Naar de inhoud
Uitspraken Inge van Dijk, 28 sep
Wetgevingsoverleg · maandag 28 september 2026

Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet

Dank je wel, voorzitter. Een paar merkschoenen van €160 euro. Je hebt het geld eigenlijk niet en je hebt thuis nog prima schoenen staan, maar al je vrienden lopen ermee. Een paar klikken later heb jij ze ook. De schoenen heb je vandaag en de rekening later. En dan zie je die ene gave jas. Ook die kan achteraf worden betaald. Alsof het zo moet zijn, gaan een paar dagen later je oortjes kapot. Die heb je toch echt nodig, dus ook die bestel je opnieuw met achteraf betalen. Ieder bedrag lijkt vrij overzichtelijk — drie relatief kleine bedragen bij verschillende aanbieders — tot de rekeningen tegelijk komen. Dat is precies het risico van achteraf betalen. Niet alleen één grote lening kan iemand in de problemen brengen, maar ook een stapeling van kleine, ogenschijnlijk overzichtelijke kredieten kan ongemerkt een probleem worden. Voorzitter. Van de "buy now, pay later"-gebruikers onder de 25 jaar heeft 42% minstens één ingebrekestelling ontvangen. Uit onderzoek onder 16- tot 19-jarigen blijkt dat een op de tien zelf zegt recent in de problemen te zijn gekomen door kopen op afbetaling. We zijn toe aan het bewegen naar een samenleving die steeds meer leeft op de pof. Dat is wat het CDA betreft de verkeerde kant op bewegen. Daarom hebben we de afgelopen jaren al heel vaak gevraagd om betere bescherming bij buy now, pay later door middel van goede leeftijdsverificatie en een serieuze kredietwaardigheidsbeoordeling en om te voorkomen dat mensen ongemerkt verschillende schulden naast elkaar opbouwen. Met deze wet gebeurt daar veel aan en daar zijn we positief over. Buy now, pay later wordt eindelijk gereguleerd als consumentenkrediet, aanbieders komen onder financieel toezicht en worden vergunningsplichtig, er moet een kredietwaardigheidsbeoordeling plaatsvinden en Nederland voegt een verbod toe aan het aanbieden van uitstel van betaling aan minderjarigen. Dat is positief. Tegelijkertijd stoppen de risico's natuurlijk niet op iemands 18de verjaardag. Juist onder jongvolwassenen zien we in alle cijfers veelvuldig gebruik van buy now, pay later en betalingsproblemen. Het blijft wat het CDA betreft een gemiste kans om de leeftijd niet wat verder op te rekken. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is hij bereid de ontwikkelingen onder jongvolwassenen van 18 tot bijvoorbeeld 21 jaar nauwgezet te blijven monitoren en, als de cijfers daar aanleiding toe geven, een verhoging van de leeftijdsgrens alsnog door te voeren? Kan de minister daarnaast aangeven of de kwetsbaarheid van jongvolwassenen bij buy now, pay later ook in andere lidstaten onderwerp van discussie is? Ziet hij mogelijkheden om hierin gezamenlijk op te trekken, bijvoorbeeld bij een toekomstige evaluatie van de richtlijn? Voorzitter. Toch blijft bij ons ook de ongemakkelijke vraag bestaan of we nu daadwerkelijk gaan reguleren wat we willen reguleren. Ik wil het toch weer hebben over het kopen op de pof in de winkelstraat. We hebben het kabinet al meerdere keren gevraagd om buy now, pay later daar te verbieden of ten minste sterk te ontmoedigen. Thuis iets bestellen, het product eerst willen bekijken of passen en vervolgens betalen kan een hele praktische functie hebben. Ook het oorspronkelijke doel, consumenten beschermen tegen malafide webwinkels, snappen we heel goed. Maar voor de kassa staan, het product eigenlijk niet kunnen betalen en vervolgens direct krediet aangeboden krijgen om het toch in je tas mee naar huis te nemen, is echt iets anders. Het kabinet stelt dat een afzonderlijk Nederlands verbod op buy now, pay later in fysieke winkels niet verenigbaar is met het maximumharmonisatiekarakter van de CCDII. De richtlijn maakt geen onderscheid tussen online en offline. Ook verdergaande ontmoediging blijkt volgens het kabinet na gesprekken met de detailhandel praktisch niet haalbaar. Begrijp ons goed: we zijn niet van plan onze detailhandel weer te overspoelen met verplichtingen. Toch vindt het CDA dit geen goede uitkomst. Er zit namelijk een ongemakkelijke tegenstelling in deze wet. Door buy now, pay later beter te reguleren