Plenair debat · donderdag 10 september 2026
een datakluis bij de Belastingdienst met 64 miljoen documenten over de toeslagenaffaire
Eelco Eerenberg
staatssecretaris van Financiën
Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor het debat van vandaag over dit belangrijke maar ook echt ingewikkelde thema, waar ik ook zelf veel gevoelens bij voel die velen van u in het debat kenbaar hebben gemaakt. Zoals gezegd spreken we vandaag samen met mijn collega Palmen over dit belangrijke thema. Ik vind het het fijnst om een beetje bij mezelf te beginnen. Toen ik in mijn overdrachtsdossier, en daarna in een ambtelijk gesprek daarover, vernam van het dossier datakluis, herkende ik eigenlijk wat er vanochtend ook in het debat gebeurde. Ook mijn gevoel was toen: "Jongens, dit is gewoon niet goed. Het is gewoon niet goed; we moeten meteen aan de slag. We moeten een aantal dingen tegelijk gaan doen — daar kom ik later op terug — en we moeten hier volstrekt eerlijk en transparant over zijn, en we moeten ook niet ingewikkeld doen. Als het niet goed is, is het niet goed en dan moet je dat gewoon zeggen." We hebben vanaf dat moment samen wekelijks bij elkaar gezeten om er echt bovenop te zitten. Dat zullen we ook blijven doen. Ik snap ook de context van dit gesprek heel goed en dus ook de buikpijn die u voelt als het gaat over wat dit betekent in de buitenwereld, uiteraard voor toeslagenouders, maar niet alleen voor toeslagenouders. Er zijn natuurlijk meer mensen die zeggen: wat is dit en wat is dit van mijn overheid? Ook die buikpijn voel ik persoonlijk bij dit dossier.
Voorzitter. Dus ja, ik denk dat het het allerbeste is om hier vandaag te beginnen met het gewoon ruiterlijk te erkennen: we hebben dit niet goed gedaan, zowel in ons interne proces als zeker ook in de informatievoorziening aan uw Kamer. Dat had gewoon anders gemoeten. Het spijt ons en we bieden daarvoor gewoon onomwonden, met een punt en zonder komma, onze excuses aan.
Sinds wij die datakluis in de zomer van 2025 weer opnieuw op de bestuurlijke tafel hadden liggen, is er gewoon te lang gewacht met uw Kamer informeren. Een aantal van u vroeg: hoe is dat nou gegaan? Ik zal daar straks in een blokje nog op terugkomen, maar eigenlijk voel ik ook lichte schroom om dat te veel te gaan zitten verklaren, want die verklaringen lijken er misschien soms ook wel op dat je denkt dat het heel logisch was. Maar het was niet logisch; we hadden dat gewoon meteen, eerder, beter en sneller moeten doen.
Dus ja, we begrijpen de kritiek. We begrijpen de kritiek van u, van uw Kamer en van de buitenwereld volledig. We realiseren ons ook nog eens goed dat we, gezien de zeer pijnlijke voorgeschiedenis van dit dossier, gewoon de schijn tegen ons hebben. Maar dat betekent — ik houd het dan weer dicht bij mezelf — dat er dus ook de opdracht ligt om te bekijken hoe we dit dan goed en zorgvuldig doen, en hoe we ervoor zorgen dat we het geschade vertrouwen herstellen door een proces in te richten waar je ook op kunt steunen, waar u als Kamer op kunt steunen, maar waar ook de buitenwereld op kan steunen, zodat je laat zien dat op het moment dat er dingen niet goed gaan, je dat ook wilt oplossen. Dat is namelijk uiteindelijk ook gewoon mijn opdracht.
Voorzitter. Uw Kamer vroeg tijdens dit debat een paar keer naar het departement. Ik vind, zeg ik vooraf, dat wij het in dit huis natuurlijk niet moeten hebben over ambtenaren. U praat met het kabinet. Ik sta vierkant achter mijn ambtenaren. Dat zijn kundige, fijne en ook gewoon leuke mensen, maar u kunt er ook van opaan dat zowel collega Palmen als ik tegen de ambtelijke leiding hebben gezegd: dit mag nooit meer gebeuren en alles wat er nodig is om hiervan te leren, om hier beter van te worden, ook in de organisatie, moet nu gebeuren en dat verwachten wij ook van de ambtelijke top.
Voorzitter. Dan toch ook iets over de cultuur bij de Belastingdienst, want wat we nu bij de hand hebben, vraagt om een cultuur waarin je met elkaar nadenkt over de vraag hoe je met fouten omgaat. Dat betekent dat medewerkers van de Belastingdienst zich vooral uitgenodigd moeten voelen om dingen op tafel te leggen, zorgen op tafel te leggen, twijfel op tafel te leggen. Daar is heel veel voor ingericht bij de Belastingdienst, zeker gezien de geschiedenis, maar ook mijn conclusie is dat dit onvoldoende is geweest. Er is een meldpunt waar mensen die bij de Belastingdienst, Toeslagen, Douane en FIOD werken met twijfel over integriteit naartoe kunnen. De conclusie die we hebben getrokken is dat dat meldpunt onvoldoende bekend is en dat het voor veel medewerkers misschien een wat te smalle opdracht heeft. Ik kan me namelijk goed voorstellen dat als het woord "integriteit" valt, je als medewerker best een grote drempel voelt om het te melden. Dus misschien moeten we er wel voor zorgen — dat "misschien" streep ik meteen uit mijn eigen tekst, want dat gaan we gewoon doen — dat dat meldpunt veel uitnodigender wordt voor mensen die signalen en twijfels hebben of er iets van in hun buik voelen. Ga naar dat meldpunt toe.
Voorzitter. Als ik uw Kamer goed beluisterd heb in de eerste termijn, dan denk ik dat wij in de kern hetzelfde doel hebben. Dat zijn namelijk twee dingen tegelijkertijd. Hoe zorgen we ervoor dat we de datakluis die we nu hebben en de veiliggestelde omgevingen die daar ook onderdeel van zijn met een onafhankelijke commissie-Maatoug — ik zet echt een streep onder "onafhankelijke" — uit gaan pakken, bekijken wat erin zit en doen wat nodig is met wat we daarin vinden? Dat kan zijn: het alsnog verstrekken aan inwoners of bedrijven die een vraag hebben gesteld of het alsnog aan uw Kamer verstrekken rondom de vraag van de parlementaire enquête. Dat is één spoor. Wat uw ongemak betreft over wat "de signalen" heet, vind ik dat ook de heer Dijk daar treffende dingen over zei. Mensen hebben wel degelijk gezegd "let op de datakluis", maar dat heeft niet tot actie geleid. We moeten beter gaan kijken wat daar is gebeurd. Hoe heeft dat kunnen gebeuren? In onze optiek is het verstandig om aan BDO te vragen om daar verder naar te gaan kijken, specifiek ook op dat punt. Daarvan heeft BDO ook echt zelf gezegd dat het goed is om dat te doen. Ik vind ook dat BDO een scherp onderzoek heeft neergelegd. Ik vind ook dat we BDO moeten kunnen vertrouwen om daarop verder te gaan, maar we moeten duidelijker maken wat er is gebeurd op die momenten waarop mensen zeiden "hé, let op de datakluis" en waarop er niet of onvoldoende gehandeld is.