Dank, voorzitter. Sport is veel meer dan een hobby. Sport houdt mensen gezond, brengt mensen samen, leert kinderen discipline. Juist daarom vinden wij het belangrijk dat belastinggeld dat voor sport en beweging wordt uitgetrokken, ook daadwerkelijk tot meer sportende Nederlanders leidt. Maar als wij de evaluatie van het Actieplan Nederland Beweegt en het Sportakkoord lezen, dan ontstaat een ongemakkelijk beeld. We lezen over allianties, netwerken, samenwerkingsverbanden, regionale afspraken, procesdoelen en overlegstructuren. Tegelijkertijd constateert het RIVM dat nog steeds ongeveer de helft van de Nederlanders onvoldoende beweegt. De grote ambitie dat in 2040 driekwart van de bevolking voldoende beweegt, lijkt daarmee nog ver weg. Dat roept een fundamentele vraag op: hoeveel extra Nederlanders bewegen vandaag daadwerkelijk meer dankzij deze programma's? Graag een reactie van de minister. Kan de minister concreet aangeven wat de meetbare resultaten zijn van alle investeringen die de afgelopen jaren zijn gedaan? Want uiteindelijk gaat het niet om het aantal overlegtafels of convenanten; het gaat om de vraag of kinderen vaker buitenspelen, of ouderen langer vitaal blijven en of volwassenen daadwerkelijk meer bewegen.
Voorzitter. Wat ons opvalt, is dat het RIVM zelf concludeert dat er vooral relatief eenvoudige maatregelen zijn genomen en dat er weinig fundamentele veranderingen zijn doorgevoerd op plekken waar mensen het grootste deel van de dag doorbrengen, zoals op school en op het werk. Deelt de minister de conclusie dat de aanpak op dit moment onvoldoende doorwerkt in het dagelijkse leven van veel Nederlanders? En welke aanvullende maatregelen acht zij noodzakelijk om de gestelde doelen überhaupt nog haalbaar te maken?
Voorzitter. De grootste gezondheidswinst valt nog altijd te behalen bij kinderen. Juist daarom vinden wij het zorgelijk dat uit de evaluatie blijkt dat structurele veranderingen op school achterblijven. Kinderen bewegen minder, zitten meer stil en kampen steeds vaker met overgewicht. Tegelijkertijd weten we dat gezonde gewoontes juist op jonge leeftijd worden aangeleerd. Kan de minister aangeven welke concrete resultaten er in de afgelopen jaren zijn geboekt op het gebied van bewegen door kinderen? Hoeveel extra kinderen zijn daadwerkelijk meer gaan sporten of bewegen dankzij deze programma's? En welke aanvullende maatregelen is de minister bereid te nemen om bewegen op school en in de directe leefomgeving van kinderen structureel te versterken? Voldoet inmiddels elke basisschool aan de wettelijke verplichting van minimaal 90 minuten per week gymles?
Voorzitter. Daarnaast willen we aandacht vragen voor de sportverenigingen. Sportverenigingen vormen het hart van de Nederlandse sport. Er staan duizenden vrijwilligers iedere week klaar voor onze kinderen, ouderen en amateursporters. Maar juist die vrijwilligers lopen steeds vaker vast in bureaucratie, subsidievoorwaarden, verantwoordingsverplichtingen en administratieve regels. Kan de minister inzichtelijk maken hoeveel geld uit de Sportakkoorden uiteindelijk terecht is gekomen bij sportverenigingen zelf, en hoeveel geld er blijft hangen in uitvoeringsorganisaties, ondersteuningsstructuren, adviesbureaus en coördinatie? Want iedere euro die niet op het sportveld terechtkomt, kan niet worden besteed aan trainers, materialen of jeugdactiviteiten. En kan de minister aangeven hoeveel kinderen er momenteel gebruikmaken van ondersteuningsregelingen om toch te kunnen sporten?
Voorzitter. Als laatste wil ik nog een vraag stellen over de toename van de mensen die prestatieverhogende middelen gebruiken bij het sporten, en daarbij gezondheidsklachten ervaren. Een op de vijf mensen zoekt daarbij medische hulp. Naast een zorgwekkende ontwikkeling lijkt dit mij ook best een belasting voor de zorg. Wat kan de minister doen op dit punt om te voorkomen dat er nog meer, vaak jonge, mensen en jongvolwassenen, met hartproblemen op de SEH belanden?
Voorzitter, tot slot. Wat DNA betreft, moet sportbeleid minder draaien om processen en meer om resultaten: minder papier, meer beweging; minder vergaderen en meer sporten, en minder geld naar structuren en meer geld naar verenigingen, vrijwilligers en sportvoorzieningen. Want uiteindelijk telt maar één ding: krijgen we Nederlanders daadwerkelijk meer in beweging? Daar horen wij graag een duidelijke reactie op van de minister.
Tot zover.
Uitspraken Nicole Moinat, 30 jun