Wetgevingsoverleg · maandag 28 september 2026
Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet
Eelco Heinen
minister van Financiën
Voorzitter, dank u wel. Laten we nogmaals in herinnering brengen waar we het over hebben: hoe beschermen we consumenten? Er bestaat een spanningsveld bij de implementatie van deze richtlijn. Enerzijds vraagt de Kamer al langer aandacht voor hoe we met nieuwe innovaties vanuit onze wetgevende taak bescherming kunnen blijven bieden. Tegelijkertijd is het zo dat als je met wetgeving komt, ik heel goed de vraag snap wat dat dan betekent voor de aanbieders, of we niet doorschieten et cetera. Daar zit gewoon een spanningsveld. Ik zou graag dit debat willen gebruiken voor de vraag of we de balans hebben gevonden tussen enerzijds bescherming en anderzijds het in vrijheid laten functioneren van de vrije economie. Ik heb de Kamer namelijk ook niet horen zeggen dat kopen op krediet op zichzelf slecht is. Dat is onderdeel van het economisch verkeer en consumenten willen dat soms ook heel graag, bijvoorbeeld als ze iets online bestellen. Dan zeggen ze: "Ik doe het liever via een derde partij, ook om mezelf te beschermen. Ik moet eerst maar eens zien of ik het product geleverd krijg." Als we het hierover met elkaar hebben, moeten we ook weten waar het over gaat. Uiteindelijk gaat het om consumentenbescherming en, als ik het platsla, de vraag of we daar niet in doorschieten. Ik zal de vraag dan ook vanuit die insteek beantwoorden.
Laat ik eerst wat zeggen over het proces. Wij beseffen namelijk dat we vanuit de zijde van het kabinet veel van de Kamer vragen als het gaat om de korte deadlines die hiervoor lopen. Ik heb in interviews ook weleens gezegd dat ik vind dat we met z'n allen harder moeten werken. Als dat voor één directie niet geldt, is dat de directie die hierop zit. Daar wordt echt dag en nacht door een heel team van mensen op tenen gelopen. Als je ziet wat we elkaar, om goede redenen, aan wetgeving allemaal aandoen vanuit Europa, maar ook nationaal, en kijkt naar de vele terechte vragen vanuit de Kamer om aanpassingen en bijvoorbeeld gebruikmaking van lidstaatopties, wordt er echt heel hard gewerkt. Mensen proberen dat allemaal op tijd klaar te hebben. Tegelijkertijd hebben wij in Nederland hele zorgvuldige wetgevingstrajecten. We doen natuurlijk aan internetconsultaties, waarin iedereen kan reageren. We toetsen het bij de Autoriteit Persoonsgegevens, het ATR en de Raad van State, en natuurlijk in een goede parlementaire behandeling met schriftelijke rondes en vragen. In de tussentijd proberen we ook recht te doen aan uw rol, waarin u het kabinet aanjaagt om haast te maken. Een doorlooptijd van twee jaar voor een wet is dan voor een mens natuurlijk heel lang. Als je twee jaar lang op een keuken zou moeten wachten, denk je: dat accepteer ik niet. Bij een wet is dat helaas vaak wel het geval, laat staan als het dan ook nog eens een richtlijn is die door mijn team op het ministerie wordt geduid als een van de meest complexe richtlijnen waaraan is gewerkt, ook vanuit Europa. Er staan heel veel uitzonderingen en heel veel lidstaatopties in, waar wij deels ook weer gebruik van willen maken. Wij moeten ook bij de toezichthouders, alle betrokkenen en alle veldpartijen toetsen of we wel het goede doen. Daar zit dus gewoon ontzettend veel werk in. Dat neemt niet weg dat wij op tijd moeten zijn. Ik schets alleen de context waarom we het vandaag bespreken. Er zijn ook een aantal specifieke vragen over gesteld, die ik wil langsgaan.
Ik begin bij de heer Ceder, precies op dit punt. Hij vroeg: wat is dan het risico op een inbreukprocedure en wat voor consequenties heeft dat? We moeten eerlijk bekennen dat er al een inbreukprocedure loopt, wegens het overschrijden van de implementatiedeadline. Ik heb uw Kamer daarover op 13 april 2026 geïnformeerd. Dit is even in formele zin. De volgende stap die de Europese Commissie kán zetten, is het starten van een zaak bij het Europese Hof van Justitie, wegens te late implementatie. In zo'n zaak kan in ultieme vorm natuurlijk ook een boete worden opgelegd. De hoogte is dan afhankelijk van de ernst en de duur van de inbreuk. Ik zeg daar wel bij dat er nauw contact is met de Europese Commissie over de voortgang van de implementatie. Iedereen ziet dat hier hard aan wordt gewerkt. Nogmaals, dank aan de zijde van de Kamer dat we dit vandaag behandelen. Het is namelijk de week waarin we ook de Algemene Financiële Beschouwingen hebben. Er wordt dus ook veel van u gevraagd in de voorbereiding. Dit is even de formele kant van de zaak. Wij hopen natuurlijk dat het nooit zover zal komen. We blijven ook in goed contact staan met de Commissie. Er wordt ook gezien dat we hier serieus mee bezig zijn en het zorgvuldig willen doen.