beschermen we consumenten tegen de risico's ervan, maar tegelijkertijd dreigt daarmee het gebruik van buy now, pay later verder te worden genormaliseerd, ook op plekken waar die ontwikkeling juist onwenselijk is. Daarom vraag ik de minister of hij het wenselijk vindt dat buy now, pay later straks een normale betaalmogelijkheid wordt bij de fysieke kassa. Als zijn antwoord daarop nee is maar Nederland door de CCDII nationaal onvoldoende ruimte heeft, vraag ik hem wat hij Europees gaat doen. Voorzitter. De ontwikkelingen in de betaaltechniek maken het risico op kopen op de pof in de winkelstraat nog groter. Ik heb het over de digitale wallet op onze telefoon. We denken bij buy now, pay later nog vaak aan de winkel die achteraf betalen aanbiedt, maar die keuze kan steeds meer in de telefoon van de consument zelf zitten. Je staat bij de kassa, houdt je telefoon tegen de betaalautomaat en kiest niet alleen waarmee je betaalt, maar mogelijk ook wanneer je betaalt. Daarom heeft het CDA met de ChristenUnie gevraagd te onderzoeken of ook buy now, pay later via de wallet in fysieke winkels kan worden verboden of streng ontmoedigd. Maar ook hierbij zegt het kabinet dat het op dit moment niet mogelijk is om het toevoegen van buy now, pay later aan bijvoorbeeld Apple Wallet te verbieden. We kunnen buy now, pay later aan de kassa door de harmonisatie-eis in deze wet dus niet tegenhouden. Hetzelfde geldt voor betalen via een wallet direct aan de kassa. Wat betekent onze wens om buy now, pay later uit de winkelstraat te houden dan nog in de praktijk? Hoe voorkomen we dat de grens tussen betalen en lenen steeds verder vervaagt? We kunnen blijkbaar alleen nog iets met reclamebeperkingen. Mijn vraag aan het kabinet is dan ook om hier maximaal op in te zetten, al blijft het gek voelen dat alleen reclame waarbij gemak of snelheid benadrukt wordt, verboden is en dat er geen totaalverbod ingesteld kan worden. Hoe wordt dit onderscheid gemaakt? Welke ruimte ziet de minister om de normalisering van buy now, pay later verder tegen te gaan? Voorzitter. Er is natuurlijk ook een andere kant. Niet iedere vorm van uitgestelde betaling kent hetzelfde risico. De richtlijn zelf geeft dat ook aan. Een mkb'er of fysieke winkel die zelf, dus zonder een derde kredietaanbieder, een klant kosteloos maximaal 50 dagen geeft om te betalen, kan onder voorwaarden buiten het kredietregime blijven. Dat vinden we terecht. De fietsenmaker die zijn klant wat meer tijd geeft om de rekening te betalen is wat ons betreft echt anders dan een commerciële kredietaanbieder die achteraf betalen als verdienmodel heeft. We zien in de richtlijn dus een bewust onderscheid naar de aard van het product en het risico van de consument, maar hierover is ook veel onduidelijkheid. Dat blijkt wel uit de vragen van mijn voorgangers. Juist daarom heeft het CDA vragen over een andere keuze die Nederland bij deze implementatie maakt, namelijk wat betreft de gewone creditcard. Aan het einde van de maand wordt daarbij het volledige openstaande bedrag afgeschreven. Dit is daarmee een vorm van uitgestelde betaling. Deze kaarten vallen door de CCDII voortaan onder het kredietregime, maar Europa geeft Nederland expliciet de mogelijkheid om bepaalde kaarten met uitgestelde debitering uit te zonderen. Nederland kiest daar niet voor, ondanks het advies van het ATR. Dat wijst daarbij op de aanzienlijke regeldruk en het risico dat deze kaarten daardoor duurder worden. Het kabinet heeft daar ook argumenten voor. Het CDA begrijpt dat we niet aan de voorkant strengere regels voor buy now, pay later moeten invoeren en tegelijkertijd aan de achterkant een ontsnappingsroute moeten openlaten. Maar hoe zit het dan met de proportionaliteitsvraag? Het kabinet erkent namelijk ook dat de betalingsachterstanden bij de bestaande kaarten met uitgestelde debitering op dit moment bijzonder laag zijn en dat zich hier weinig problemen voordoen. Mijn vraag is waarom de oplossing dan is om alle bestaande kaarten met uitgestelde debitering onder het kredietregime te brengen. Heeft het kabinet serieus onderzocht of die ontwijkroute gerichter kan worden afgesloten? Kan er bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt tussen een