Dank u wel, voorzitter. Er staan vandaag een heleboel stukken op de agenda. Ik wil daar toch een paar van uitlichten, maar ik begin ook met een paar signalen die ik de afgelopen periode kreeg.
Ten eerste wil ik beginnen bij pensioenpremies bij faillissementen. Als de bakker om de hoek failliet gaat, moeten werknemers zelf bij het UWV een aanvraag indienen om ervoor te zorgen dat niet alleen hun loon, maar ook hun achterstallige pensioenpremies worden veiliggesteld. U kunt zich voorstellen dat mensen na een faillissement vaak met heel andere zorgen bezig zijn. Bovendien begrijpt niet iedereen de ingewikkelde formulieren die ze moeten invullen. Het gekke aan dit verhaal is, vind ik, dat het pensioenfonds vaak al beschikt over alle benodigde gegevens, maar dat het op grond van de huidige wetgeving niet zelf een aanvraag kan doen namens de werknemer. De recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep maakt duidelijk dat er waarschijnlijk een wetswijziging voor nodig is om dit te regelen. Daarom vraag ik de minister: is hij het met mij eens dat het logisch is dat pensioenfondsen in deze situaties ook namens de werknemer een aanvraag kunnen indienen? Kan de minister toezeggen dat hij onderzoekt hoe we dit kunnen regelen en welke wetswijziging hiervoor nodig is?
Voorzitter. Dan kom ik bij mijn tweede punt. Onlangs sprak ik een mevrouw die na een medische ingreep gedeeltelijk arbeidsongeschikt is geraakt. Ze werkt nog steeds, namelijk ongeveer 60% van haar oorspronkelijke uren, precies zo veel als het UWV heeft vastgesteld. Voor de overige uren ontvangt zij een uitkering. Maar juist haar inzet levert nu een dilemma op. Het UWV rekent namelijk met het sv-loon van voor haar ziekte, toen zij ongeveer net iets boven het minimumloon per uur verdiende. Sindsdien zijn de cao-lonen gestegen en is haar functie anders gewaardeerd, maar voor haar uitkering blijft dat oude loon het referentiepunt. Het gevolg is wrang. Een cao-verhoging of bonus kan gevolgen hebben voor haar uitkering, terwijl ze haar aanvulling echt nodig heeft. Haar eigen woorden waren: laat die loonsverhoging en die bonus alsjeblieft zitten. Elke kleine cao-verhoging veroorzaakt haar nu gigantisch veel stress. Mijn vraag aan de minister is: sluit deze uitvoeringspraktijk van het UWV wat hem betreft aan bij het doel om werken meer lonend te maken?
Voorzitter. Achter deze discussies over uitkeringsregels gaat een mens schuil die gewoon wil werken, maar vastloopt in een systeem dat haar inzet onvoldoende beloont. Misschien begint de echte verbetering, die wij hier vandaag ook bespreken, wel met het luisteren naar één verhaal van iemand die alles doet wat er van haar gevraagd wordt en die toch niet vooruitkomt. Mijn vraag aan de minister is: is hij bereid om samen met mij in gesprek te gaan met deze mevrouw om te kijken hoe we dit soort situaties kunnen verbeteren? Misschien kunnen we het niet voor deze mevrouw oplossen, maar wel voor alle mensen die na haar komen.
Mijn derde punt gaat over de knelpuntenbrief. Als ik de knelpuntenbrieven lees, valt mij op dat veel voorstellen gaan over vereenvoudiging. Dat is ook hard nodig. Neem de WW; die is in de loop der jaren zo ingewikkeld geworden dat gegevens niet altijd goed aansluiten op de polisadministratie. Daardoor moet er veel handmatig gebeuren en worden er onnodig veel fouten gemaakt. Het UWV stelt voor om de voorgenomen aanscherping van de referte-eis meteen goed te laten aansluiten op de polisadministratie. Dat maakt de uitvoering eenvoudiger en geeft werknemers sneller duidelijkheid. Ziet de minister mogelijkheden om dat voorstel over te nemen?
Uitspraken Elles van Ark, 23 sep