Plenair debat · woensdag 23 september 2026
Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd (36922)
Annette Raijer
PVV
Dank u wel, voorzitter. Wij wilden de basisbeurs behouden. Dat standpunt was helder, en dat is het nog steeds. Een generatie studenten heeft gedurende een aantal jaren zonder basisbeurs gestudeerd. Vervolgens is het leenstelsel weer afgeschaft en is de basisbeurs teruggekeerd. Vandaag ligt de vraag voor hoe we omgaan met de groep studenten die precies in die tussenliggende periode heeft gestudeerd.
Voorzitter. De PVV vindt dat deze studenten serieus moeten worden genomen. Tegelijkertijd behandelt de Kamer vandaag een wetsvoorstel waar een aanzienlijk bedrag mee is gemoeid. Dan behoort het tot onze taak om zorgvuldig te kijken naar de manier waarop de regeling is vormgegeven, niet om opnieuw de hele politieke geschiedenis over te doen, maar om te kunnen beoordelen of de regeling duidelijk uitlegbaar en uitvoerbaar is.
Voorzitter. De aanvullende tegemoetkoming bedraagt volgens het wetsvoorstel €44,50 voor iedere maand waarin een student onder het leenstelsel zonder basisbeurs heeft gestudeerd. Voor een studieperiode van vier jaar gaat het om ongeveer €2.100. Voor de aanvullende tegemoetkoming is dus in totaal 1,4 miljard beschikbaar. Mijn eerste vraag aan de minister gaat dan ook over de totstandkoming van dit bedrag. Kan de minister helder uiteenzetten welke overwegingen uiteindelijk hebben geleid tot precies die €44,50 per maand? In de memorie van toelichting lezen we namelijk dat het beschikbare budget van 1,4 miljard daarbij het kader vormt. Kan de minister ook aangeven welke inhoudelijke afweging daaronder ligt? Met andere woorden: waarom acht de regering dit bedrag een passende aanvullende tegemoetkoming?
Voorzitter. Bij een onverplichte tegemoetkoming is een overtuigende motivering nodig. Daarom vraag ik: vindt de minister dat met de huidige memorie van toelichting volledig in de behoefte van een overtuigende motivering is voorzien?
Voorzitter, dan de doelgroep. Het wetsvoorstel gaat niet alleen over de aanvullende tegemoetkoming, maar wijzigt ook de groep die voor de tegemoetkoming in aanmerking kan komen. Dat zal om circa 5.800 studenten gaan. Daarbij gaat het onder andere om oud-studenten die door bijzondere omstandigheden geen diploma hebben kunnen behalen of langer over het behalen van hun diploma hebben gedaan. Kan de minister aangeven wat precies de geraamde kosten zijn voor deze 5.800 studenten?
Voorzitter. De regering schrijft dat zij met de tegemoetkoming en de aanvullende tegemoetkoming een punt wil zetten achter deze maatschappelijke kwestie. Dat is een duidelijke ambitie. Maar wanneer is een dergelijke regeling volgens de minister daadwerkelijk afgerond? Daar hadden meerdere collega's in de Kamer het al over.
Ik wil daarnaast nog stilstaan bij de bredere les die we uit dit dossier kunnen trekken. De invoering en latere afschaffing van het leenstelsel laten zien dat grote wijzigingen in de studiefinanciering zeer lang kunnen doorwerken. Een stelselwijziging raakt immers niet alleen de begroting van een bepaald jaar. Die raakt studenten gedurende hun studie en soms nog jaren daarna. Daarom vraag ik aan de minister welke lessen zij uit het leenstelsel en de daaropvolgende tegemoetkomingen trekt voor toekomstige wijzigingen in de studiefinanciering. Hoe voorkomt de regering dat bij een toekomstige stelselwijziging opnieuw een generatie ontstaat die zich achteraf benadeeld voelt ten opzichte van studenten die vlak voor of na hen hebben gestudeerd? Wordt bij toekomstige wijzigingen nadrukkelijk gekeken naar de overgang tussen het oude en het nieuwe stelsel?
Voorzitter. Los van de politieke verschillen over het verleden willen we allemaal dat studenten kunnen vertrouwen op een stabiel en begrijpelijk stelsel. Juist bij besluiten die jarenlang gevolgen hebben voor studenten, moet de overheid goed nadenken over de consequenties. Daarom zie ik de antwoorden van de minister graag tegemoet.