Plenair debat · woensdag 9 september 2026
Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met de implementatie van de herziening van de richtlijn luchtkwaliteit (36879)
Voorzitter, dank u wel. Schone lucht: het zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar voor veel mensen is het dat niet. Elke dag ademen we lucht in die een slechte invloed heeft op onze gezondheid. Neem kinderen die astma ontwikkelen, mensen met hart- en vaatziekten of mensen die door luchtvervuiling eerder overlijden. Het is een onzichtbare invloed die mensen elke dag merken. Het is dus cruciaal dat we onze lucht zo schoon mogelijk krijgen, zodat we Nederlanders zo lang mogelijk gezond houden.
Voorzitter. Er is nog veel te winnen. De maatschappelijke kosten van luchtvervuiling worden door het Planbureau voor de Leefomgeving geschat op zo'n 19,5 miljard per jaar. Vrijwel dat hele bedrag is toe te schrijven aan gezondheidsschade. Om dit bedrag in perspectief te plaatsen: dit is bijna drie keer het eigen risico per persoon per jaar. Mensen en verzekeringsmaatschappijen zijn elk jaar drie keer het eigen risico kwijt aan zorgkosten, aan dure zorg en dure professionals, die daardoor niet meer bezig zijn om andere mensen te genezen. Mensen zijn hun eigen risico kwijt aan een risico dat ze niet kunnen vermijden.
Voorzitter. Wat D66 betreft voorkomen we dat mensen zich bij de huisarts moeten melden. Daarom heb ik wat vragen over deze wet. Het is fijn dat we nu deze richtlijnen implementeren, maar dan zijn we er nog niet. De steigers staan, maar er moet nog verder gebouwd worden. Vanaf 2030 worden de Europese grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide aangescherpt. We gaan bovendien de gemiddelde blootstelling van mensen verder terugdringen. Mijn fractie steunt dat van harte. Het is precies de richting die we op moeten.
Tegelijkertijd zien we dat deze wet beleidsarm is. De echte inhoudelijke uitwerking komt later. Dat brengt mij bij het Schone Lucht Akkoord. Daar zit wat mij betreft het bewijs in dat ambitie loont. Het was de huidige minister van Klimaat die daar ooit het startschot voor gaf, en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Voor de zomer bleek dat de gezondheidswinst van schone lucht zelfs groter is dan we hadden durven hopen. Er overlijden nu een kwart minder mensen door vieze lucht dan in de twintig jaar voor het akkoord. Laten we daar even bij stilstaan. Dat zijn mensen die er nu nog zijn en die er anders niet meer waren geweest. Een geweldig resultaat! Wat D66 betreft smaakt dat naar meer. Het laat zien dat het wél kan en dat we vooruitgang boeken als we durven kiezen en volhouden. Daarom ben ik blij dat deze staatssecretaris het goede werk voortzet bij de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord. Mijn vraag aan haar is dan ook of zij kan aangeven hoe deze richtlijn gaat bijdragen aan het bereiken van de doelen uit het Schone Lucht Akkoord. Ziet zij, gezien de goede resultaten die al geboekt zijn, ruimte om de ambitie van het akkoord nog verder aan te scherpen?
Voorzitter. Als de mooie woorden op papier niet in de praktijk worden gebracht, wordt de lucht niet schoner. Daarom ook nog wat vragen over de uitvoering. De regering schrijft zelf dat de nieuwe normen kunnen leiden tot meer overschrijdingen, dat er aanvullende maatregelen voor nodig zijn en dat die maatregelen geld en extra capaciteit voor controle vragen. Dat is een eerlijke analyse, maar in dezelfde brief wordt dat risico vervolgens vooruitgeschoven. De staatssecretaris geeft aan dat het toezicht op de grenswaarden binnen de huidige taken van de omgevingsdiensten valt en dat de financieringsbehoefte pas in kaart wordt gebracht wanneer in de verdere beleidsuitwerking nieuwe taken worden toegevoegd. Maar is dat niet de verkeerde volgorde, en bovendien te laat? Als we vandaag al weten dat er straks aanvullende maatregelen nodig kunnen zijn, willen we toch nu weten wat dat betekent voor de capaciteit van het vergunning-, toezicht- en handhavingsstelsel? Omgevingsdiensten kunnen dit er niet zomaar bij doen. Bedrijven hebben tijd nodig om te investeren.
Wie te laat begint met rekenen, komt te laat met handelen. Daarom drie vragen aan de staatssecretaris. Wat gaat de staatssecretaris concreet doen om ervoor te zorgen dat bedrijven in 2030 binnen de norm blijven in plaats van erbuiten vallen? Is de staatssecretaris bereid om nu, vooruitlopend op de verdere beleidsuitwerking, in kaart te brengen wat de strengere normen betekenen voor de capaciteit en financiering van het VTH-stelsel? Laten we het op z'n beloop en constateren we dat er in 2030 meer overschrijdingen zijn en dat er dus meer controle nodig is? Of zorgen we ervoor dat we in dat scenario helemaal niet terecht gaan komen? Mijn fractie kiest liever voor dat laatste.
Voorzitter. D66 steunt deze Europese stap naar schonere lucht. Wij willen gezonde Nederlanders, minder ziekte, minder druk op de zorg en meer gezonde levensjaren. Daar draait het om.
Dank u wel.