Hartelijk dank, voorzitter. Eerst ook een welkom aan alle mensen die hier op de tribune zitten. Het is zo mooi om uw betrokkenheid te zien. Die betrokkenheid is zo ontzettend belangrijk. Sport en bewegen zijn gezond, bieden ontspanning en plezier, helpen om fit te blijven en spelen daarmee een heel belangrijke rol voor een vitale en gezonde leefomgeving. De VVD is dan ook grote dank verschuldigd aan al die vrijwilligers, bestuurders en iedereen die zich inzet op sportverenigingen, bij sportbonden en andere sportorganisaties. Die inzet is echt cruciaal voor een actieve sportsector.
Dat gezegd hebbende, gebruik ik mijn spreektijd vandaag voor een drietal onderwerpen. Het eerste is het huidige Sportakkoord, dat aan het einde van dit jaar afloopt. Dat is al verschillende keren genoemd. Ik denk dat iedereen daar wel zorgen over heeft, en dat terwijl die evaluatie van Berenschot heeft geleid tot de constatering dat dat akkoord heeft gezorgd voor meer samenwerking en een sterkere sportsector. Dat beeld herkent de VVD ook uit de praktijk, en dat is zeer positief. Graag ziet de VVD dat die versterking zich doorzet. En ja, daarom roep ik alle partijen in de sportsector op om samen aan een vervolg te werken, en inderdaad datgene wat goed gaat te borgen en om daarop voort te bouwen.
Het is ook belangrijk om daarbij niet alleen naar Den Haag te kijken en naar de minister, maar ook om echt met elkaar op te trekken en zelf het heft in handen te nemen. Dat betekent samenwerking tussen verenigingen en ondernemers, maar ook sporters en bestuurders en beleidsmakers en -uitvoerders; iedereen samen. Wat de VVD betreft moet dat dan leiden tot een integraal plan met een duidelijke uitvoeringsagenda, met ook een daarbij behorend financieringsperspectief. Maar dat komt dan wel op het moment dat je weet dat dat plan er ligt. Daarbij vindt de VVD dat er breder gekeken moet worden naar hoe sport ondersteund wordt. Ik bedoel daarmee dat sportfinanciering niet alleen via overheidsgeld moet gebeuren, maar ook via slimme samenwerkingen met private partijen. Dat zal u niet verbazen van de VVD. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan prikkels, zoals kortingen op sportabonnementen via werkgevers of andere vormen van private financiering. Dat is in ieders belang, want iedere in sport geïnvesteerde euro — dat weten we allemaal — levert zo minimaal €3 aan gezondheidswinst op. Ik roep de minister dan ook op om op korte termijn alle partijen samen te brengen en goede gesprekken te faciliteren, waarbij wat betreft de VVD het uiteindelijke doel een echt integraal plan is. En ja, dat heeft haast — dat weet u allemaal — want dat Sportakkoord gaat aflopen. Dus hoe ziet de minister dat? En op welke manier kan de minister ervoor zorgen dat alle genoemde partijen — en daarmee bedoel ik ook werkgevers, werknemers en andere partijen — bij het opstellen van dat plan worden betrokken? Graag een reactie daarop.
Uitspraken Erik van der Maas, 30 jun