Commissiedebat · woensdag 9 september 2026
Versterking decentraal bestuur
Dank u, voorzitter. We spreken vandaag met elkaar over de versterking van het lokale bestuur en de lokale democratie. Ik kan me goed vinden in veel van wat er in de brieven staat. Over zaken waar het kabinet zich zorgen over maakt, maken wij ons ook heel veel zorgen: het verdwijnen van de lokale autonomie en beleidsvrijheid. Daar staat of valt alles mee, want het heeft natuurlijk geen zin om een lokale, regionale of provinciale democratie te hebben als je niet de beleidsvrijheid hebt om besluiten te nemen op die niveaus. Daarover wil ik toch even een algemeen punt maken. Dat staat onder druk. Dat staat eigenlijk ook in die brief, en dat is een goede zaak, maar — en dat is de eerste vraag die ik heb — komt dat niet ook doordat heel veel al vastligt in internationale verdragen en regelgeving van de Europese Unie. Dat zien we ook in de Kamer dagelijks, wekelijks; we merken dat heel vaak op. Daardoor begint al het probleem met die beleidsvrijheid. We hebben bijvoorbeeld dat Parijsakkoord ondertekend, zitten aan de Klimaatwet vast en de Europese verplichtingen, en dat sijpelt zo door. De provincie moet windmolens plaatsen. Ze kunnen dan nog wel kiezen waar precies, maar in principe moet dat gebeuren in die RES-regio's en uiteindelijk komt die windmolen dan in een gemeente te staan. Wij noemen dat globalisme, en dat probleem begint hier eigenlijk in de Tweede Kamer: we zijn zo veel beleidsvrijheid en autonomie kwijtgeraakt dat de verplichtingen die daaruit volgen doorsijpelen naar de provincie en vervolgens ook de gemeenten. Dat geeft ook allerlei spanningen tussen die bestuurslagen. Neem migratie. We zijn natuurlijk heel erg tegen de massamigratie, maar oké, daar hebben we ons toe verplicht en dat zit in Europese verdragen en het Vluchtelingenverdrag. En dat moeten we dan uitvoeren. Nu hebben we ook nog die dwangwet, wat straks de gemeenten onder druk gaat zetten. Mijn algemene vraag aan de minister is dus: zit in al die internationale verdragen en verplichtingen niet een hele grote bedreiging voor onze democratie? Dat geldt dus voor alle niveaus, omdat het de autonomie uitholt en omdat het spanning tussen al die bestuurslagen oplevert. Dat is mijn eerste algemene vraag, want dat vind ik de essentie.
Dan meer concreet: in de brief staat dat die verplichte samenwerkingsverbanden voor gemeenten de autonomie uithollen. Het is fijn dat dat probleem in ieder geval wordt opgemerkt. Het probleem begint al met het feit dat ze verplicht zijn. De gemeenten moeten erin zitten. Die samenwerkingsverbanden worden ook niet gekozen, dus ze berusten niet op een democratisch mandaat. Het is dus allemaal heel problematisch. Op zich is het mooi dat het wel in die brief wordt gesignaleerd, maar wat gaat de minister daar dan aan doen? Want dan zou je wellicht kunnen overwegen om in ieder geval de verplichting van samenwerkingsverbanden eraf te halen. Dat zou ik dan heel logisch vinden, maar dat lees ik dan weer niet.
Tot slot. We hebben een uitvoerig debat gehad over de herindeling van Wijdemeren. De heer Clemminck zei er net ook al iets over. Wat ons betreft zou een herindeling pas na een referendum moeten kunnen. Het gaat over het voortbestaan van een gemeente. De minister denkt daar, zo hebben we in het debat gezien, anders over. Die is niet per se tegen een referendum, maar het mag niet verplicht worden opgelegd.
Maar dan iets anders waar ik me zorgen over maak, want ik zie dat er bij herindelingen vaak een waarnemend burgemeester is. Dat zagen we ook in Wijdemeren. Die staat heel zwak, want die kan — ik heb dat in het debat ook opgemerkt — ook heel snel ontslagen worden door de commissaris van de Koning. Dat is natuurlijk niet goed, hè. Op dat moment staat het voortbestaan van de gemeente op het spel en dan moet je een hele sterke burgemeester hebben, die helemaal geworteld is in die gemeente. Dat was bij Haren ook anders. Gewoon een algemene vraag: zou het niet zo moeten zijn dat als je dan al op een herindeling aanstuurt … Wij zijn daartegen. Die burgemeester zou in ieder geval natuurlijk heel sterk moeten staan. Is het dan wenselijk dat dat een waarnemend burgemeester is? Want dat is vaak zo. Hoe kijkt de minister daartegen aan?
We zijn natuurlijk ...