Commissiedebat · woensdag 9 september 2026
Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 (onderwerpen op het terrein van BHO)
Nicole Maes
VVD
Dank u, voorzitter. Laat ik beginnen met zeggen dat ik blij ben dat we vandaag de beleidsbrief bespreken met minister Sjoerdsma. Fijn dat we vorige week nog een nadere uitwerking hebben ontvangen. Daar was mijn fractie blij mee, want er was veel aandacht voor buitenlandse handel in ontwikkelingslanden.
De topprioriteit voor de komende jaren blijft wat de VVD betreft de steun voor Oekraïne. Dat land, dat al ruim vier jaar vecht voor onze vrijheid, kan alle steun gebruiken. Ik denk dan aan hulp bij de wederopbouw, ervoor zorgen dat er komende winter energie is voor de burgerbevolking en ondergrondse ziekenhuizen, maar ook aan het beschermen van kunstschatten en zorgen voor de mentale gezondheid van veteranen. De noden zijn enorm, dus mijn vraag aan de minister is waar hij de komende periode de nadruk op legt en wat hij gaat doen om ervoor te zorgen dat die hulp duurzaam is en niet meteen weer kapotgeschoten wordt door de Russische agressor.
Dan de beleidsbrief. Voor de VVD zitten er twee belangrijke thema's in, waarvan wij willen dat de minister zich daar de komende jaren hard voor maakt, namelijk migratiesamenwerking en de hulp- en handelsagenda.
Laat ik beginnen met migratie. Mijn partij pleit al jaren voor maatregelen die de instroom beperken. Het moge duidelijk zijn dat de VVD-fractie over het resultaat nog niet tevreden is. Ik heb een aantal vragen over de verschillende rapporten die voor de zomer zijn verschenen.
Uit de evaluatie van de IOB blijkt dat op alle drie de doelstellingen, namelijk het tegengaan van illegale migratie, bescherming en terugkeer, de resultaten achterblijven. Daarom zou ik voor de toekomst graag weten waar de prioriteit van deze minister ligt en wat hij gaat doen om op die prioriteit resultaten te boeken. Is de minister het met mij eens dat van de drie genoemde doelstellingen de inzet op terugkeer en het tegengaan van illegale migratie de meeste aandacht vragen? Ziet de minister mogelijkheden om de druk op partnerlanden te verhogen? Uit de evaluatie begrijp ik dat andere EU-lidstaten minder terughoudend zijn dan Nederland met het inzetten van materiële steun. Wat maakt dat het kabinet daar terughoudend over is? Is het kabinet bereid om dit te heroverwegen?
Dan nog een specifieke vraag over het COMPASS-programma van IOM. Daar is 176 miljoen aan besteed en het resultaat was zeer teleurstellend. Kijkt de minister naar alternatieven? Zo ja, waar denkt hij dan aan?
Tot slot ben ik erg benieuwd naar de asieltop die in de beleidsbrief werd aangekondigd. Het is oorverdovend stil rondom dit idee. Worden hier voorbereidingen voor getroffen? Wanneer gaat deze asieltop plaatsvinden? Welke landen worden daarvoor uitgenodigd?
Dan de combitracks. Mijn fractie vindt dat een mooi programma. Het is een goede manier om bedrijven in ontwikkelingslanden en Nederlandse bedrijven aan elkaar te koppelen. Mijn fractie is ook gelukkig met de landen die onder dat programma vallen, want het zijn stuk voor stuk landen met economisch potentieel. In de brief van de minister lees ik dat er 200 activiteiten worden uitgevoerd, waar meer dan 600 Nederlandse bedrijven bij betrokken zijn. Kan de minister iets zeggen over de schaalgrootte van de activiteiten? Ik lees dat die nogal uiteenloopt. Wat mijn fractie betreft moet het gaan om zo groot mogelijke projecten, omdat je daarmee ook de administratieve last beperkt voor het ministerie en voor de bedrijven waarmee wordt samengewerkt in Nederland en in ontwikkelingslanden. Hoe kijkt de minister naar de combitracks in relatie tot het WRR-rapport dat hem twee weken geleden is aangeboden? Hoe kijkt hij naar de link met de EU Global Gateway? Wat doet de minister om het Nederlandse bedrijfsleven meer te betrekken bij de Global Gateway?
Voorzitter, dan nog één vraag over internationale samenwerking op het terrein van cultuur. Dit weekend was de honderdste geboortedag van prins Claus. Het aan zijn naam verbonden fonds bestaat 30 jaar en staat wereldwijd bekend als belangrijk steunpunt voor kunstenaars in ontwikkelingslanden en het redden van collecties en cultureel erfgoed in geval van conflict. Onder andere in Oekraïne is van dat fonds gebruikgemaakt. Een klein bedrag maakt een groot verschil. Hoe ziet de minister dit?
Ik dank u, voorzitter.