Dank u wel, voorzitter. Water is een basisvoorwaarde voor onze gezondheid, onze economie en onze voedselvoorziening. De uitdagingen rond drinkwaterbeschikbaarheid en waterkwaliteit worden groter, maar voor de VVD staat één uitgangspunt centraal: zorg voor schoon en voldoende water zonder de concurrentiekracht van Nederland onnodig te schaden. Dat vraagt om realistische keuzes, mogelijk een ander stelsel, ruimte voor innovatie en vooral geen nationale koppen die onze bedrijven op achterstand zetten.
Over drinkwater. Op 30 april jongstleden heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur een advies uitgebracht over de toekomst van ons drinkwater als gezamenlijke opgave. De conclusie is helder: de druk op onze drinkwatervoorziening neemt toe. Een kabinetsreactie op het Rli-advies volgt dit najaar. Toch ziet de VVD aanleiding om drinkwater nu al te agenderen.
Tijdens de recente technische briefing hoorden wij dat de financieringsregels benodigde investeringen beperken en dat een eerlijke verdeling van kosten bij stijgende drinkwatertarieven nodig is. Toen was mij nog onbekend dat Brabant Water vooruitlopend op een eventuele stelselwijziging al flink hogere beprijzing toepast. Volgens zijn website is voor zakelijke grootgebruikers boven de 100.000 kubieke meter een tariefopslag van 25% van toepassing. Die opslag geldt niet alleen voor het verbruik boven deze grens, maar voor het volledige verbruik zodra het quotum wordt overschreden. Het drinkwaterbedrijf geeft aan hiermee vanwege de coderoodsituatie voor de drinkwatervoorziening in het werkgebied waterbesparing en innovatie te willen stimuleren.
Voorzitter. Er is geen twijfel: we hebben grote uitdagingen. Besparingen van drinkwater zijn een deel van de oplossing, maar doen we de dingen wel in de goede volgorde? Zouden we niet eerst een alternatieve waterbron moeten willen faciliteren als we willen dat zakelijke grootgebruikers minder drinkwater gebruiken, bijvoorbeeld door hergebruik van effluent, waar waterschap Aa en Maas mee doende is? Wat vindt de minister daarvan? Je kunt in een productieproces niet opeens minder water gebruiken, behalve natuurlijk als je minder zou gaan produceren. Maar is dat wat we willen: drinkwaterbedrijven die de facto bepalen wat je produceert of wat je moet doorberekenen om je brutomarge niet te laten verdampen?
Voorzitter. Kan de minister duiden of drinkwaterbedrijven op basis van de huidige Drinkwaterwet de bevoegdheid hebben om grootzakelijke afnemers feitelijk buiten het beschermingsregime van de wet te plaatsen en via tariefdifferentie gedrag te sturen, voordat de Kamer zich heeft uitgesproken over een eventuele stelselwijziging? Zo ja, op welke juridische grondslag gebeurt dat? Mag een monopolistisch drinkwaterbedrijf een tariefopslag van 25% hanteren over het geheel om waterbesparing af te dwingen? Hoe verhoudt dat zich tot de wettelijke taken van drinkwaterbedrijven als nutsbedrijf en het toezicht van de ILT en de ACM? Acht de minister het wenselijk dat grootzakelijke afnemers als afnemers van een nutsvoorziening buiten het beschermingsregime van de Drinkwaterwet vallen? Hoe ziet de minister dit als zakelijke drinkwatergebruikers nog geen reëel alternatief hebben en hogere kosten zullen doorwerken in productprijzen en concurrentiekracht? Moet de oplossing niet worden gezocht in samenwerking met drinkwaterbedrijven en in het versnellen van het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030? Hoe staat het trouwens met de mij bij het WGO Begrotingsstaten toegezegde …
Uitspraken Björn Schutz, 25 jun