Wetgevingsoverleg · maandag 28 september 2026
Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet
Jan Schoonis
D66
Dank u, voorzitter. Nog nooit was lenen zo makkelijk als nu: één klik bij het afrekenen en je hebt een lening, vaak zonder dat je het doorhebt. Een paar kleine aankopen kunnen eindigen in een stapel aanmaningen en incassokosten. Mijn collega's hebben hier al mooie voorbeelden van gegeven. Juist jongeren komen hierdoor dus in de problemen. Dat wil niet zeggen dat deze producten an sich slecht zijn, want ze bieden gemak en vrijheid voor consumenten en mkb'ers, maar de regels komen uit 2008 en lopen daarmee achter. Het is dus goed dat ze worden geactualiseerd. Voor D66 betekent dat: ruimte voor innovatie, maar niet ten koste van mensen.
Voorzitter. Ik begin bij een van de kwetsbaarste groepen van de "buy now, pay later"-dienstverlening, namelijk de jongeren. Ze werden al door meerdere collega's genoemd. In 2023 werden bijna 600.000 BNPL-betalingen gedaan via rekeningen van 13- tot en met 17-jarigen. Dat zijn jongeren die impulsief besluiten dat ze dat ene kledingstuk toch willen hebben, terwijl ze dat niet kunnen betalen. Jongeren hebben eigenlijk weinig financiële buffers. Een gemiste betaling wordt zo al snel een schuld, terwijl je juist op die leeftijd wil voorkomen dat schulden normaal worden. Om deze groep te beschermen, steunt D66 daarom de minimumleeftijd van 18 jaar voor achteraf betalen. De vraag is echter hoe aanbieders deze leeftijdsgrens gaan handhaven. Dat heb ik nog niet gehoord vandaag, dus dat is mijn vraag aan de minister. De Consumentenbond en de grote platforms roepen zelf op om één voorgeschreven methode te hanteren, zodat duidelijk is welke gegevens aangeleverd moeten worden en de privacy wordt gewaarborgd. Kan de minister toelichten hoe hij aankijkt tegen een vaste methode voor het handhaven van de leeftijdsgrens? Kan hij aangeven hoe de privacy van consumenten in het huidige voorstel wordt gewaarborgd?
Mijn volgende punt gaat over reclame, al is daar ook al veel over gezegd. Wij zijn groot voorstander van die minimumleeftijd, maar voor ons is dat niet voldoende. Er is daarom ook iets nodig aan de voorkant, namelijk ervoor zorgen dat jongeren en volwassenen zich bewust zijn van de risico's van deze producten. Studenten kregen onlangs nog een mail over een studietraining met de tekst: "Kies Klarna bij afrekening. Vandaag €0, tegen die tijd is je studiefinanciering binnen." Nergens stond de echte prijs, er werd geen woord gesproken over de risico's, maar er was wel een aanbieding die om middernacht verliep. Collega Ceder heeft daar ook al een paar voorbeelden van genoemd en de naam "Klarna" is al vaker voorgekomen. Dit is echt heel onwenselijk. Nu gaat het om een training, maar wat is het de volgende keer? In de gokindustrie hebben we gezien wat er gebeurt wanneer onlinereclame en influencers worden ingezet om jongeren binnen te halen. Toen is de verstandige keuze gemaakt om strenger te zijn in wat wel en niet mag als het gaat om reclame. Kan de minister toelichten waarom de reclameregels voor onlinegokken, zoals een verbod op influencers en reclames gericht op jongeren, niet ook gelden voor reclames voor krediet? Als de Europese regels dat nu niet toelaten, is de minister dan bereid om zich daar in Europa voor in te zetten? Vallen promotie via influencers en in apps überhaupt onder deze reclameregels? Hoe houdt de AFM daar toezicht op?
Voorzitter. De kern van het probleem is het verdienmodel van BNPL-producten. De AFM concludeerde dat bij een deel van de aanbieders tot 40% van de omzet binnenkwam via kosten voor te laat betalen. Bij Klarna — daar is-ie weer — oordeelde de rechter vorig jaar zelfs dat de incassokosten onderdeel waren van het verdienmodel. Schuldhulpverleners zien dagelijks de gevolgen. De NVVK, de branchevereniging voor schuldhulpverlening, ziet deze kredieten steeds vaker in de schuldenlijsten. De groep mensen die achteraf betaalt om het einde van de maand te halen, groeit. Het is geen gezond verdienmodel om te verdienen aan mensen die hun rekening niet kunnen betalen. Dat is een morbide vorm van ondernemen. Volgens de AFM zijn jongeren tussen de 18 en 24 jaar oververtegenwoordigd bij het incassobureau. Wat D66 betreft moeten aanbieders dan ook een actieve rol hebben bij het voorkomen en oplossen van schulden, maar uit de beantwoording van deze minister blijkt dat een aanbieder de consument alleen hoeft te wijzen op de schuldhulpverlening bij de gemeente. Deelt de minister de zorg dat juist mensen die al in de problemen zitten die stap vaak niet zetten? Zo ja, hoe zorgt hij ervoor dat die hulp hen wel bereikt? Ziet hij daarin een grotere rol voor de aanbieder of zijn er andere instrumenten die beter werken? Daarnaast zijn de prikkels nu zo ingericht dat aanbieders verdienen aan mensen die niet op tijd kunnen betalen. Wat D66 betreft moet het andersom: het moet lonen om problemen te voorkomen. Welke mogelijkheden ziet de minister om dat te bereiken?
Tot slot. Eén aanbieder heeft al een register waarmee consumenten zichzelf kunnen blokkeren. Andere aanbieders staan daar positief tegenover. Is de minister bereid om zich ervoor in te spannen dat zo'n register sectorbreed verplicht wordt? Het moet uiteraard wel privacyveilig ingericht worden.
Voorzitter. Ik heb nog een ander punt. Dat raakt niet aan het onderwerp van vandaag, maar wel aan de Wet op het financieel toezicht. Gezien de relevantie van het onderwerp wil ik deze kans niet laten liggen. Het woord "duurzaamheid" is nog niet gevallen, maar dat heeft hierin ook een plek. De gestegen energieprijzen door de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten benadrukken het belang van het isoleren en aardgasvrij maken van woningen. Hoe energiezuiniger de woning, hoe lager de energierekening. Zo zorgen we ervoor dat mensen hun energierekening kunnen betalen. Juist nu is dat extra belangrijk. Huiseigenaren die hun woning willen verduurzamen, kunnen naast de bestaande subsidieregelingen ook gebruikmaken van gebouwgebonden financiering. Op dit moment komt dit product door de afwijkende complexiteit nog onvoldoende van de grond. Daarmee dreigt een route die kan helpen bij de verduurzaming van woningen in de praktijk te worden afgesloten. Daarom dien ik een motie in om te onderzoeken hoe gebouwgebonden financiering voor de verduurzaming van woningen makkelijker gemaakt kan worden voor huiseigenaren.
Voorzitter. Tot slot kom ik terug op het onderwerp van vandaag. Deze wet is een belangrijke stap om de regels weer bij te laten lopen met de producten van vandaag. Voor D66 staan twee dingen centraal. Ten eerste willen we jongeren beschermen, met een leeftijdsgrens die werkt en die privacyvriendelijk is, en met grenzen aan reclame die hen verleidt. Ten tweede mogen schulden nooit een verdienmodel zijn. Het moet voor aanbieders lonen om problemen te voorkomen in plaats van dat ze eraan verdienen. Er moet ruimte zijn voor innovatie, maar niet ten koste van mensen. Ik kijk uit naar de antwoorden van de minister.
Dank u wel.