Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de griffie nog bedanken voor het zo snel regelen van een technische briefing met UWV. Die was gisterenavond en was zeer informatief. Ik ben dan ook blij dat de mensen van UWV elke dag aan de slag gaan voor de mensen die het nodig hebben, want vertrouwen van mensen in de overheid wordt voor een belangrijk deel bepaald door de uitvoeringsorganisaties. Maar we spreken vandaag niet voor niets over de WIA-problematiek, want hier, bij die uitvoeringsorganisatie, gaat het juist niet goed.
De WIA-problematiek brengt levens van mensen tot stilstand. Dat is schrijnend voor mensen die wachten. Ook werkgevers blijven met onduidelijkheid zitten. De titel van het Rekenkamerrapport zegt genoeg: "Fouten bij WIA-uitkeringen: blind voor de signalen, burgers geraakt". De Rekenkamer komt met een hard oordeel en ook hier verdient het kabinet op z'n zachtst gezegd geen schoonheidsprijs.
Ik wil vandaag vooral stilstaan bij de reactie van het kabinet en de aangedragen oplossingen en verbeteringen. Er wordt in de brief van de minister veel gezegd. Echter, wij zien nog steeds geen harde verbeteringsagenda. Dat moet wat ons betreft een stuk concreter. Ik heb dan ook een aantal vragen aan de minister. De eerste vraag is wanneer er daadwerkelijk een concrete verbeteringsagenda ligt die verdergaat dan wat we nu al hebben liggen. We zijn al laat, maar we willen hem wel voor de zomer zien. Overigens bedoelen we met "concreet" ook echt concreet: duidelijk per maatregel aangeven wat er opgelost wordt, dus wat de burger kan verwachten. Twee. Het is ook nodig dat bij het uitwerken van een concrete verbeteringsagenda niet alleen UWV en SZW betrokken worden, maar juist ook het hele veld eromheen, conform het advies van de Rekenkamer. Kan de minister toezeggen hen ook hierbij te betrekken? Neemt de minister dan ook het aantrekkelijk maken van het beroep verzekeringsarts hierin mee?
Dan kom ik bij het volgende. Ten aanzien van het sturingsmodel voor zbo's hebben wij al vaker opmerkingen gemaakt. De Rekenkamerbevinding Blind voor signalen en falend kwaliteitsmanagementsysteem is niet bepaald klein bier, zeker omdat we vaker hebben aangedrongen op een ander sturingsmechanisme. De governance is dus echt niet goed geregeld. Dat zegt de Rekenkamer ook. In het Rekenkamerrapport staat dat de kwaliteit van de uitvoering minder aandacht krijgt van het ministerie dan het behalen van de kritieke prestatie-indicatoren die het ministerie van SZW wél wil zien. De rechtmatigheid wordt wel op een positieve manier gerapporteerd. Met andere woorden: de minister wil vooral weten of de declaraties kloppen en de bonnen op orde zijn. Ik chargeer een beetje. Er wordt echter nauwelijks gevraagd naar de kwaliteit van de primaire taak van het UWV: het goede doen voor onze inwoners. Juist daar is de minister verantwoordelijk voor. Wat ons betreft is dit een serieus probleem in het sturingsmodel.
In de praktijk wordt eigenlijk maar één rol echt ingevuld. Dat is die van de eigenaar, gericht op onder andere de bedrijfsvoering en rechtmatigheid. Als opdrachtgever moet je willen weten hoe goed je opdracht wordt uitgevoerd. Dat geeft je zicht op de kwaliteit van de uitvoering. Dat dat niet goed is gegaan, moge duidelijk zijn. De Rekenkamer adviseert daarom terecht om bestuurlijke driehoeken aan de kant van het opdrachtgeverschap te versterken. Dat vraagt om voldoende kennis en inhoudelijke diepgang vanuit SZW. Ik vind het dan ook bedenkelijk dat de minister in haar brief niet aangeeft deze opdrachtgeversrol zo snel mogelijk verder te willen invullen. Ook stelt zij niet voor om vanuit het ministerie kennis en diepgang in te brengen om eigen inzichten te ontwikkelen in de bedrijfsvoering van het UWV.
Dat brengt mij bij het afdoen van de motie-Inge van Dijk. De minister heeft naar aanleiding van deze motie een onderzoek laten doen naar de meerwaarde van andere sturingsvormen. Die doet ze in deze brief wat ons betreft wat mager af. De Rekenkamer concludeert nu juist dat de huidige sturingsvorm niet goed is ingericht en adviseert om daar nu aan te werken. Nu blijkt dat dat niet zwaar wordt opgepakt, ga ik dan maar weer terug naar de zbo-structuur. Dat is niet om koste wat kost het UWV terug te halen naar het ministerie, maar juist omdat we ministeriële inzet willen zien op dat opdrachtgeverschap. Kan de minister toezeggen dat ze dat opdrachtgeverschap zichtbaarder en steviger gaat invullen en ons daarover informeert voor de zomer? Voor ons is dit ook gewoon de crux. Dit zijn namelijk de instrumenten die de Kamer heeft op het gebied van toezicht.
Uitspraken Judith Bühler, 21 jan