Wetgevingsoverleg · maandag 28 september 2026
Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet
Don Ceder
ChristenUnie
Voorzitter, ter verduidelijking: ze ligt niet in het ziekenhuis en ik zit hier. We zitten echter wel in de periode waarin ik een belletje kan krijgen. Dan kan ik ervandoor. Het kan ook nog een paar dagen duren. In ieder geval ga ik dan.
Voorzitter. Ik heb een interessante week om meerdere redenen. We zitten hier vandaag natuurlijk voor het wetgevingsoverleg Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet. Het is een langverwacht wetsvoorstel. Het is langverwacht omdat we als politiek en samenleving veel te lang hebben staan toekijken hoe bedrijven als Klarna jongeren de schulden in hielpen, zonder daar de nodige wettelijke instrumenten voor te hebben. Op het wetsvoorstel zelf hebben we ook heel lang moeten wachten. De richtlijn had namelijk al geïmplementeerd moeten zijn in nationale wet- en regelgeving. Dat we hier nu anderhalve maand voor inwerkingtreding zitten, laat zien dat het duidelijk niet is gelukt. Dat is best zorgelijk. Daar kom ik straks op terug.
Het doel van het wetsvoorstel is wat mij betreft tweeledig. Allereerst is het bedoeld om consumenten beter te beschermen tegen het aangaan van onverantwoorde kredieten. Dat is heel belangrijk. Ten tweede gaat het om het tegengaan van het normaliseren van schuldgewenning en schuldenstapeling. Voornamelijk jongeren zijn het de afgelopen jaren normaler gaan vinden om op de pof te gaan leven. Dat is echt onverstandig en onverantwoord. Bedrijven als Klarna hebben de afgelopen jaren achteraf betalen volledig gecommercialiseerd. Er is een verdienmodel van gemaakt, voornamelijk ten koste van jongeren en mensen met een slechte inkomenspositie. Het is dus goed dat dit soort producten straks bestempeld worden voor wat ze zijn, namelijk een krediet.
Voorzitter. Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat elke vorm van uitgesteld betalen tot krediet wordt gebombardeerd. Het is in ons economische verkeer namelijk in principe best heel normaal om achteraf te betalen, bijvoorbeeld via een incasso of vroeger via acceptgiro. Sterker nog, op basis van artikel 7:26, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek mogen bedrijven een aanbetaling van maximaal 50% vragen als het product niet direct wordt geleverd. Kortom, achteraf betalen an sich is niet het probleem. Dat vindt de ChristenUnie ook niet. Dat moet kunnen. Er zijn situaties denkbaar waarin je dat ook heel verstandig zou vinden. De commercialisatie en het gebrek aan toetsing op kredieten is echter wel een probleem. Ook dat roept de ChristenUnie al langer.
Voorzitter. Er is nog veel onduidelijkheid over de reikwijdte van het wetsvoorstel. Ook na de technische briefing werd het niet veel duidelijker. Ik hoop dat er in dit debat wel duidelijkheid komt. Er moet duidelijkheid komen. Artikel 7:58 BW biedt een vrijstelling voor diensten die niet worden gezien als kredietovereenkomsten. Mijn zorgen gaan zeer specifiek over de definitie van het verstrekken van krediet. Wanneer de tandarts de rekening laat innen door een factureringsbedrijf en de betaling dus wordt overgenomen, wordt er dan een krediet verstrekt? We hadden hier nu zo'n anderhalve maand van tevoren al duidelijkheid over moeten hebben. Ook de financiële sector vindt dat zorgelijk. Artikel 7:58, lid 2e onder 2 biedt hierover namelijk geen duidelijkheid. Ik hoop dat de minister en staatssecretaris die vandaag wel kunnen geven, niet alleen aan de Kamerleden, maar aan de gehele financiële sector. U kunt begrijpen dat de belangen daar ook groot zijn. Duitsland heeft hierbij zeer nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen wanneer de betalingsvordering wordt overgedragen, zoals bij de tandarts of parkeerapp, en wanneer de klantrelatie wordt overgenomen, bijvoorbeeld bij een "buy now, pay later"-krediet. Mijn vraag is waarom de minister niet een duidelijker onderscheid heeft gemaakt in de wet. Kan de minister klip-en-klaar maken wat er na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel mogelijk is aan betalen op rekening?
