Commissiedebat · dinsdag 30 juni 2026
Sportbeleid
Mirjam Sterk
minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Ja, de microfoon doet het.
Dan ben ik inderdaad bij het volgende blokje. Dat is het blokje waarin onder andere de BOSA zit. Daar wilde ik dan ook mee beginnen. Dit was een van de eerste dossiers die ik als minister op mijn bureau kreeg. Ik baalde net zo hard als u, denk ik, van het feit dat dit systeem het gewoon niet aan heeft gekund en dat daardoor eigenlijk niet meer met enige redelijkheid was vast te stellen wie nou als eerste een plan had ingediend en wie als tweede en als derde. Dan sta je natuurlijk voor een groot vraagstuk: hoe ga je daarmee om? Ik besef dat er grote verwachtingen waren van verenigingen die hele grote plannen hebben die ook nodig zijn om hun accommodaties te verbeteren. Vervolgens kregen zij te horen dat de plaatsing die ze in eerste instantie hadden toch niet de uiteindelijk plaatsing zou kunnen zijn, omdat wij besloten om een loting te doen. Dat was puur omdat dat gelijkheidsbeginsel juridisch zwaarder weegt dan het rechtvaardigheidsbeginsel. Maar dat zegt niks over je rechtvaardigheidsgevoel, want dat snap ik heel goed. Dus ik heb ook uit laten zoeken wat het feit dat het mis is gegaan nou precies heeft betekend. Het betekent dat 377 verenigingen nog steeds het geld krijgen dat ze in eerste instantie, op basis van die eerste loting, ook dachten te hebben gekregen. Dat betekent dat 410 verenigingen — het zijn eigenlijk aanvragen, want soms hebben verenigingen meerdere aanvragen ingediend — dat niet meer krijgen, maar 430 wel. Dus er krijgen nu meer verenigingen subsidie dan in eerste instantie het geval was. In totaal kunnen we nu met het aangenomen amendement van de hand van mevrouw Inge van Dijk zo'n 800 verenigingen geld gaan toekennen. In totaal waren er 2.450 aanvragen ingediend, maar die waren niet per se allemaal al in orde, want 867 daarvan waren incompleet. Die moet je er dus ook uit halen. Uiteindelijk ging het dus om 1.574 aanvragen. Dat heeft uiteindelijk opgeleverd dat we nu zo'n 800 aanvragen kunnen gaan toekennen. Dat wil zeggen dat het ook volledige aanvragen zijn en dat we daar middelen voor hebben.
Tegelijkertijd heb ik natuurlijk ook bedacht: dit moeten we volgend jaar voorkomen. Dit is natuurlijk niet zoals je het wil. Het geeft ontzettend veel gedoe en zorgt voor verwachtingen bij mensen. Dat is niet fijn als je als vereniging, en soms ook samen met de gemeente, al afspraken hebt gemaakt. Ik wil daarbij wel opmerken dat dit soms al gebeurd is zonder dat men überhaupt zekerheid had of men die middelen wel kreeg. Want het was niet een oneindige subsidiepot. Het was dus niet zo dat als je iets had ingediend je er dan ook van uit kon gaan dat je het geld kreeg, ook niet per se op basis van je nummer. Je begint bij nummer 1 en gaat vervolgens kijken hoeveel geld je nog over hebt. Op een gegeven moment is het potje leeg en dan houdt het op.
Ook wil ik kijken naar de hoogte van het plafond. Die richting wil ik ook verkennen, maar ik ben er nog niet uit. Het plafond van wat je kunt aanvragen, vind ik namelijk best wel hoog: 2,5 miljoen. Met de 3 miljoen extra middelen van mevrouw Van Dijk kun je 100 verenigingen helpen, maar je kunt er ook één vereniging mee helpen. Daar zou ik dus ook weleens naar willen kijken in de zin van: hoe eerlijk is dat? Ik zou ook wel naar de systematiek willen kijken. Nu moest je iets indienen op een bepaald tijdstip. Sommige mensen hadden dat goed voorbereid en het stond klaar, andere mensen waren daar misschien wat onhandiger in; het zijn allemaal vrijwilligers. Dus soms lukte het niet om dat op tijd te in te leveren. Is het eerlijk als het systeem zo werkt? In de komende periode wil ik dus gaan bekijken of we dat niet ook op een andere manier kunnen gaan doen, die misschien aan de voorkant al wat meer ruimte biedt zodat iedereen ook echt mee kan doen en je dat misschien met een eerlijke loting kunt doen.
Tot slot, voorzitter. Ik gaf net aan dat ik wil kijken naar meer structurele lijnen. Dit is een subsidie en elk jaar gaat die subsidiepot weer open. Ik zou heel graag willen onderzoeken of zo'n revolverend fonds niet een veel betere oplossing is. Ik heb daarvoor ook al een commissie ingesteld onder voorzitterschap van de heer Bolsius, die voorzitter is van de Stichting Waarborgfonds Sport. Die commissie start in september en ik hoop u eind dit jaar te kunnen vertellen hoe dat revolverend fonds eruit zou kunnen zien. Het mooie daarvan — daarmee kom ik ook een beetje tegemoet aan de wens van de heer Van der Maas — is dat je ook private financiers daarin kunt betrekken. Banken zijn misschien wel geïnteresseerd en de sportfondsen zelf vinden het een interessante gedachte. Dan kun je in ieder geval met elkaar al dat geld bij elkaar leggen, juist om die sector sterker te maken; dat begint inderdaad ook gewoon bij een goed pand, waarin je als vereniging kunt samenkomen.