De heer Ceder vroeg ook waarom het überhaupt zo lang heeft geduurd voordat de wet bij de Kamer lag. Ik heb er net al in algemene zin wat over gezegd. Meer specifiek: een implementatietermijn van twee jaar is binnen het Nederlandse wetgevingstraject sowieso heel krap; dat is ook goed om te beseffen. Voor deze complexe richtlijn gold dat des te meer. Er zijn 23 lidstaatopties, die allemaal apart beoordeeld dienen te worden en ook beoordeeld zijn. Ook is op sommige punten een nationale invulling nodig geweest. Denk bijvoorbeeld aan regels over maximale kosten en over raadpleging van het BKR. Parallel is met de Kamer een debat gevoerd over de zorgen rond buy now, pay later. Dit heeft ook geleid tot de wens van de Kamer voor een leeftijdsverbod onder de 18 jaar. Daar is de implementatiewet op aangepast. Dat allemaal tezamen heeft geleid tot vertraging. Ik zeg dat echt met de grootste waardering voor het team dat hier hard aan heeft gewerkt, maar u kunt mij natuurlijk altijd aanspreken als ik wetten te laat naar uw Kamer stuur.
Meerderen van u, waaronder de heer Flach, de heer Ceder en volgens mij ook mevrouw Van Eijk, vroegen: kunt u dan een plan schetsen tot de inwerkingtreding van de wet op 20 november? Hoe ziet dat er precies uit? We zetten nu alles op alles om de wet, het besluit en de regelingen zo snel mogelijk in werking te laten treden. De publicatie van de wet zal in het gunstige geval op 17 december zijn. Dat hangt wel af van de parlementaire behandeling. Dat gaan we gewoon zorgvuldig doen. Als de wet door de Tweede Kamer is aangenomen, gaat het besluit voor advies naar de Raad van State. Ik ga de Raad van State ook vragen om dit advies met prioriteit te behandelen. De regeling wordt nu geconsulteerd en vergt geen advies van de Raad van State. Dat nemen ze natuurlijk goed mee in dit hele traject. Zodra de wet klaar is, kan de regeling dan ook gepubliceerd worden. De AFM — dat is denk ik waar de Kamer naar vroeg — houdt er dus rekening mee dat de regels pas net bestaan en zal dat in die context beoordelen.
Daar zijn ook vervolgvragen over gesteld, voorzitter, dus die maak ik even af. Mevrouw Van Eijk vroeg wat de consequenties zijn als 20 november niet wordt gehaald. In het gunstigste geval zal de wet er 17 december zijn. De Europese Commissie kan dan besluiten een zaak te starten; daar ga ik even niet van uit. Maar feit is dat consumenten minder beschermd zijn als de wet later in werking treedt. Wij willen natuurlijk die leeftijdsgrens. Daar heeft de Kamer ook vaak toe opgeroepen. Ik weet dat mevrouw Van Dijk eerder al vaak zei: ik vind überhaupt dat het te lang duurt voordat we naar de leeftijdsgrens kunnen gaan. Ik denk dat we dus allemaal zien dat het zaak is om het zo snel mogelijk te behandelen, maar nogmaals: daarvoor is het ook nodig dat het kabinet dat tijdig bij u aanbiedt.
Dan de vraag of geheel uitstel van de wet mogelijk is met uitzondering van leeftijdsverificatie en reclameregels. De heer Ceder vroeg daarnaar. Algeheel uitstel van de wet op een paar bepalingen na is technisch heel complex en foutgevoelig. Ik vind het daarom onwenselijk, moet ik er eerlijk bij zeggen. Dat gaat in tegen de richtlijn en verhoogt het risico op een zaak bij het Europees Hof van Justitie en dus ook een boete. Daarnaast — dat is misschien belangrijker, los van de zwaarte van zo'n boete — is het gewoon onwenselijk in het kader van de consumentenbescherming, die echt breder is dan alleen de leeftijdsverificatie en reclameregels. De AFM heeft aangegeven bij het toezicht rekening te houden met late implementatie. Die voorziet dus ook in een ingroeipad. Maar ik denk dat het wel zaak is om geen knippen te maken en om te proberen deze wet nu in zijn geheel verder te brengen.
Ook de heer Hoogeveen had in het verlengde hiervan een vraag, namelijk of ik met de AFM in overleg wil om duidelijkheid te verschaffen over de handhaving in de maanden na inwerkingtreding. De AFM heeft al aangegeven ruimte te zien om in haar toezicht rekening te houden met de tot nu toe beperkte duidelijkheid en de bekendheid van nieuwe normen in de markt. De AFM ziet dus een ingroeipad voor zich in het toezicht. Indien de AFM ziet dat bepaalde handelingen niet voldoen aan de normen of verwachtingen, zal die eerst het gesprek aangaan met partijen en daar niet gelijk heel hard op ingaan. Uiteindelijk moeten we het natuurlijk aantrekken in het belang van consumentenbescherming, maar iedereen ziet dat we dit ook zorgvuldig moeten doen in de richting van marktpartijen, die ook de tijd moeten hebben om dat allemaal te implementeren.
Ik hoop dat mijn stem het overleeft tot het einde van dit WGO. Dan waren er nog twee vragen over dit punt.