Dank u wel, voorzitter. Mensen melden zich op hun meest kwetsbare moment bij het UWV voor een WIA- of een Wajong-beoordeling. Op dat moment wil je maar één ding: snel duidelijkheid of je in aanmerking komt voor een uitkering, en zekerheid dat de beoordeling die er wordt gedaan klopt. Aan beide ontbreekt het momenteel, en dat is zeer kwalijk. Hiermee wil ik niet het UWV of de medewerkers van het UWV diskwalificeren, maar het feit dat de grootste uitvoeringsorganisatie van het Rijk al jarenlang gebrekkige kwaliteit levert, is zorgelijk. Mijn conclusie na het lezen van het document is eigenlijk dat de chaos bij het UWV nog groter is dan dat ik eerder vermoedde.
Voorzitter. De kwaliteit is volgens de minister niet volledig op orde. Als ik het rapport van de Rekenkamer lees, lijkt dat me nogal een understatement. Daar staan harde conclusies in. Het kwaliteitssysteem bij de sociaal-medische beoordelingen was niet op orde. De minister had een blinde vlek voor de kwaliteit van het UWV, en de sturingsrelatie tussen het ministerie en het UWV is te complex. Er is een te hoge mate van autonomie met en binnen het UWV. Het kwaliteitsmanagement bij de divisie SMZ is vrij ontluisterend: er is geen kwaliteitsvisie, medewerkers hielden zich niet aan werkinstructies en elk district was zelf verantwoordelijk voor het kwaliteitsbeleid.
Voorzitter. Naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamer heb ik een aantal vragen over wanneer het UWV op de hoogte was, en wanneer het ministerie, en vervolgens ook de Kamer, hierover is geïnformeerd. Dat is een vraag die ik al langer stel. Ook het Rekenkamerrapport geeft mij daar namelijk nog geen volledige helderheid over. Klopt het dat de raad van bestuur eind 2020 al op de hoogte was van de gebrekkige kwaliteit, en klopt het dat de raad van bestuur hier al meerdere malen over heeft gesproken? Als we de tijdlijn lezen, zou dat bijvoorbeeld al in april 2022 of in oktober 2023 gebeurd zijn. Mijn vraag is wanneer de minister specifiek geïnformeerd is over het maatman- en dagloon en de onderdelen waar de hersteloperatie nu op toeziet. Klopt het ook dat de minister in juni 2024 is verteld dat het niet over de kwaliteit van de beoordeling zelf, maar over de administratieve kwaliteit zou gaan? Hoe strookt dit dan met de waarheid over de ernst en de omvang, die toen ook bekend was, binnen het UWV op dat moment?
Voorzitter. Ik heb daarover nog de brieven van de Kamer nagezocht. In de brief van 28 april 2023 gaat het alleen over de wachtlijsten. In die van 6 oktober 2023 gaat het over de informatie over de wachtlijsten. In die brief van 33 pagina's valt het woord "kwaliteit" twee keer. Pas op 4 september 2024 wordt de Kamer geïnformeerd over het feit dat er zorgen zijn over de kwaliteit. Dat was volgens mij ook pas na een publicatie van het AD. In die brief staat "vorig jaar is een aantal verbetertrajecten voor de kwaliteit van sociaal-medische beoordelingen ingezet", maar in de eerdere brief werd met geen woord gerept over kwaliteit. Hoe kan dit, is de vraag van mijn fractie. Hoe kijkt de minister aan tegen mijn stelling dat het UWV het al langer wist, maar de ernst en omvang kleiner heeft gehouden en de minister niet of te weinig alarmerend heeft geïnformeerd? Wanneer is volgens de minister de Kamer dan wel juist en volledig geïnformeerd? Ik stel die vragen omdat ik dit nog onvoldoende heb teruggevonden in het rapport van de Rekenkamer. Ik denk dat dit belangrijk is omdat we, ook met het oog op de toekomst, als Kamer sturing willen geven aan het UWV, omdat dit een van de grootste uitvoeringsorganisaties van het land is.
Voorzitter. Dan de sociaal-medische beoordeling. Er is een nieuwe kwaliteitstoets, maar er is nog steeds geen toereikend inzicht in de kwaliteit. Wat is er nodig om dit inzicht wel te krijgen? Klopt het dat er nog dagelijks foute dossiers bij komen? Die dossiers gaan niet alleen over technische zaken rondom maatmanloon en dagloon, maar ook over de inhoudelijke beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Zo ja, wat betekent dat voor de hersteloperatie?
Kan de minister wat meer ingaan op de regionale verschillen, zowel qua uitkomsten als qua wachttijden? Ik ben blij dat uit de briefing van gisteravond bleek dat de motie rond taakdelegatie en taakherschikking door de minister en het UWV wordt omarmd. Gezien de ernst van de situatie vind ik het tijdpad echter te traag. Er is ook aangegeven dat er een wetswijziging voor nodig zou zijn. Het woord "verzekeringsgeneeskundige" vereist nu namelijk altijd een verzekeringsarts. Dit moet gewijzigd worden, en volgens mij kan dit ook. Ik begrijp dat de werkprocessen op de achtergrond meer tijd vergen, maar deze specifieke wetswijziging om de taakherschikking breder in te zetten zou wat ons betreft echt met spoed moeten worden opgepakt. Is de minister ertoe bereid om dit specifieke deel met spoed naar de Kamer te sturen? Er is volgens mij ook slechts een lichte aanpassing nodig aan de wet. Ik begrijp dan ook niet hoe het kan dat het UWV de gemaakte afspraken over de prioritering niet is nagekomen. Het UWV stelt zich daar in 2026 wel aan te houden. Begrijp ik de brief zo goed? De minister schrijft dat het fundament van een goede uitvoering van de sociaal-medische dienstverlening ontbreekt, maar dat het het UWV nu wel gaat lukken om de veranderingen door te voeren en om sterker te sturen. Op basis waarvan heeft de minister het vertrouwen dat het nu wel gaat lukken?
Voorzitter, ik kom bij mijn laatste punt. Het UWV kan nog niet voldoen aan de wettelijke taken, want 60-plussers worden sowieso niet meer beoordeeld. Alleen de mensen in de meest schrijnende situaties worden geholpen. Waar moet ik in dat kader dan aan denken? Dit zijn veel vragen, maar dat komt omdat we die als fractie nog hebben.
Dank u wel.
Uitspraken Don Ceder, 21 jan