Commissiedebat · woensdag 9 september 2026
Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 (onderwerpen op het terrein van BHO)
Michiel Hoogeveen
JA21
Dank u, voorzitter. De wereld fragmenteert, de grootmachten trekken handelsmuren op, industriepolitiek is terug van weggeweest en heffingen worden ingezet als geopolitiek wapen. Als wij als mensheid iets zouden hebben geleerd van de geschiedenis, dan zouden we weten dat dit zelden goed eindigt. Zodra we handelsbeleid overlaten aan onze holbewonersinstincten, worden producten duurder, worden we minder concurrerend en eindigen we uiteindelijk allemaal minder welvarend.
Voorzitter. JA21 kan zich dus goed vinden in een belangrijk deel van de analyse in het handelsgedeelte van de beleidsbrief. "Buitenlandse handel zorgt voor een derde van onze welvaart. We moeten ons internationale verdienvermogen versterken, onze internationale handelspartners diversifiëren en de Europese Commissie vooral aansporen nieuwe handels- en investeringsverdragen te sluiten, inclusief afspraken over grondstoffen." Uitstekend.
Voorzitter. Maar een paar regels later komen de groene doelstellingen, mens en milieu en lokale ontwikkeling om de hoek kijken. Ontwikkelingssamenwerking moet nog beter aansluiten bij internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het kabinet wil bedrijven ondersteunen bij toepassing van OESO-richtlijnen. Zijn dat eigenlijk nog wel richtlijnen, vraag ik de minister, of zijn het de facto verplichtingen?
Voorzitter. Hier zit voor JA21 de spanning, want als het kabinet meent dat diversificatie werkelijk zo urgent is in deze geopolitieke tijden, dan moeten we voorkomen dat ieder nieuw handelsakkoord een verzamelplaats wordt voor zaken die ook op hun eigen tempo daarbuiten geregeld kunnen worden. Het Mercosur-akkoord is het schrikbeeld. In 2019 werd na twintig jaar onderhandelen het handelsakkoord afgerond, maar vanwege Europese zorgen over de klimaatparagraaf volgde opnieuw een discussie over aanvullende waarborgen, waarbij zelfs de linkse president Lula van Brazilië de Europese opstelling beschuldigde van groen neokolonialisme. Pas eind 2025 kwam het tot een definitieve inwerkingtreding.
Voorzitter. Dat moeten we niet nog een keer laten gebeuren, want er ligt een ambitieuze handelsagenda voor Europa. Met India, Indonesië en Australië zijn de onderhandelingen afgerond. Met Thailand, Maleisië, de Filipijnen en de Emiraten wordt nog onderhandeld. Met Mexico zijn inmiddels gemoderniseerde afspraken ondertekend. Maar in die trajecten zien we steeds weer datzelfde risico terug: handel wordt verbonden aan steeds meer andere politieke doelstellingen. Bij Thailand en de Filipijnen spreekt de Europese Commissie letterlijk van "sustainability at its core". Waarom staat bij een vrijhandelsakkoord niet gewoon "vrijhandel at its core"?
Mexico laat zien dat het anders kan. Daar is het handelsdeel afgesplitst in een interim-handelsakkoord. Mijn vraag aan de minister is daarom: gaat Nederland zich er in Brussel voor inzetten dat deze nieuwe generatie handelsakkoorden zo snel mogelijk in werking treedt? Ik heb nog geen jaar geleden een motie aangenomen gekregen over een aanjagersrol van Nederland op dit gebied. Is de minister bereid ervoor te pleiten om handelsdelen, waar dat juridisch mogelijk is, afzonderlijk in werking te laten treden? Wat kan Nederland daarnaast doen om bijvoorbeeld ook het afronden van investeringsakkoorden te accelereren?
Dit betekent niet dat JA21 een naïef handelsbeleid voorstaat waarin iedere handelswijze ons om het even is, en waarin bijvoorbeeld China ongehinderd strategische haventerminals moet kunnen blijven opkopen. Natuurlijk moeten we grenzen stellen waar kritieke infrastructuur, nationale veiligheid of productveiligheid in het geding zijn, maar dat is iets anders dan bij ieder handelsakkoord een volledige sociale en groene beleidsagenda aan een andere partij meegeven.
Voorzitter. Echte vrijhandel met opkomende economieën is geen tegenstelling tot ontwikkeling. Markttoegang, investeringen en deelname aan internationale waardeketens zorgen juist voor groei, werkgelegenheid en uiteindelijk voor de economische ruimte om hogere standaarden te bereiken. JA21 wil daarom dat Europa bij nieuwe handelsakkoorden begint waar de wederzijdse economische belangen samenkomen: markttoegang, heffingen, diensten, investeringen en toegang tot grondstoffen. Mijn slotvraag aan de minister is daarom: gaat Nederland er in Brussel voor pleiten dat bij nieuwe handelsakkoorden het economisch belang daadwerkelijk vooropstaat en dat aanvullende sociale en groene doelstellingen zulke akkoorden niet meer onnodig mogen vertragen of blokkeren?
Dank u wel.