Commissiedebat · dinsdag 30 juni 2026
Sportbeleid
Mirjam Sterk
minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Voorzitter, dank u wel. Als ik u zo hoor spreken, denk ik dat er een aantal mensen vanmorgen gefrustreerd alsnog naar bed zijn gegaan. Althans, voor mij gold dat zeker. Ik heb vannacht namelijk ook gekeken naar de wedstrijd. Het is natuurlijk gewoon jammer als die dan zo eindigt.
Maar ergens dacht ik: ik heb ook iets heel moois gezien. Er was ook een ontroerend moment: het doelpunt dat werd gescoord door Gakpo. Dit doelpunt is natuurlijk begonnen toen er nog een klein jongetje droomde om ooit voetballer te worden, dat in de jeugdopleiding bij PSV terechtkwam, daar heeft geleerd hoe goed hij zijn talenten kon inzetten, vervolgens in Liverpool terecht is gekomen en uiteindelijk hier bij het Nederlands elftal speelde in de WK-finale in Monterrey.
Dat is denk ik het mooie van sport: het kan beginnen bij de droom van een kind dat misschien wel een favoriete voetballer had, misschien wel Kluivert, en dat vervolgens zijn droom heeft kunnen waarmaken. Dat is het ene wat ik er mooi aan vond. Het tweede wat ik er heel erg mooi aan vond, was het volgende. Ten eerste was het een heel mooi doelpunt. Het was echt een goed doelpunt. Maar het is ook wat er daarna gebeurde. Hij ging door zijn knieën, op de grond, en in no time stond echt het hele elftal, inclusief alle mensen die aan de kant zaten, om hem heen en hingen ze om en over hem heen, omdat iedereen besefte dat je juist in deze tijden, als het in je leven soms heel zwaar is — dat was het voor Gakpo en zijn vrouw op dat moment — heel veel steun kunt hebben aan de mensen met wie je probeert om heel mooie resultaten neer te zetten.
Dat vond ik een prachtig voorbeeld van hoe sport ook … "Verbroedert" vind ik altijd een beetje een ingewikkeld woord, want wij zijn vrouwen en we hebben niet alleen broeders in ons midden. Maar ik denk dat sport gewoon enorm kan verbinden. Ik vond het ontzettend mooi om dat beeld juist ook op de televisie te zien. Eigenlijk maakte dat voor mij de wedstrijd ook wel weer een beetje goed.
Dan ga ik toch maar vast even naar het eerste blokje. Ik ga zo nog wel even door met mijn inleiding. Het is natuurlijk ook diep triest, echt diep triest, wat er vervolgens gebeurt op social media. Kamerlid Dobbe en de heer El Abassi begonnen daar natuurlijk over. Ik vind het ook echt heel erg belangrijk — daarom begin ik er nu ook mee — dat ook ik vanaf deze plaats mijn grote afschuw uitspreek over wat daar gebeurt en zeg dat wij dat als Kamer ook blijven doen. Het is ronduit triest, denk ik, om je op zo'n manier over mensen te uiten als je teleurgesteld bent over een wedstrijd. Ik vind het echt te walgelijk voor woorden. Dat heeft ook helemaal niets met sport te maken.
Wat er gebeurde op het moment dat dat doelpunt werd gescoord, heeft volgens mij juist met sport te maken; daar gaat het over. De KNVB heeft inmiddels ook laten weten dat ze er melding van gaan maken bij Meld.Online Discriminatie. Dat kan hopelijk ook leiden tot vervolging. Ik ga daar dadelijk nog even verder op in. Ik vind het belangrijk om hier ook mee te beginnen, want dit soort dingen willen we gewoon niet. Die horen niet thuis in de sport. Die horen nergens thuis, maar ook niet in de sport. Het is jammer dat dat het feest ook weer vervuilt.
Voorzitter. Ik ga verder met mijn inbreng. Ik denk dat ik hiermee al kan aangeven hoe sport verbindt. Dat begint bij verenigingen, bij mensen die dromen hebben, bij mensen die actief gaan worden en gaan bewegen en dat ook met elkaar doen en daar ook plezier in hebben. Ik ben er ook heel trots op dat een ander evenement naar ons land komt — een aantal van u heeft daar net aan gerefereerd — namelijk de Winterspelen in 2030, 102 jaar nadat de olympische vlam is gedoofd in Amsterdam. Ik hoop op een enorm schaatsfeest. Ik kreeg gisteren de vraag: maar het is toch van Frankrijk? Ik zeg: "Je moet ons niet onderschatten. We zijn de internationale schaatstop. Het zijn de Franse Olympische Spelen, maar reken maar dat het daar helemaal oranje gaat worden." In die zin is het ook makkelijker voor mensen die hier in Nederland wonen om ook een keer deel te gaan nemen en te kijken bij deze sporten. Ik hoop dus dat dat een prachtig evenement gaat worden.
