Voorzitter. Het demonstratierecht is er voor iedereen. Het recht om je overtuiging in het openbaar te uiten zonder daarvoor gestraft te worden, is essentieel in een vrije samenleving. Zeker in tijden van politieke onzekerheid, oorlogen en veel zorgen is het essentieel dat dit recht overeind blijft. Demonstreren is namelijk een van de weinige manieren waarop lastige of kwetsbare burgers hun stem kunnen laten horen. Het is vaak ook een ventiel, een manier om zichtbaar te maken dat je het ergens niet mee eens bent, ook of zelfs als dat schuurt. Dat is de kern: meningen verdragen van mensen met wie je het niet eens bent. Demonstreren gaat ook over het vreedzaam uiten van een mening. Rellen of openlijke geweldpleging hebben daar niets mee te maken en vallen buiten de reikwijdte van demonstratievrijheid. Er is ook nul ruimte voor eigen rechter spelen of eigen agent. Daar is de wet helder over, dus daar moet je ook tegen optreden. Daarmee kom ik ook tot de kern van het debat van vandaag. Hoe garanderen we dit recht en zorgen we ervoor dat we dit veilig kunnen faciliteren in ons land, juist omdat het belangrijk is voor onze democratie?
De WODC-evaluatie, waarvoor grote dank, is glashelder. Generieke inperking van demonstratierecht is niet nodig en is zelfs contraproductief. Het kabinet geeft er gehoor aan en probeert ook met een aantal praktische oplossingen gehoor te geven aan de zorgen die leven onder het lokale bestuur. Van lokaal bestuur tot de politie, niemand zit te wachten op inperkingen van het demonstratierecht. Denk bijvoorbeeld aan het algemeen verbod op gezichtsbedekkende kleding. Daar is een hele discussie over gegaan. Begrijp mij ook weer niet verkeerd. Ik snap het sentiment heel goed dat je elkaar in de ogen moet kunnen kijken. Maar de Kamer heeft ook gezegd dat het recht op anoniem demonstreren belangrijk is, en terecht, want er zijn genoeg redenen. Ik denk bijvoorbeeld aan een Shirin, die demonstreert tegen het Iraanse regime. Ik heb eerder al Chantal genoemd, een toeslagenouder die wil demonstreren maar bang is om door haar werkgever herkend te worden. Er zijn tal van redenen en dan is het zorgelijk om te zeggen "Wij als overheid bepalen of je wel of niet mag demonstreren en op welke wijze" en zo die drempel hoger te maken.
Nog belangrijker is het volgende. Ik heb heel veel agenten gesproken. Zij werken dag in, dag uit om ons land veilig te houden. Zij hebben rugdekking nodig en geen symboolpolitiek. Deze maatregel is wat hen betreft contraproductief.
PRO wil ook het lokale bestuur zo goed mogelijk ondersteunen. Wij willen alle burgers in Nederland de zekerheid geven: je mag demonstreren, je kunt demonstreren. Dat is hoe wij als vrije samenleving zijn. Daarom heb ik de volgende vragen aan het kabinet. Het is een enorme klus om als decentraal bestuur voldoende politiecapaciteit te krijgen. Wat is de stand van zaken? Hoe staat het hier nu mee? Hoe staat het met het verder uitbreiden van het team Handhaven en Netwerken van de politie? Ze spelen een belangrijke rol als het gaat om de-escalatie, maar ook bij het beschermen van demonstranten tegen agressieve en gewelddadige tegenreacties die kunnen plaatsvinden.
Eerder is ook de motie-Klaver/Bontenbal aangenomen, over maatregelen om burgemeesters van lokale driehoeken beter te ondersteunen bij lokale acties met hoge risico's. Hoe staat het met de uitvoering van deze motie? Wat kunnen burgemeesters in aanloop naar het aankomende Malieveldprotest daar inmiddels van merken? Ik denk bijvoorbeeld aan de burgemeester van Den Bosch rondom de excessen in Engelen of die van Den Haag.
Een van de aanbevelingen uit de WODC-evaluatie is ook om terughoudend te zijn met ingrijpende, privacybeperkende maatregelen als er geen sprake is van dreigende strafbare feiten. Hoe geeft het kabinet hier gehoor aan? Ik vind het namelijk wel wezenlijk in onze democratie dat we geen beperkingen opleggen aan vreedzame demonstranten.
Tot slot, voorzitter, ik zei het al, het recht om je mening te uiten in het openbaar, ook als dat schuurt of botst, is belangrijk voor de vrije samenleving die wij zijn. Dat onderscheidt ons van autoritaire regimes. Wie hier al te lichtzinnig mee omgaat, zet niet alleen onze democratie, ons lokaal bestuur te kakken, maar ook onze politie. Dat lijkt mij niet zo wenselijk.
Uitspraken Fatihya Abdi, 10 sep