Commissiedebat · donderdag 23 april 2026
De tweede cyclus van de Spreidingswet
Bart van den Brink
minister van Asiel en Migratie, viceminister-president
Ja, dank u wel, voorzitter. Dank voor alle vragen in de eerste termijn. Als we kijken naar het maatschappelijk debat, ook in de afgelopen dagen weer, dan zou je best kunnen zeggen dat de spanning in de samenleving op dit onderwerp vandaag ook best wel goed voelbaar was en vertolkt werd in deze zaal. Het is natuurlijk een weerslag van een debat dat al een tijd gaande is in onze samenleving. Het is altijd goed om van de volksvertegenwoordiging te horen hoe breed die punten zijn en dat ze gaan over het volledige spectrum van onze samenleving. Je ziet ze hier dus ook in de zaal.
Mij staat het te doen — die opdracht ligt daaroverheen, denk ik — om aan beide kanten van het spectrum, dus zowel de opvang als de instroom, te proberen de spanning in de samenleving te verminderen en die niet te vergroten. Ik denk dat we daar allemaal een gezamenlijke verantwoordelijkheid in hebben, want de wijze waarop wij spreken over dit onderwerp bepaalt ook hoe er in onze samenleving over wordt gesproken. Ik geloof daar zeer sterk in. Dat is ook de reden waarom ik als minister soms even netjes op mijn tong bijt en soms ook gewoon heel goed probeer uit te leggen hoe de dingen feitelijk zitten. Op dit onderwerp is dat gewoon van groot belang. Dat zal ik vandaag in dit debat opnieuw proberen te doen.
Ik wil mevrouw Van der Plas in het bijzonder bedanken voor de herinnering aan mijn maidenspeech, want het is waar: die was bij de Spreidingswet. Ik herinner me die eigenlijk nog wel als de dag van gisteren. Overigens was de opbouw van mijn inbreng ook toen langs die twee lijnen. Ik vond op dat moment namelijk ook dat er te lang alleen over opvang of alleen over instroom werd gesproken. Mijn betoog was toen dus: laten we beide bij de kop pakken, want het beperken van de instroom gaat ons helpen in de opvang en tegelijkertijd kun je niet negeren dat er in de opvang echt iets wezenlijks aan de hand is, waar we ook een oplossing voor moeten bieden. Daarom heb ik toen de Spreidingswet ook met volle overtuiging gesteund.
Wij hebben wel echt al een langjarig vraagstuk als het gaat om opvang. Veel partijen hebben vandaag betoogd waarom ze van de Spreidingswet af willen. Ik denk dat het debat daarover zo meteen ook nog volle bak gevoerd gaat worden, maar laten we toch even teruggaan naar dat moment. Het was in 2022. We hadden jarenlange ups en downs gehad in de asielopvang en in de instroom. Kort na corona was er weer een enorme toename. In Ter Apel lagen de mensen in het gras. We waren op dat moment ook al miljarden aan het uitgeven aan noodopvanglocaties, boten en alles wat daarbij kwam. We wilden de kosten dus verlagen en stabiele opvang realiseren. Gemeenten zeiden tegen ons: komt u alstublieft met een wet die gewoon duidelijk maakt wat de opgave is per gemeente en wat we met elkaar te doen hebben. Daaronder zaten de noodzaak en de wens om met kleinschalige opvang te gaan werken. Dat is vandaag al door verschillende partijen hier gezegd. Eigenlijk kwam alles dus bij elkaar in de Spreidingswet.
De Spreidingswet is aangenomen. Dat is ook het antwoord op mevrouw Van der Plas. Als ik het heb over "de wet is de wet", zeg ik erbij dat ik als minister een dienaar van de Kroon ben. Ik vind het elke dag dus best een aardig vertrekpunt om de wet uit te voeren. Dat is gewoon mijn taak. In die zin moet u die woorden ook horen en lezen. De Spreidingswet is dus aangenomen. Ik laat even alle politieke perikelen eromheen buiten beschouwing. Er was een nieuw kabinet toen de eerste ronde van de Spreidingswet begon te lopen. Heel veel gemeenten begonnen met die verantwoordelijkheid, die ze ook zagen. Ze leverden locaties aan. De provinciale regietafels kwamen bij mekaar. Eigenlijk draaide het best goed, tot een bepaald moment. Ik wil daar geen politieke betekenis aan geven, maar ik wil gewoon een feitelijke constatering doen. Door het vorige kabinet werd gezegd: we gaan van die Spreidingswet af; weet je, we hebben hem niet meer nodig. We zien ook letterlijk terug in de cijfers wat we toen zagen: vanaf dat moment is gewoon het aanbod vanuit gemeentes om opvang te leveren gedaald. Dat is niet even een dipje waardoor je een tijdje wat minder opvanglocaties hebt. Nee, dat is exact waarom ik vandaag brieven stuur om tot noodopvanglocaties te komen. De Spreidingswet is namelijk niet een oplossing voor het probleem van vandaag. De Spreidingswet moest langjarig rust en stabiliteit brengen in het opvanglandschap. De opvanglocaties waren dus net op stoom aan het komen en toen zakte het weer helemaal in. Dat is, denk ik, een beetje de story van de Spreidingswet.
