepunten gedurende de laatste vier jaar was de vraag of gepensioneerden nog wel konden rekenen op een goed en stabiel pensioen. Wat zou er gebeuren met de belofte over de koopkracht, die er wél in de oude wet was? Zowel voor- als tegenstanders van de nieuwe wet waren het erover eens dat de hoogte van het pensioen onder de nieuwe wet meer zou kunnen fluctueren. Ik weet dat voorstanders van de wet wijzen op argumenten als het eerder kunnen indexeren en het bieden van meer garanties voor de toekomst. Ik wil die discussie vandaag zeker niet overdoen. Maar tijdens dat hele traject, tijdens die vier jaar, waren ook voorstanders van de nieuwe wet het erover eens dat pensioenen gekort zouden kunnen gaan worden. Dat is namelijk inherent aan de nieuwe opzet: we volgen de beurskoersen; dat is dus logisch.
Voorzitter. Gisteren is een brief van de minister toegevoegd aan onze agenda voor vandaag: een voortgangsrapportage over de Wet toekomst pensioenen (32043, nr. 694). Daarin staan opmerkelijke uitspraken. Laat ik voor de duidelijkheid en de zekerheid de minister nauwkeurig citeren. Op bladzijde 3, onder het kopje beleidsconclusies, staat: "De ingevaren pensioenfondsen hebben gemiddeld genomen de pensioenen kunnen verhogen dankzij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Gemiddeld zijn de ingevaren pensioenen met 14% gestegen. Dit betreft in beginsel een structurele verhoging."
Voorzitter. Een structurele verhoging van 14%. Hoezo is die verhoging structureel? De hele discussie over de nieuwe wet was juist dat men af wilde van garanties en van het begrip "structureel". Structureel zou niet meer bestaan, want de pensioenen zouden afhankelijk worden van de beurskoersen. Daarom was de PVV fel tegen deze nieuwe pensioenwet. De partij van de minister was hier hartstikke voor. Ik wil dus graag weten of die verhoging echt structureel is, zoals de minister schrijft, en of er dus geen daling meer kan komen. Als dat zo is, is dat geweldig nieuws; champagne en taart voor de minister. Maar als dat het geval is, dan snap ik niet wat deze minister schrijft op bladzijde 18 onder kopje 5.1: "Zo verwachten pensioenfondsen dat de jaarlijkse kans op een nominale verhoging van de ingegane pensioenen groter is dan de kans op een nominale verlaging. Maar als er een verlaging voorkomt, is deze gemiddeld van grotere omvang dan de verhoging." Hierin staat dus dat er wél gekort gaat worden en dat de verhoging niet structureel is. Die combinatie lijkt mij niet te kloppen. Ik wil graag een duidelijke reactie hierop.
Voorzitter. Een ander onderwerp: de toekomst van ons pensioenstelsel en de maatschappelijke kosten-batenanalyse. De PVV is het er op zich mee eens dat er veel voordelen zijn als we voortaan uitgaan van een objectief partnerbegrip: ouderen gaan meer samenwonen, er komen meer woningen vrij en het heeft slechts een miniem effect op de uitkeringslasten, zo lees ik. Dat laatste is natuurlijk wel van belang. Ik las dat er extra kosten van zo'n 200 miljoen zijn. Dan kan je zeggen dat dit meevalt, maar aan de andere kant krijgen we wekelijks, dagelijks, waarschuwingen dat de AOW onbetaalbaar aan het raken is. Waarom is die 200 miljoen dan geen probleem?
Dan nog een tweede vraag over dat objectieve partnerbegrip. Ik vraag de minister: is het mogelijk om ervoor te zorgen dat dit alleen geldt voor ouderen die altijd al, of een groot deel van hun leven, in Nederland hebben gewoond? Als je wat verder in die stukken duikt, is er opeens een link naar de aanvullende inkomensvoorziening ouderen, de AIO. Ik snap dat echt niet. Mijn partij vindt het sowieso onaanvaardbaar dat mensen die hier pas binnenkomen als ze in de zestig zijn, die nog nooit een cent hebben bijgedragen aan de Nederlandse Staat en die eigenlijk alleen maar geld kosten, door de aanvulling vanuit de AIO net zo veel AOW ontvangen als Nederlanders die veertig jaar keihard gewerkt hebben. In principe is het zo dat als je 40 of 45 jaar gewoon in Nederland hebt gewoond, je op €60 of €80 na, hetzelfde krijgt als iemand die hier op zijn of haar 62ste binnenkomt. Ik vind dat gestoord. Het hele AIO-programma is de laatste jaren helemaal uit de klauwen gelopen. De kosten zijn sinds 2019 met 68% gestegen. Ik zou zeggen: ga daar op bezuinigen in plaats van op onze eigen ouderen. Mijn vraag is: heeft dat objectieve partnerschap ook invloed op het geld dat deze nieuwkomers krijgen?
Voorzitter, als laatste een kort onderwerp. Nederlanders moeten steeds langer werken. Dat is heel erg irritant. Als je de finishvlag al ziet, komt de overheid en die verplaatst die weer. Het ging van 65 jaar naar 67 jaar, en naar 67 jaar en 3 maanden, en straks wordt het 70 jaar of ouder. Waarom geldt dat niet voor andere landen? Waarom mag je in Spanje met 65 jaar stoppen? Waarom werd half Frankrijk afgebroken toen de regering voorstelde om de pensioenleeftijd te verhogen van 62 jaar naar 64 jaar? Het zou naar 64 jaar gaan en het hele land lag plat. Waarom praat de EU-elite altijd over solidariteit, maar is het bij dit pensioen opeens niet meer belangrijk? Wat vindt de minister hiervan? Mijn laatste vraag is: is zij dan wel voor solidariteit?
Dank u wel, voorzitter.
Uitspraken Edgar Mulder, 29 jan