Voorzitter. Dit wetsvoorstel heeft veel voordelen, maar er zitten ook mogelijk onwenselijke gevolgen aan die we niet kunnen voorkomen, denk ik. Want met een BKR-check voor elke "buy now, pay later"-aankoop van €30 voor deze bedrijven gaat het dus veel aantrekkelijker zijn om een doorlopend krediet aan te bieden, zodat ze maar één keer hoeven te toetsen. We zien nu al de reclames voor de Klarna Card — die was er een paar jaar geleden nog niet — die gewoon een creditcard is. Dat betekent dat veel huidige "buy now, pay later"-transacties zullen overgaan in een doorlopend krediet, omdat de markt nu ook een weg probeert te vinden met de nieuwe regels.
Waar mensen nu een schuld aangaan van enkele tientallen euro's, zullen ze vermoedelijk straks een doorlopend krediet van enkele honderden euro's per maand aangaan. Ook daar volgt een BKR-check op. Mijn vraag is of de minister deze ontwikkeling herkent en wat hij ervan vindt. Wat is de verwachting van de minister van het totale gebruik van kredieten, zowel kortlopende als huidige "buy now, pay later"-kredieten, doorlopende kredieten of creditcards? In hoeverre zal de verschuiving van buy now, pay later naar doorlopende kredieten ertoe leiden dat mensen hier minder gebruik van zullen maken, doordat de geregistreerde limiet ook meetelt als maandlast voor hypotheek of huur? Met de huidige regels bij het BKR kan het ook zeer nadelige gevolgen hebben als je later in het leven met een achterstand waarvan je je wel of niet bewust van was moeilijker een hypotheek kan krijgen, in een markt waarin je snel duidelijkheid moet kunnen bieden.
Hoe ziet de minister dan de relatie tussen deze ontwikkeling en schuldregistratie? Nu word je bij het te laat betalen van je sokken via een "buy now, pay later"-transactie niet geregistreerd in het BKR. In de nieuwe situatie is het waarschijnlijk dat je een doorlopend krediet aangaat bij Klarna voor laten we zeggen €300 per maand. Als dan het deel van het doorlopend krediet dat je bent aangegaan te laat betaald wordt, zeg je wel "een paar sokken voor €30" maar sta je voor het hele krediet per maand negatief geregistreerd. Dat is wat ik net uitlegde. De registratie blijft vijf jaar zichtbaar bij BKR, waarbij je dus inderdaad later onbedoelde gevolgen kan merken op het moment dat je met een kredietverstrekker te maken krijgt bij een grote aankoop. Mijn vraag is de volgende. Ik begrijp wel dat het zo kan lopen, maar de vraag is ook hoe proportioneel en hoe wenselijk de minister deze verschuiving acht. Hoe moeten we die als Kamerleden wegen?
Voorzitter. Ik heb ook vragen over de kredietwaardigheidsbeoordeling. Het is heel goed dat "buy now, pay later"-aanbieders straks ook een kredietwaardigheidsbeoordeling moeten uitvoeren, met op z'n minst een BKR-check. Dat begrijp ik, maar de manier waarop de kredietwaardigheidsbeoordeling uitgevoerd wordt, maakt nogal uit in de praktijk, zowel voor consument als voor aanbieder. We zien namelijk dat kredietwaardigheidsbeoordelingen helpen. Bijvoorbeeld bij telecomberdrijven hebben we gezien dat sinds zij deze beoordelingen uitvoeren, ze een lager percentage wanbetalers hebben. Zij kunnen mensen weigeren als klant als iemand een BKR-registratie heeft of al wanbetaler is geweest. Met dit wetsvoorstel verandert de manier waarop een kredietwaardigheidsbeoordeling moet worden uitgevoerd en verandert de betalingsgrens.
Allereest de beoordeling. De richtlijn stelt namelijk dat de beoordeling proportioneel moet zijn. Daar ben ik het helemaal mee eens. In de wet is het ingevuld als informatie die "noodzakelijk is en evenredig met de aard, duur, waarde en risico's van het krediet". De Nederlandse invulling is verder vrij strikt. De kredietwaardigheid moet boven een bedrag van €100 geverifieerd worden, bijvoorbeeld via een bankrekeningcheck. Dat is gevoelige informatie, waarvan ik bijvoorbeeld bij telecombedrijven de twijfel heb in hoeverre dit noodzakelijk is. Zij zeggen allereest zelf deze informatie niet nodig te hebben om onverantwoorde kredieten te weigeren, omdat ze nu al een laag percentage wanbetalers hebben. Daarnaast willen ze de data van hun klanten niet hebben, omdat deze enorm kostbare gegevens ook nog eens vijf jaar bewaard moeten blijven. Dat laatste is met de Odidohack van een paar maanden geleden in het achterhoofd niet per se een vreemde gedachte, ook in een wereld waarin cyberveiligheid een steeds urgenter thema wordt. Daarom graag een reactie van de minister over hoe hij naar de proportionaliteit en wenselijkheid van de wijze van kredietwaardigheidsbeoordelingen voor dit soort producten kijkt. Kan er ook duidelijkheid gegeven worden aan de aanbieders die tussen nu en anderhalve maand daar al hun producten op moeten gaan instellen?
