Commissiedebat · woensdag 24 juni 2026
Fiscaliteit
Eelco Eerenberg
staatssecretaris van Financiën
Ik kom zo terug op die vraag, want die heeft u gesteld. Dat is, denk ik, het meest praktisch, want dat is natuurlijk weer een andere raming: hoeveel mensen verwachten we die tegen … Daar kom ik op terug; die zit in de stapel.
Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Van Dijk over de definitie van start-ups en scale-ups. Zij vroeg: kijk nou eens heel goed of je daarmee niet de meest innovatieve sectoren uitsluit. Dat is een beetje in het verlengde van de vraag van mevrouw Van Eijk, dus daar heb ik denk ik al het een en ander over gezegd. Aanvullend daarop zeg ik dat we met onder andere Techleap hele goede gesprekken hierover hebben. Ook de minister van EZK werkt op een hele fijne manier hierin mee om te kijken of we, ook vanuit de verbetering die nu voorligt, een veel betere definitie kunnen hanteren. Ik denk dat als we de combinatie van die twee dingen doen, we een heel eind in de goede richting gaan om juist die innovatieve bedrijven een boost te geven die voor hun talent afhankelijk zijn van deze regeling.
Mevrouw Van Eijk vroeg of we ook willen kijken naar fonds-in-fondsstructuren. Dat is een herkenbaar geluid dat ik aan mijn tafel ook weleens hoor. We hebben het nu niet voorzien. In de internetconsultatie — laat ik daarmee beginnen — hebben we gezegd dat het gaat over individuele aandelen in start-ups en scale-ups. Ik kan mij wel voorstellen dat we beleggingsfondsen op een vergelijkbare manier gaan behandelen. Ik zeg erbij: ik vind dat het dan wel moet gaan om fondsen waar exclusief start-ups en scale-ups in zitten. Ik weet dat er in de buitenwereld ook ideeën circuleren om mixfondsen daar misschien onder te laten vallen. Ik vind dat we dan we wel heel erg ver afdwalen van het doel dat we hier willen bewerkstelligen. Ook deze voegen we wat mij betreft als onderzoeksvraag toe aan de menukaart. In die zin bevat de menukaart voorgerechten en hoofdgerechten en hebben we er nu in dit debat twee desserts potentieel aan toegevoegd, om in de metafoor te blijven.
Dan ga ik naar de NSW-landgoederenvraag van de heer Grinwis. Kort en goed: als ervoor gekozen wordt om de verbetering die in de menukaart staat door te voeren, dan hebben wij de motie-Grinwis naar ons oordeel uitgevoerd. Ik heb de indruk dat de representanten van de landgoederen er ook zo in zitten. Ook daar heb ik overigens persoonlijk mee gesproken en dat was een buitengewoon fijn gesprek.
Dan ga ik naar de vraag van de heer Stoffer over landbouwgronden en familiebedrijven. Daar zijn inderdaad moties over ingediend. We spreken daarover met de branche, dus het huiswerk is gewoon nog niet af. Ook hierover krijgt u het antwoord bij Prinsjesdag, in die brief die ik u net heb toegezegd; dat is wat mij betreft één brief waarin we een aantal dingen samenrapen. Vanzelfsprekend staan we daar op dezelfde welwillende manier in als ik daar tot nu toe over heb gesproken. Ook die komt dus bij Prinsjesdag terug.
Voorzitter. Dan kom ik inderdaad bij de vraag van de heer Hoogeveen over een andere raming, namelijk: hoe gaat het met de hersteluitgaven tot nu toe? We hebben nog maar een beperkt aantal formulieren beoordeeld. Ik wil niet in de valkuil trappen om op basis van dat beperkte aantal nu te gaan extrapoleren, want dan noem ik een bedrag waarvan ik zeker weet dat het dat allemaal niet gaat worden. Er zijn 800.000 formulieren bij ons ingeleverd, dus dat is best een aantal. Daarvan hebben we er nu 35.000 beoordeeld. Om u even de actuele stand te geven: 150.000 van die formulieren zijn niet behandelbaar of verwerkbaar. Die zijn dermate vaag of foutief ingevuld dat we zeggen: daar kunnen we nu niet een stap mee verder. Dat betekent dat we er nog 600.000 te beoordelen hebben. Als we kijken naar de werkvoorraad en de hoeveelheid mensen die ermee bezig zijn, dan denken we er dit jaar nog 500.000 te kunnen behandelen. Ook ik wil graag sneller een beter beeld, want het helpt mij ook om mijn werk beter te kunnen doen en te kunnen sturen. Wij hopen echt dat we in de tweede helft een veel betere extrapolatie kunnen doen, omdat we dan meer formulieren verwerkt hebben en er dan beter een bedrag aan kunnen hangen. Deze getallen laten overigens wel zien dat het stelsel met tegenbewijs waar we nu in zitten, toch ook niet echt heel zaligmakend is. Dat zeg ik dan maar even.