traditionele kaart, waarbij het volledige bedrag iedere maand automatisch wordt afgeschreven, en nieuwe producten die feitelijk dezelfde functie hebben als buy now, pay later? Als dat juridisch niet kan, is mijn vraag: waarom niet? De extra regels hebben namelijk wel consequenties. Het kabinet erkent zelf dat ze tot hogere kosten kunnen leiden en dat die kosten uiteindelijk bij consumenten terecht kunnen komen. Kan hij dit nogmaals toelichten? Voorzitter. Het CDA gelooft in problemen voorkomen. Deze wet wil dat organiseren door verantwoord krediet te eisen en vroeg in te grijpen, maar geeft onvoldoende antwoord op het zogenaamde schulden stapelen. Dat is bij buy now, pay later een aangetoond risico. In 2024 gebruikte een derde van de "buy now, pay later"-gebruikers onder de 35 jaar meerdere aanbieders. Onder frequente gebruikers, dat wil zeggen meer dan twaalf "buy now, pay later"-betalingen per jaar, gebruikte zelfs 65% meerdere aanbieders binnen één maand. De AFM waarschuwt dat aanbieders daardoor niet altijd zicht hebben op wat iemand elders al verschuldigd is, waardoor schulden zich kunnen opstapelen. Daar komt bij dat betalingsproblemen juist vooral bij kleine bedragen voorkomen. De AFM becijfert dat negen van de tien "buy now, pay later"-transacties die uiteindelijk bij een incassobureau terechtkwamen, onder de €250 lagen. Hier zien we dus toch een probleem. Straks moet bij ieder krediet, ongeacht het bedrag, het BKR worden geraadpleegd, maar het kabinet is voornemens de huidige kredietregistratiegrens van €250 te handhaven. Een klein "buy now, pay later"-krediet kan aanleiding zijn om in het register te kijken, maar datzelfde krediet wordt vervolgens dus niet in dat register zichtbaar voor een volgende aanbieder. Het risico op stapeling blijft dus bestaan. Het volledige inzicht ontbreekt. Daarnaast speelt er de snelheid van registratie. Kredietaanbieders hebben nu drie weken om kredieten bij het BKR te registeren. De AFM zegt expliciet dat daardoor "buy now, pay later"-schulden kunnen ontstaan die uit het zicht blijven van andere kredietaanbieders, waardoor stapeling mogelijk blijft. Mijn vraag is: kan een consument straks op één dag bij meerdere aanbieders "buy now, pay later"-kredieten afsluiten zonder dat andere aanbieders dit zien? Zo ja, blijft daarmee het risico op schuldenstapeling niet juist bestaan, terwijl we dat met deze wet willen voorkomen? Ik ben me er goed van bewust dat aanpassingen aan het kredietregistratiestelsel thuishoren bij de behandeling van de nieuwe Wet stelsel kredietregistratie, maar deze wet blijft maar op zich wachten. Kan de minister toezeggen bij dit wetsvoorstel expliciet te bezien of de registratiegrens en registratietermijn voldoende bescherming bieden tegen de stapeling van kleine kredieten? Wanneer kan de Kamer dit voorstel eindelijk verwachten? Voorzitter, een laatste punt. Ons bereiken signalen dat het nieuwe verbod op koppelverkoop mogelijk gevolgen heeft voor het goede werk van gemeentelijke kredietbanken. Bij schuldsanering wordt een saneringskrediet immers soms gecombineerd met bijvoorbeeld budgetbeheer. Volgens de memorie van toelichting zijn kredieten van gemeentelijke kredietbanken onder bepaalde voorwaarden uitgezonderd. Dan geldt het verbod op koppelverkoop niet. Kan de minister bevestigen dat gemeentelijke kredietbanken hun integrale schuldhulpverlening hierdoor gewoon kunnen voortzetten en dat hier in de praktijk geen onbedoelde belemmeringen ontstaan? Echt tot slot. We bespreken vandaag een wet waar we al langere tijd op wachten. Het CDA heeft het kabinet meermaals gevraagd deze zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen. Inmiddels staat de implementatie onder flinke tijdsdruk. Dat hadden we al zien aankomen. Waarom is er toch voor dit tijdspad en voor deze planning gekozen? Ik zou toch graag een reflectie van de minister willen op hoe we dit in het vervolg beter kunnen doen. Welke lessen trekt de minister hieruit om te voorkomen dat we bij een volgende Europese richtlijn opnieuw achter de feiten aan lopen en we marktpartijen en toezichthouders uiteindelijk met een zeer korte voorbereidingstijd opzadelen? Tot zover. Ik ben benieuwd naar de beantwoording van de minister.

