Plenair debat · donderdag 10 september 2026
een datakluis bij de Belastingdienst met 64 miljoen documenten over de toeslagenaffaire
Doğukan Ergin
DENK
Voorzitter. Toen het toeslagenschandaal in 2019 boven tafel kwam, deden wij een belofte aan alle gedupeerde toeslagenouders: de onderste steen komt boven. Vandaag, zeven jaar verder, na talloze debatten, parlementaire onderzoeken, een kabinetsval en, vooral, onbeschrijfelijk veel leed van toeslagenouders, moeten we helaas de conclusie trekken dat onder een van die stenen een digitale datakluis verborgen lag met miljoenen documenten.
Voorzitter. Zelfs het zwaarste democratische middel dat we in dit huis kennen, namelijk een parlementaire enquête, was niet genoeg om toegang te krijgen tot alle cruciale informatie. Wat DENK betreft is dit de kern van het debat van vandaag. Het achterhouden van informatie zorgt er namelijk voor dat het herstellen van het vertrouwen tussen de ouders en de overheid vertraging oploopt. Eigenlijk moet ik zeggen: de vraag is of dat überhaupt nog mogelijk is na de vondst van deze digitale kluis. Het achterhouden van informatie raakt de geloofwaardigheid van ons parlement. Het ondergraaft onze controlerende taak.
Voorzitter. Vandaag is het aan de Tweede Kamer, van links tot rechts, om duidelijk een grens te trekken. Dit mogen we niet pikken. Uit de reconstructie blijkt namelijk dat heel duidelijk was dat de datakluis helemaal niet verdwenen was, zoals het kabinet het aanvankelijk aan de Kamer presenteerde. In 2022 waren er concrete signalen dat er relevante documenten in de kluis zaten, in 2023 werd er gewoon vergaderd over het beheer van deze kluis en in 2024 zijn er 284.000 bestanden uit deze datakluis gehaald. Mijn vraag aan het kabinet is hoe het serieus kan volhouden dat dit een kluis was die uit beeld is geraakt?
Voorzitter. Het tweede punt dat voor ons belangrijk is, is dat het parlement maandenlang buitenspel is gezet. Al in juli 2025 wist het kabinet dat er iets niet deugde. In november kwamen de eerste ambtelijke signalen naar boven dat er documenten in de kluis zaten die naar de Kamer moesten. Er was zelfs een waarschuwing aan het kabinet: breng dit naar de Kamer, want hoe langer je wacht, hoe kwetsbaarder het wordt. Zelfs toen duurde het maar liefst vijf maanden voordat de Kamer werd geïnformeerd.
Voorzitter. Dat is echt onacceptabel. De Kamer is geen publiek op de tribune, geen toeschouwer die pas geïnformeerd wordt als dat het ministerie of de Belastingdienst uitkomt. De Kamer controleert de regering en de Kamer hoort terstond geïnformeerd te worden over dit soort explosief nieuws, dit soort explosieve ontwikkelingen. Dat heeft het kabinet gewoon niet gedaan. Ik ben enorm benieuwd naar de reactie van het kabinet hierop. Deze vraag richt zich wat mij betreft specifiek op staatssecretaris Palmen, want juist van staatssecretaris Palmen had ik iets anders verwacht. Juist van een staatssecretaris waarvan we zeggen dat ze boven alle partijen staat en waarvan we weten dat ze haar sporen heeft verdiend door informatie die het daglicht niet kan verdragen, op te schrijven en naar buiten te brengen, had ik iets anders verwacht.
Voorzitter, tot slot. Hoe nu verder? Wat DENK betreft moeten we die duidelijke grens trekken. Deze digitale doofpot mag en kan niet alleen eindigen met excuses, een externe commissie, nog meer onderzoeken en de belofte dat het vooral beter gaat. Daarom roep ik het kabinet op om alsnog aangifte te doen en de feiten voor te leggen aan het OM. Dan hoeft de Kamer niet voor eigen rechter te spelen, maar kan het OM, met alle middelen die het tot zijn beschikking heeft, kijken of er sprake is van strafbare feiten. Kabinet, trek dus die grens. Doe aangifte.