Commissiedebat · woensdag 9 september 2026
Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 (onderwerpen op het terrein van BHO)
Elles van Ark
CDA
Dank u wel, voorzitter. In 2015 hebben we wereldwijd afgesproken waar we in 2030 willen staan. Dit is vastgelegd in de SDG's. Er zijn zeker, of gelukkig zal ik zeggen, positieve resultaten te noemen. Dat mag ook weleens gezegd worden. Zo is de wereldwijde moedersterfte fors afgenomen. Sinds 2000 is die met ongeveer 40% gedaald. Honderdduizenden vrouwen zijn daardoor in leven gebleven om hun kinderen te zien opgroeien. Zulke vooruitgang kwam niet uit hulp alleen, maar uit een combinatie van investeringen, economische groei, handel, beter bestuur en internationale samenwerking.
Laten we ook eerlijk zijn: de vooruitgang blijft achter. Maar dat is voor het CDA geen reden om na 2030 de stekker eruit te trekken. Integendeel. Vorige week ontvingen we van de Building Change-coalitie een oproep om te werken aan een nieuwe internationale ontwikkelingsagenda. Die oproep steunen wij. Tegelijkertijd laat de positionpaper zien dat een vervolg niet alleen gaat over nieuwe doelen. Een nieuwe agenda moet volgens ons geloofwaardig, uitvoerbaar en beter verankerd zijn, met meer aandacht voor eigenaarschap, beleidscoherentie — mijn collega sprak er ook al over — eerlijke financiering en een volwaardige rol voor lokale maatschappelijke organisaties en overheden uit het Mondiale Zuiden bij ontwerp, besluitvorming en monitoring. Daarom vraag ik de minister of Nederland zich binnen de EU en de Verenigde Naties actief gaat inzetten voor een volwaardig vervolg op de SDG's na 2030. Welke elementen uit deze agenda vindt hij van belang? Wanneer kan de Kamer de Nederlandse inzet verwachten?
Voorzitter. In april is de motie-Van Ark/Van Lanschot aangenomen, over een vernieuwde geïntegreerde inzet van diplomatie, defensie en ontwikkelingssamenwerking. Ik zie tot mijn tevredenheid dat het kabinet die samenhang inmiddels op verschillende plekken benoemt. Ook in de nieuwe Internationale Veiligheidsstrategie wordt expliciet naar onze motie verwezen. Maar het valt tegelijkertijd op hoe beperkt ontwikkelingssamenwerking in die veiligheidsstrategie terugkomt, terwijl het kabinet zelf constateert dat instabiliteit rond Europa ons raakt via migratie, terrorisme en georganiseerde criminaliteit. Er wordt nauwelijks uitgewerkt welke rol ontwikkelingssamenwerking kan spelen bij conflictpreventie, stabiliteit en maatschappelijke weerbaarheid.
Voor het CDA is veiligheid breder dan defensie alleen. Investeren in goed bestuur, weerbare gemeenschappen, vredesopbouw en economische perspectieven kan juist helpen om instabiliteit eerder te voorkomen. Daarom vraag ik of de minister kan aangeven wanneer de Kamer de gevraagde inhoudelijke uitwerking krijgt. Wordt daarbij expliciet voortgebouwd op de lessen van de 3D-benadering?
Tot slot, voorzitter. In de uitgebreide versie van de beleidsbrief noemt de minister voedselzekerheid slechts terloops. Dat is opvallend, want voedselzekerheid is allang niet meer alleen een landbouwthema; het is ook een geopolitiek en economisch vraagstuk. De oorlog in Oekraïne, droogte en kwetsbare internationale aanvoerketens laten zien hoe strategisch voedsel is. Tegelijkertijd worden ontwikkelingslanden het hardst geraakt door voedseltekorten en stijgende prijzen. Juist hier gaan Nederlandse en Europese strategische belangen hand in hand met de belangen van ontwikkelingslanden. Daarom zou voedselzekerheid wat het CDA betreft veel explicieter een prioriteit moeten zijn binnen het Nederlandse ontwikkelingsbeleid en de inzet op Europese initiatieven, zoals Global Gateway. Is de minister het met het CDA op dit punt eens? Wil hij bezien hoe Nederland dit thema nog nadrukkelijker meeneemt in zijn langetermijnstrategie, bijvoorbeeld ook richting Global Gateway?
Tot slot, voorzitter. Ik rond af. Ik ga over mijn tijd heen. Het kabinet werkt aan een nieuwe visie op ontwikkelingssamenwerking richting 2040, waarbij lokaal eigenaarschap eerder nadrukkelijk als uitgangspunt is genoemd. Kan de minister toezeggen dat dit ook echt leidend wordt? Dat geldt wat ons betreft ook voor de combitracks. Betrek maatschappelijke organisaties vanaf het begin bij de ontwikkeling en uitvoering daarvan. Graag zouden wij van de minister horen hoe hij maatschappelijke organisaties daarbij nadrukkelijk denkt te betrekken.
Dank u wel.