Voorzitter. Dan ga ik naar de grens van de kredietwaardigheidsbeoordeling. De grens van de kredietwaardigheidsbeoordeling wordt verlaagd naar €100. Elk krediet boven de €100 moet getoetst worden op kredietwaardigheid. Ook moet deze informatie geverifieerd worden. Maar er is een tenzijbepaling. "Tenzij er sprake is van een lage risicoschatting op basis van het interne risicomodel van de aanbieder." Dit interne risicomodel kan achteraf getoetst worden door de AFM, maar is verder een open norm. Zou een toetsing vooraf door de AFM, in ieder geval bij bedrijven die veel kredieten gaan verstrekken, niet wenselijk zijn? Dat vraag ik aan de minister. Als hier geen duidelijkheid over komt, overweeg ik een motie om duidelijkheid te bieden.
Voorzitter. Ik stel al deze kritische vragen trouwens omdat ik de afgelopen maanden als rapporteur samen met mevrouw Van Eijk flink de hort op ben geweest om te kijken hoe deze wet in de praktijk uitpakt. Waar mijn inborst voor betere bescherming voor consumenten natuurlijk de boventoon voert, hebben wij ook ontdekt dat dit vragen oproept. We vinden het, vanuit onze controlerende taak, best urgent dat daar vandaag antwoord op komt.
Voorzitter. Met de waarschijnlijke verschuiving van kleine "buy now, pay later"-kredieten naar een doorlopend, hoger krediet, kunnen "buy now, pay later"-bedrijven direct op basis van deze tenzij handelen zonder kredietwaardigheidsbeoordeling en verificatieplicht. Concreet betekent dit dat jongeren die nu vaak aankopen doen van €30, €50 of €80 via buy now, pay later, straks een doorlopend krediet krijgen via Klarna van €1.000 per maand, zonder iets te hoeven aanleveren. Op grond van hun betalingsgeschiedenis zouden ze dan niet gecontroleerd hoeven worden voor dit veel hogere krediet. Deze ontwikkeling, die waarschijnlijk gaat plaatsvinden, vind ik persoonlijk onwenselijk. Ik ben benieuwd hoe de minister dit ziet en of we hier toch niet moeten eisen dat je bij het aangaan van een nieuw product eerst alsnog een kredietwaardigheidstoets moet doen. Het doorlopende krediet is namelijk nieuw, ook al ben je nu al klant bij Klarna of bij een ander "buy now, pay later"-bedrijf. Ook hierover overweeg ik een motie.
Voorzitter. Een ander punt waar ik zorgen over heb, is dat het wetsvoorstel over kredietregistratie, dat in zekere zin samenhangt met dit voorstel, nog niet in de Kamer ligt en de inhoud dus ook nog niet bekend is. De minister heeft in de schriftelijke beantwoording van vorige week de relatie tussen dat wetsvoorstel en het voorstel dat we vandaag bespreken, een beetje gebagatelliseerd. In mijn ogen is dat onterecht. De gevolgen van de kredietregistratie die volgen uit dit voorstel, zijn namelijk onbekend. Voor nu wordt het huidige regime aangehouden, maar dit regime gaat dus binnen afzienbare tijd wijzigen. Aangezien de verwachting is dat er meer geregisseerde kredieten en geregisseerde wanbetalers gaan komen, kun je wel vragen stellen over de proportionaliteit van in ieder geval de huidige werkwijze van BKR. BKR kan dat ook niet wijzigen, omdat je afhankelijk bent van de inhoud van de regels van een wetsvoorstel dat nog niet in de Kamer ligt.
