Ik zit nog even bij te komen. Henk ... Sorry, de heer Vermeer die een compliment geeft aan dit kabinet! Dat is uniek.
Nee, om even met de deur in huis te vallen: sinds ik dit mooie ambt uitvoer en me bemoei met de versterking van decentraal bestuur, krijg ik hier — ik heb even zitten turven — de meeste mailtjes over. Ieder Kamerlid krijgt veel mailtjes, maar hier krijg ik er veel over, met name van gemeenteraadsleden en burgemeesters.
Ik probeer nu toch even de kern te vinden: alles valt en staat met voldoende financiële middelen, maar ook met duidelijkheid in de spelregels. Versterking van het lokale bestuur begint echt met een houdbaar en realistisch financieel kader. Daarover zitten mensen nog te veel in de mist. We hebben de minister een handje geholpen met onze motie van voor de zomer inzake inflatiecorrectie op basis van nacalculatie voor gemeenten; die is aangenomen. Die gaat om iets dat ongelofelijk belangrijk is. Voor ons is de kern die duidelijkheid: waar kan ik financieel wel en niet op sturen en waar ligt mijn ruimte? De vraag is natuurlijk duidelijk. Kan de minister aangeven hoe en wanneer hij deze motie uit gaat voeren?
Het is uitstekend dat de minister het lokale bestuur probeert te versterken met beleidskaders, uitvoeringstoetsen enzovoort, maar als de basis niet op orde is — dat komen we helaas toch ook tegen — leidt het beleidskader niet tot het gewenste resultaat. Daar zit veel spanning op. Toetsingskaders, criteria, verantwoordelijkheidsdeling: het is allemaal belangrijk en het moet er zijn, maar als er structureel onvoldoende financiële middelen zijn om al die getoetste taken en verantwoordelijkheden uit te voeren, of er onduidelijkheden zijn rond die middelen, dan mist er iets cruciaals, en dat is toch vertrouwen. Daar worstelen veel gemeenteraadsleden en burgemeesters mee: hoe leg ik mijn mensen uit dat sommige dingen niet of wel kunnen en wat zijn dan de criteria? Dat is hinderlijk en ik benijd sommige gemeenteraadsleden en burgemeesters niet.
Het is al eerder gezegd, onder andere ook weer door de Raad voor het Openbaar Bestuur in een publicatie van afgelopen zomer: er is disbalans tussen taken, middelen en bevoegdheden. Waar staan we nu? Dat is echt een oprechte vraag naar aanleiding van dit rapport. Het uitgangspunt voor toekomstige decentralisatie zou echt moeten zijn: eerst moet de financiering in relatie tot betreffende taken op orde zijn. Ik hoorde het hier al meer zeggen, dat is heel populair geworden: geen taken zonder knaken. Dan bij dezen ook vanuit 50PLUS. Er moet dus een passend bestuurlijk financieel arrangement zijn. Waar staan we daar nu in, en waarmee kunnen wij vanuit de Kamer de minister nog helpen om daar echt goed op te sturen en beleidsrust te krijgen rondom de gemeentes? Het is namelijk woelig in de gemeentes.
De beleidsvrijheid is echt een groot goed en daar staan we achter, maar waar ligt nou de grens? Wanneer gaat de minister sturen, en wanneer gaat de Kamer sturen? Die grens vervaagt. Je ziet natuurlijk dat de ene gemeente de andere niet is. Mijn gemeente, Rotterdam, heeft een van de grootste havens van Europa, met zijn eigen dynamiek. Maar neem bijvoorbeeld ook Baarn, met een enorme vergrijzing. Hoe zoek je met elkaar de ruimte waarin je kunt ... Ik doe het even aan de hand van uitersten, maar ik wil de visie van de minister weten: hoe kijkt hij naar de omstandigheden, die per gemeente echt anders kunnen zijn?
Kortom: we zien veel papier, moeilijke woorden, lange zinnen en goedbedoelde plannen, maar hoe helpt het beleidskader ons nu concreet in de praktijk? En, als we over drie jaar terugkijken, welke verbeteringen heeft het ons dan gebracht? Is er dan geen ravijnjaar geweest? Zijn de gemeentefinanciën op orde gebracht? Kortom: ik krijg veel toegenomen bureaucratische toestanden terug. Graag een reactie van de minister over hoe we die administratieve druk, die bureaucratie, toch een beetje terug gaan brengen, zodat iedereen ook beleidsruimte voelt.
Het is belangrijk dat BZK zijn stelselverantwoordelijkheid neemt, zonder top-downgedrag maar met veel vertrouwen. Kijk naar een passend bestuurlijk financieel arrangement. Dat is de kern die wij nastreven, en waar wij ook graag — dan sluit ik me toch maar aan bij de heer Vermeer — de minister mee willen helpen. Ik zit hier oppositie te voeren, maar tegelijk heel veel handreikingen te doen.
Daar sluit ik mee af. Dank u wel.
Uitspraken Jan Struijs, 9 sep