Commissiedebat · woensdag 9 september 2026
Versterking decentraal bestuur
Dank u wel, voorzitter. Zoals inmiddels bekend is bij deze commissie, was ik tot 1 oktober vorig jaar wethouder of, zoals we hier zeggen, een decentraal bestuurder. Als bestuurder heb ik me vaak afgevraagd: wat verzinnen ze nu weer in Den Haag en hoe moeten we dit nu weer uitvoeren? Ik denk dat dat in deze zaal herkenbaar is. De laatste maanden is daar nog wat bij gekomen. Dat is dat we als Kamer veel vaker iets vinden van het handelen van bestuurders in de lokale politiek. Dat heb ik in recente debatten meegemaakt. Dat is toch veranderd. We vragen veel van het lokale bestuur en we vinden er ook nog iets van. Dat is op zijn zachts gezegd bijzonder. Een van de uitgangspunten van het CDA is dat verantwoordelijkheden belegd worden op het juiste niveau van besturen. Wij zijn ervan overtuigd dat je in eerste instantie moet kijken wat je zo dicht mogelijk bij de burgers kunt organiseren. Een lokale overheid die dicht bij de inwoners staat en waar de mensen zich in het bestuur herkennen, is een groot goed. Laat die besturen dan gewoon besturen zonder ons er vanuit Den Haag mee te bemoeien. Het is dus belangrijk om die verantwoordelijkheden te laten waar ze horen, medeoverheden het vertrouwen te geven en ze op tijd te betrekken. In het coalitieakkoord staat dat we op basis van de aanbevelingen van het rapport-Polman de samenwerking tussen overheden willen bevorderen, maar daar zitten ook een aantal aanbevelingen in die eerder om een verandering van houding vragen; niet om concrete acties, maar om een verandering van houding. Kan de minister schetsen hoe hij dit wil oppakken?
Dan een andere vraag. Ik heb 'm al veel vaker gesteld. Wordt de UDO, de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden, nu consequent toegepast? Ik heb het idee dat we vorige week nog een wet behandeld hebben over decentraal bestuur waarbij er geen UDO was. Kamerleden, dus ook collega's van mij, blijven hier aandacht voor vragen. Wat is er nodig om dit voor elkaar te krijgen?
Op de agenda staat ook het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naar de behandeling van bezwaarschriften door gemeenten. Er ligt ook een wetsvoorstel voor dat al in 2024 in consultatie is gegaan. In het coalitieakkoord staat dat dit wetsvoorstel wordt doorgezet, maar voor zover wij weten is het nog niet naar de Raad van State. Zijn de uitkomsten van dit onderzoek meegenomen in het wetsvoorstel? Kan de minister aangeven wanneer de Kamer het wetsvoorstel kan verwachten?
Het ARPA-advies is hier al heel vaak benoemd. Ook onze vraag is: wanneer komt er een kabinetsreactie?
Voorzitter. Dan een vraag van een andere orde, een meer beschouwende vraag. Ik zou de minister willen vragen om te reflecteren op de vraag: wordt ons openbaar bestuur niet steeds ingewikkelder? Ik denk dan aan meer toezichthouders en instanties, meer interbestuurlijke rapportageverplichtingen en meer juridisering. Laat ik met regeldruk beginnen. Daarmee bedoel ik bijvoorbeeld de regeldruk die verschillende overheden elkaar opleggen: de enorme hoeveelheid interbestuurlijke rapportageverplichtingen. Wordt ook in het kader van een slagvaardige overheid — dat is wel een collega, maar ik stel de vraag hier toch — ingezet op het verminderen van rapportageverplichtingen tussen overheden? Volgens mij kun je je bij veel rapportageverplichtingen namelijk afvragen of het echt nodig is en het vraagt heel veel ambtelijke capaciteit. Naast regeldruk zien we ook een toenemende juridisering van het openbaar bestuur. Gemeenten moeten aan de lopende band beslissingen nemen die ze ook juridisch weer moeten onderbouwen. Als die niet helemaal juridisch deugen, kunnen ze aangevochten worden tot aan de Raad van State. Ook dit vraagt weer veel capaciteit van medeoverheden. De decentralisatie, de regeldruk en de juridisering van het openbaar bestuur drukken allemaal op de decentrale overheden. Bij kleine overheden is dat nog lastiger op te vangen dan bij overheden die veel meer middelen en meer ambtelijke capaciteit hebben. Deze zomer was ik in gesprek met de burgemeester van een van de Waddeneilanden. Dan hoor je dus dat er naast een afwijkende financiële situatie ook aandacht moet zijn voor gebrek aan uitvoeringscapaciteit. Dat is voor het CDA echt wel een zorg. Welke maatregelen gaat deze regering nemen om ook die kleine gemeenten veerkrachtig te houden, zodat ze zelfstandig kunnen blijven functioneren? Daar hebben meerdere collega's al vragen over gesteld. Misschien is het goed dat de minister ons daarvan op de hoogte brengt.
Voorzitter. Ik rond af. In Noord-Holland is men voortvarend aan de slag gegaan om het gesprek over de veerkracht van de lokale gemeenten aan te gaan. Dat zijn mooie voorbeelden. De veerkracht van gemeenten is groot, maar het is aan ons om die veerkracht niet af te remmen.
Tot zover.