Sport en bewegen zijn ontzettend belangrijk. Daar is al een aantal keer over gesproken. Dit kabinet werkt natuurlijk ook aan de gezondste generatie ooit. Daar horen sport en bewegen natuurlijk bij. Dat begint als je kind bent en dat gaat door tot je ouder bent en misschien wel dementerend. Sport is dan nog steeds ontzettend belangrijk. Het is heel goed dat mensen dat kunnen ervaren en doen.
Daar kunnen we echt samen nog wel winst op boeken. Dat zie ik ook. Dat is door velen van u gezegd. Mevrouw Huizenga sprak daar ook over. Ruim de helft van de Nederlandse bevolking voldoet nog niet aan de beweegrichtlijnen. 42% sport niet wekelijks en we zitten op een gemiddelde dag in de week ruim negen uur op onze plek. Overigens denk ik dat wij dat hier in huis helemaal goed kunnen, zeg ik dan maar. Ik doe ook ouderenzorg en ik vind het dan toch verheugend nieuws dat het, wat betreft groepen in de samenleving, ouderen zijn die fors meer zijn gaan bewegen. Die zijn, van de groepen in Nederland, relatief het meest gaan bewegen. Dat vind ik dan wel weer mooi nieuws.
Daarnaast zijn er natuurlijk een aantal groepen die achterblijven. Dat gaat om jongeren, maar ook om mensen in armoede en om mensen met een handicap. Nogmaals, dat kan beter, want we weten allemaal hoe belangrijk sporten is, niet alleen voor je lichaam, maar ook voor je hoofd. We hebben gelukkig in Nederland een heel mooie sport- en beweegsector, waar we allemaal heel trots op kunnen zijn. Maar als we die sterke en toekomstbestendige sport- en beweegsector willen houden, dan zijn er voor deze vraagstukken gewoon inspanningen nodig van veel partijen, en dus ook van deze minister en van u als Kamer.
Een van de dingen die daarvoor nodig zijn — mevrouw Van Dijk sprak daar volgens mij over — is dat we wat mij betreft een beetje afgaan van het subsidiëren met incidentele middelen en proberen om structurele lijnen uit te zetten. Die gaan voor een deel over financiering, maar ook over kennis die we gewoon structureel gaan inbedden in organisaties. Ik kom straks terug op hoe we met het Sportakkoord doorgaan. Dat doe ik met het besef dat ik inderdaad, zoals mevrouw Van Dijk ook terecht zegt, een relatief kleine financiële portefeuille heb waarmee ik dit kan doen. Wie niet sterk is, moet slim zijn. Dat proberen we op deze manier ook te doen.
Voorzitter. Er zijn heel veel onderwerpen waar ik eigenlijk liever straks even bij de kopjes op terugkom, dus dat ga ik gewoon doen. Dat betekent dat ik bij het eerste blokje kom: discriminatie. Daar heb ik net al iets over gezegd. De heer El Abassi had daar ook nog een aantal specifieke vragen over. Hij vroeg onder andere of ik ook vind dat de uitingen die online en na de wedstrijd zijn gedaan niet kunnen. Daar heb ik volgens mij net al veel over gezegd, maar u wilt vast ook weten wat we daaraan doen en waarom we geen vooruitgang boeken. Althans, dat zijn uw woorden, want het lijkt erop dat we wel wat vooruitgang boeken, ook al zou je dat niet zeggen naar aanleiding van de berichten die dan weer in de media komen.
Vanuit het kabinet trek ik in ieder geval samen met de KNVB op in het programma Ons Voetbal Is Van Iedereen. We hebben ook de campagne Discriminatie = Kansloos, die zich specifiek richt op de strijd tegen onlinehaat. De campagne richt zich juist ook op omstanders, om op te staan en zich uit te spreken. Dat is ook waarom ik het belangrijk vind dat ook wij dat hier doen. In die zin zijn we, denk ik, rolmodellen voor de rest van de samenleving. Het is volgens mij dus heel belangrijk dat onze stem daarin ook wordt gehoord. Het is helaas ook een proces van lange adem en iets wat blijvende inzet van ons allen vraagt.
De heer El Abassi vroeg ook: wat heeft de minister gedaan om Nederlandse sporters te beschermen tegen de uitspraken over de mensenrechten? Ik denk dat ik daarnet al wat heb gezegd. Het is gewoon heel belangrijk. We hebben het programma OVIVI, Ons Voetbal Is Van Iedereen. Het is ook een zaak van de FIFA en de KNVB om die veiligheid te waarborgen. Persoonlijke bedreigingen zijn echt een zaak van strafrecht en politie. Daarom ben ik ook blij dat de KNVB zelf aangeeft dat ze gaan melden bij het meldpunt voor discriminatie.
Mevrouw Dobbe vroeg of ik mij wil uitspreken over die racistische bejegeningen. Dat heb ik net gedaan.
Dat was het eerste blokje, voorzitter.