Plenair debat · woensdag 9 september 2026
Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met de implementatie van de herziening van de richtlijn luchtkwaliteit (36879)
Tom Russcher
FVD
Dank u wel, voorzitter. Brussel beslist, Den Haag voert uit. Dat is in één zin waar dit wetsvoorstel over gaat. Op papier lijkt het een technische wijziging van de Omgevingswet en de Awb, maar achter die techniek gaat een stevige aanscherping van de luchtkwaliteitsnormen schuil, met potentieel grote gevolgen voor onze industrie, onze woningbouwopgave, de infrastructuur en onze landbouw.
De normen zelf zijn al vastgesteld, ver van hier in Brussel. Nederland heeft tot 11 december 2026 om die nieuwe normen te implementeren in nationale wetgeving. Maar wat hebben wij als Tweede Kamer nou nog te zeggen? De halvering van de grenswaarde in 2030 en zero pollution in 2050 zijn namelijk allang in Brussel vastgesteld. Stemmen wij tegen de voorliggende wetswijzigingen, dan zijn we nog steeds gebonden aan die doelstellingen. Halen we die doelen straks niet, dan start de Commissie een inbreukprocedure, worden we voor het Hof gedaagd en volgt een dwangsom. Wij moeten leven naar de regels van Brussel en als we dat niet doen, kunnen we de portemonnee trekken.
Brussel heeft dus kaders gesteld die nu door Nederland ingevuld moeten worden. Normaal gesproken krijgt de Kamer die invulling vooraf te zien en kan zij er nog wat van vinden, maar omdat het kabinet hier zegt alleen Europese verplichtingen uit te voeren, heeft de Tweede Kamer geen enkele inspraak in deze uitwerking, en dus geen enkele inspraak in de mogelijke gevolgen voor de woningbouw, onze industrie en de landbouw. Ziehier het Brusselse beest in zijn volle glorie.
Voorzitter. Ik vrees dat we dit patroon kennen. Ook bij stikstof vormden Europese regels het vertrekpunt, maar was het de Nederlandse uitwerking die uiteindelijk leidde tot een dossier met enorme gevolgen voor boeren, vergunningverlening en woningbouw. Ook hier zie ik hetzelfde risico: Europese regels die in Nederland worden vertaald naar beleid met ingrijpende gevolgen voor onze industrie, onze woningbouw en onze landbouw, en een Kamer die is gedegradeerd tot een passieve toeschouwer.
En wie betaalt de rekening? De staatssecretaris schrijft in de eigen stukken dat er op dit moment geen middelen beschikbaar zijn voor de maatregelen die vanaf 2030 nodig zijn en dat de verschillende bestuurslagen dit zo nodig uit hun eigen begrotingen moeten dekken. Op deze manier komt de rekening, net als altijd, gewoon bij de burger terecht.
Voorzitter. Wat mij bovendien opvalt, is dat juist de overheden die deze regels straks moeten uitvoeren aan de bel trekken. Gemeenten en provincies waarschuwen dat de aangescherpte Europese luchtkwaliteitsnormen woningbouw en infrastructuur kunnen vertragen. Dat is ook niet zo vreemd, want hoe strenger de normen worden, hoe moeilijker het in de praktijk kan worden om vergunningen te verlenen voor nieuwe woningen, industriële projecten of infrastructuur.
Het RIVM laat nu zien dat Nederland de huidige Europese luchtkwaliteitsnormen vrijwel overal haalt. Onze luchtkwaliteit is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Voor welk probleem is dit wetsvoorstel nou precies een oplossing?
Ik heb dan ook een paar vragen aan de staatssecretaris. Welke extra gezondheidswinst verwacht het kabinet nog van de voorliggende forse aanscherping? Hoeveel minder ziekenhuisopnames, hoeveel minder ziektegevallen, hoeveel extra gezonde levensjaren levert dit Nederland op? Wat betekent dit daarnaast voor onze woningbouwopgave? Welke gevolgen verwacht de staatssecretaris voor de landbouwsector? Wat betekent het voor de industrie, gezien de RIVM-prognoses, die laten zien dat de verwachte overschrijdingen zich juist rond industrieterreinen concentreren? De prognoses tonen aan dat de richtlijnen niet gehaald zullen worden, onder andere op de Maasvlakte, rondom Tata Steel en bij Schiphol. Krijgen deze sectoren nog meer beknottende regelgeving en bemoeizucht, terwijl bedrijven op de Maasvlakte nu al vertrekken, Schiphol haar hubfunctie dreigt te verliezen en de chemische sector gecastreerd wordt door klimaat- en milieuwetgeving?