Voorzitter. Kan de minister een toelichting geven op de stand van zaken van het wetsvoorstel? Wat is de inhoud daarvan? Wanneer is de beoogde implementatie? Hoe krijgen kredieten die volgen uit deze richtlijn ook een vervolg in de Wet stelsel kredietregistratie? Wanneer mensen wanbetaler zijn, kunnen ze daar nog jaren later de gevolgen van ondervinden bij een hypotheekaanvraag, ook al hebben ze op dat moment geen openstaande schulden. Ik heb al uitgelegd dat het bij een BKR-codering, bijvoorbeeld bij een A2-codering, lastiger wordt om een hypotheek te krijgen. Ik heb als advocaat jarenlang geprocedeerd tegen banken. Dan merk je: ja, ze hebben een eigen afwegingskader, maar in de praktijk zitten banken ook klem, omdat ze een zorgplicht hebben en niet te makkelijk kredieten mogen verstrekken. Daardoor vallen mensen tussen wal en schip, wat niet de bedoeling is. Zo'n registratie, die nu waarschijnlijk veel meer gaat plaatsvinden, blijft vijf jaar staan. Mijn vraag is daarom: wordt de huidige praktijk van duur en registratie, die dus niet uit de wet voortvloeit, maar uit de richtlijnen en het protocol van BKR, gehandhaafd in de wet? Of kan de minister al aangeven dat daar wijzigingen in komen, in het licht van de implementatie van de huidige richtlijn?
Voorzitter. Kunnen bedrijven en consumenten met de huidige praktijk uit de voeten als het wetsvoorstel in werking treedt in november? Hoe ziet de minister de relatie tussen beide wetsvoorstellen? Ik heb al eerder aangegeven: ik heb het idee dat de relatie en de samenhang worden onderschat. In de nota naar aanleiding van het verslag staat over het BKR-register dat het mogelijk leidt tot een toename van de raadpleging van het register door de aanbieders van krediet. Dat lijkt me een behoorlijk understatement. Is het BKR-register hierop voorbereid? Gaat het goed na november? Denk ook aan de feestdagen die vrij snel na inwerkingtreding van het wetsvoorstel plaats zullen vinden, zoals Black Friday. De ChristenUnie is daar absoluut geen voorstander van, maar je ziet wel dat dat een enorm piekmoment is als het gaat om dit soort aankopen. Sinterklaas en Kerst volgen kort daarop.
Voorzitter. Zoals ik in mijn inleiding al zei, heb ik grote moeite met het moment van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel. Ik vind het ook wel verwijtbaar in de richting van de regering dat we dit nu pas behandelen, terwijl dit wetsvoorstel over anderhalve maand in werking treedt. Zoals u aan mij merkt, heb ik best veel vragen over dit wetsvoorstel. Ik ben de afgelopen weken bestookt met vragen vanuit de sector, omdat bedrijven zelf ook geen duidelijkheid hebben over waar ze precies aan moeten voldoen. Een zorgvuldige en tijdige wetsbehandeling in de Kamer had dit echt kunnen voorkomen. Daarom is mijn vraag aan de minister: waarom heeft dit zo lang moeten duren?
Het tijdstip van de inwerkingtreding is ook beladen. Ik heb al genoemd wat er allemaal aan komt: Black Friday, sinterklaas, kerst en de jaarwisseling. Wij maken ons daarom zorgen of de wet voldoende robuust en duidelijk is om zo snel mogelijk in werking te laten treden, met alle implementaties van dien. Wordt het over anderhalve maand onder het regime van dit kabinet geen enorme chaos bij de financiële sector, en daarmee een daadwerkelijke Black Friday?
Voorzitter. Iedereen kon zich voorbereiden op de richtlijn, want die ligt er al een tijdje. De Nederlandse keuzes die eronder liggen, zijn echter pas dit jaar bekend geworden. De meeste keuzes zijn vastgelegd in AMvB's, die nota bene deze zomer pas definitief werden vastgesteld. Hoeveel weken zitten er straks tussen de vaststelling van de AMvB en de inwerkingtreding op 20 november, vraag ik de minister. Ik heb een klip-en-klare vraag: acht de minister dit uitvoerbaar voor de financiële sector?
Wat betreft de inwerkingtreding gaat de reactie van het kabinet waarschijnlijk zijn dat er een inbreukprocedure aan onze broek hangt op het moment dat we 20 november niet halen. Het feit is dat we al sinds november vorig jaar in verzuim zijn, want toen had de wet al geïmplementeerd moeten zijn in de nationale wetgeving. Wat is het risico op een inbreukprocedure vanuit de EU op het moment dat de minister het onvoldoende proportioneel vindt om de wet in werking te laten treden op 20 november? Aan welke consequenties moet ik dan denken? Hoe staat het ervoor in de ons omringende landen?