Commissiedebat · woensdag 24 juni 2026
Fiscaliteit
Eelco Eerenberg
staatssecretaris van Financiën
Voorzitter. Ik ga verder met de vragen over box 3. In zijn algemeenheid heb ik wat gezegd over de weg voorwaarts en ik heb een beetje aangegeven hoe we dat in augustus zien en hoe zich dat verhoudt tot vermogenswinst, waar we volle bak op inzetten.
Dan kom ik nu bij de vragen die wat meer gaan over de specifieke elementen uit wat de menukaart is gaan heten.
Mevrouw Van Eijk vraagt in dat kader wat je nog zou kunnen doen om een ruimere achterwaartse verliesrekening toe te passen, bijvoorbeeld twee jaar. Overigens is meer dan twee jaar technisch eigenlijk niet te doen — dat was niet haar vraag, maar dan heb ik dat vast gezegd — want dan ga je over allerlei stelsels heen en moet je heel ingewikkeld verliezen over stelsels gaan vergelijken. Dat is ook academisch gezien bijna niet te doen. Twee jaar zou nog kunnen. U heeft daar in de stukken, denk ik, ook al het een en ander over gezien.
Ja, het leidt tot een hogere derving. In de menukaart staat één jaar en u heeft in de achterliggende stukken twee jaar gezien. Ook om een beetje aan te sluiten bij wat uw Kamer per motie heeft gevraagd, zijn wij van één jaar uitgegaan. Dat maakt het probleem dat we in augustus op te lossen hebben natuurlijk kleiner. Als je een beetje een analyse maakt — waarmee zijn mensen nou geholpen? — dan blijkt dat de grootste groep mensen is geholpen met één jaar verliesverrekening. Die groep wordt significant kleiner als je daar een tweede jaar aan toevoegt, tegen een relatief hoge prijs. Maar "it's all politics", dus daar komen we allicht nog over te spreken.
Hoogeveen vroeg of de derving van een jaar uitstel inderdaad 2,4 miljard kost. Die 2,4 miljard is een raming van het CPB. Zij maken onze ramingen. Ik vind dat wij hier in deze zaal echt met elkaar moeten zeggen "als het CPB een raming maakt, dan vertrouwen wij die", want als we dat niet doen, dan wordt het op heel veel dossiers wel echt een moeras. Dus dit is het uitgangspunt en daar gaan we mee verder. Het is wel een heel complexe raming, want er zitten allerlei gedragseffecten in, zoals "gaan mensen wel of niet hun aandelen verkopen?" en van alles en nog wat. Het is een raming. Die komt gemiddeld op 2,4 miljard. Het zal het ene jaar meer en het andere jaar minder zijn, maar beter dan het CPB zou ik het niet kunnen doen.
Voorzitter. Dan de vraag van mevrouw Van Eijk over medewerkersparticipaties. Ik vind dat eigenlijk een mooie oproep, die ik ter harte zou willen nemen. U ziet nu in de stukken dat we hebben gezegd dat een van de verbeteringen voor box 3 eigenlijk in een ruimere definitie voor start-ups en scale-ups zou moeten zitten. Ook bij mij hebben zich partijen gemeld die zeggen: ik zit daar net buiten en ik zit wel met hetzelfde talentprobleem; zou ik nou ook niet tot die regeling kunnen behoren? Dan krijg je een regeling die uitzondering op uitzondering op uitzondering stapelt. De vraag van mevrouw Van Eijk — ik parafraseer een beetje — is: zou het dan niet veel praktischer zijn om het voor alle medewerkersparticipaties te doen? Ik zeg u toe dat te gaan uitzoeken. U heeft natuurlijk relatief weinig tijd voordat u op reces gaat, dus voor die tijd kan ik u daar geen uitkomst meer van laten zien. Maar het feit dat ik het ga uitzoeken, betekent dat dit mee gaat lopen in onze augustusbesluitvorming. Dan kunt u bij Prinsjesdag zien wat daarvan de uitkomst is en ook wat wij aan studie hebben gedaan, zodat u dat in uw politieke discussie kunt betrekken.