Nu staat dit kabinet opnieuw voor de taak om op migratiebeleid rust te brengen. Dat heb ik mijzelf ten doel gesteld en dat doe ik langs drie lijnen. Ik beperkt de instroom met alle juridische mogelijkheden die ik heb. Ik verlaag de kosten op de opvang en probeer rust in de opvang te brengen door de Spreidingswet gewoon uit te voeren. Daar gaan we zo nog heel veel over zeggen. En we laten mensen sneller meedoen zodat dat ook op locaties meer integratie oplevert, een bijdrage levert aan de opvangkosten en het ook rust op de locaties brengt doordat mensen gewoon wat zinnigs aan het doen zijn. Dat zijn eigenlijk dus de drie zaken die ik ter hand neem.
Ik heb vandaag veel mensen horen zeggen hoe ze tegen die Spreidingswet aankijken en ik heb ook de gemeenteraadsverkiezingsuitslag gezien. Tegelijkertijd voer ik gewoon het gesprek met lokale bestuurders. Ik weet dat er een onderscheid is tussen wat volgt en wat er in de gemeenteraadscampagne is gebeurd, maar ik wil het toch een keer gezegd hebben. Lokale bestuurders vragen nog steeds, tot op de dag van vandaag: please, voer die Spreidingswet uit. Dat zeggen vooral al die gemeenten die ook door mevrouw Straatman en door anderen werden genoemd, die de afgelopen jaren wel hun opvang op orde hebben gehad, Hardenberg voorop. Die hebben gewoon jarenlang geleverd en zeggen tegen mij als minister: minister, bel nu die andere gemeenten, die niet leveren op de Spreidingswet; spreek die aan en ga door met het toepassen van de Spreidingswet.
Dat is dus het gesprek dat ik met alle lokale bestuurders heb. Dat is ook het gesprek dat ik met de commissarissen van de Koning heb, die de voorzitters zijn van de provinciale regietafel. Dat is dus niet een — laat ik het zo zeggen — wens om de Spreidingswet met alles wat erop en eraan zit toe te passen. Nee, dat is de verantwoordelijkheid waar de bestuurders in dit land, van partijen die we met een verkiezing hebben aangewezen en die met elkaar samenwerken, uitvoering aan geven. Dat is toch wel het vertrekpunt van de aanpak van dit kabinet. Ook al uw vragen over de Spreidingswet moet u dus zien in de context van een vraagstuk dat niet vandaag of morgen opeens is opgelost.
Er zijn op dit moment dus twee bewegende beelden, om het zo te zeggen. Dat is een Spreidingswet die een tijdlang niet is toegepast, waardoor we gewoon op dit moment structureel een tekort hebben. Daarom zijn we tegelijkertijd noodopvanglocaties aan het sluiten en andere weer aan het openen. Daarin is het COA aan het roeien met de riemen die het heeft, en die riemen zijn wat kort. Daardoor kan je minder vaart maken en daardoor kom je in allerlei lastige situaties, die u ook terecht aan mij toeschrijft. Denk aan bestuursovereenkomsten die niet worden nageleefd, locaties die niet dicht kunnen, locaties die met beperkte communicatietijd op een plek moeten worden geopend. Alles in de situatie op dit moment gebeurt gewoon niet op de manier waarop je in Nederland met elkaar bestuurlijk verantwoordelijkheid wilt nemen. We roeien met de riemen die we hebben en bestuurders steken hun nek uit. Laat ik daarom gelijk, voordat ik naar alle antwoorden ga, ook de burgemeester van Loosdrecht in dit geval benoemen. Het is ongehoord dat iemand die gewoon zijn verantwoordelijkheid neemt, op deze manier bedreigd wordt en te maken heeft met een geweldexplosie in zijn dorp, terwijl er tegelijkertijd gewoon bezorgde burgers in zijn dorp wonen die terechte zorgen hebben. Die vragen terecht: hoe is het gegaan?
Ik zou met het volgende willen aftrappen. We moeten met elkaar ook dit debat op zo'n manier voeren dat we bijdragen aan de rust in de samenleving. Dat ga ik in ieder geval doen en ik hoop ook dat u daar een bijdrage aan wil leveren. Tegen al die partijen die echt anders denken over de instroom en die vinden dat migratie morgen moet worden opgelost, wil ik de woorden van de heer Ellian herhalen: "Ook al vind je dat, dan heb je vandaag als politicus en als bestuurder nog steeds een bestuurlijke verantwoordelijkheid om de opvang van vandaag op te lossen." Ik hoop dus dat u ook daarin uw bijdrage wil leveren.
Dan ga ik naar de vraag …