In hetzelfde debat

16 andere bijdragen
André Flach SGPVoorzitter, dank u wel. Geld lenen, krediet verstrekken en uitstel van betaling: het is een van de basissen onder ons economisch systeem. Het biedt een wereld van mogelijkheden. Het biedt ondernemers de ruimte om te inve… André Flach SGPIk stel vast dat de heer Ceder en ik het doel delen, namelijk dat we willen dat jongeren schuldenvrij aan hun toekomst kunnen beginnen, dus op het moment dat ze uit die kwetsbare fase komen. Het is ook voor de SGP een zo… André Flach SGPVoorzitter. De kredietmarkt draait uiteindelijk ook gewoon om winst maken. Op zich is daar niks mis mee, maar als de schuldenproblematiek groter wordt of er winst wordt gemaakt over de rug van kwetsbare groepen, moet er … Claudia van Bruggen staatssecretaris van Justitie en VeiligheidVoorzitter, hartelijk dank. Hartelijk dank ook aan de minister voor deze introductie. Het ging bij mij inderdaad vaak over het onderdeel buy now, pay later in combinatie met de schuldenproblematiek die we bij jongeren zi… Claudia van Bruggen staatssecretaris van Justitie en VeiligheidDat kunnen we toezeggen. Het betreft namelijk het bestaande samenwerkingsprotocol. Dat zullen we heel specifiek terugleggen bij de Kamer, om aan te geven hoe dat eruitziet.… Don Ceder ChristenUnieVoorzitter, ter verduidelijking: ze ligt niet in het ziekenhuis en ik zit hier. We zitten echter wel in de periode waarin ik een belletje kan krijgen. Dan kan ik ervandoor. Het kan ook nog een paar dagen duren. In ieder … Don Ceder ChristenUnieDat gaat lukken, voorzitter. Ik vind dat er op z'n minst een redelijke toezichtspraktijk moet zijn vanuit de AFM, in ieder geval het eerste halfjaar. Echter vraag ik me af of uitstel van de inwerkingtreding van het gehel… Don Ceder ChristenUnieVoorzitter, dank u wel. Ik wil de minister en de staatssecretaris bedanken voor de beantwoording. We hebben veel vragen gesteld, omdat er veel vragen waren, maar de minister heeft ook veel antwoord gegeven, denk ik. Een … Eelco Heinen minister van FinanciënDank, voorzitter. Er zijn veel vragen gesteld, waarvoor dank. We hebben het vandaag, als ik het samenvat, over de bescherming van de consument. We hebben vaak debatten die wat meer macro-economisch van aard zijn: hoe wer… Eelco Heinen minister van FinanciënVoorzitter, dank u wel. Laten we nogmaals in herinnering brengen waar we het over hebben: hoe beschermen we consumenten? Er bestaat een spanningsveld bij de implementatie van deze richtlijn. Enerzijds vraagt de Kamer al … Eelco Heinen minister van FinanciënKijk, de AFM is natuurlijk onafhankelijk. Ik vind het dus lastig om vanuit mijn rol een harde termijn voor te schrijven voor hoe zij hun werk moeten doen, maar ik denk dat de AFM u ook goed heeft gehoord. Laat ik dit in … Eelco Heinen minister van FinanciënDat zal ik doen. Dat is bij dezen de toezegging. Ik erken uiteraard dat er bij de Kamer geen enkele twijfel is over de onafhankelijkheid. Ik hechtte eraan dat de toezichthouder, mocht die het debat volgen, van ons, zowel… Eelco Heinen minister van FinanciënIk heb dit onderwerp bovenaan de stapel gelegd, omdat dit het belangrijkste onderwerp aan de zijde van de Kamer is, denk ik. Mocht de heer Ceder een telefoontje krijgen, hoeft hij nu niet in spanning te wachten totdat di… Eelco Heinen minister van FinanciënEr zijn veel vragen gesteld. Ik loop ze gewoon allemaal af en ik hoor het wel als er een aanleiding is voor aanvullende vragen. Ten eerste, de leeftijdsgrens. De heer Flach heeft gevraagd: zou je die grens niet nog hoger… Eelco Heinen minister van FinanciënDe zwaarwegende onderbouwing om de grens bij 21 jaar te leggen, zien wij niet. Ik grijp even terug naar mijn inleiding bij dit wetgevingsoverleg. Uiteindelijk is consumentenbescherming het doel. Een leeftijdsgrens is daa… Eelco Heinen minister van FinanciënDit heeft niks met de richtlijn te maken, want dit is iets wat wij nationaal doen. De Grondwet kijkt vooral naar de proportionaliteit. Wij zien de onderbouwing niet om te kunnen beargumenteren waarom leeftijdsdiscriminat…