Commissiedebat · donderdag 10 september 2026
Veiligheid en integriteit Defensie
Annabel Nanninga
JA21
Dank, voorzitter. Er zitten een aantal persoonlijk belanghebbenden op de publieke tribune. Dank voor uw aanwezigheid. De zes nabestaanden van het mortierongeluk in Mali hebben tien jaar na het overlijden van Henry Hoving en Kevin Roggeveld eindelijk een rapport gekregen, dat hopelijk antwoord geeft op vragen die veel eerder beantwoord hadden moeten worden. Wij hopen dat de nabestaanden hier enige steun in vinden.
Veel goede vragen zijn al gesteld door de commissie, dus die sla ik kortheidshalve even over. Ik ga naar de oefeningen. JA21 begrijpt heel goed voor welk dilemma Defensie staat. De mondiale veiligheidssituatie vereist dat onze krijgsmacht snel groeit en sneller gereedstaat. Militairen moeten bovendien realistisch oefenen. Dat dit een extra risico met zich meebrengt, is een gegeven, maar het is ontzettend droevig dat er in de afgelopen jaren meerdere ongelukken zijn geweest waarbij jonge militairen om het leven zijn gekomen of gewond zijn geraakt. Heel veel onderzoeken zijn als gevolg hiervan ingesteld. De rode draad uit deze rapporten is dat veiligheidsincidenten niet alleen voortkomen uit individuele fouten, maar ook uit een inadequaat veiligheidsbeleid.
De regering heeft een aantal mooie beloftes gedaan, maar we willen zo snel mogelijk een concreet plan zien over hoe een toereikend veiligheidsbeleid geïmplementeerd gaat worden. Wanneer kunne we dat verwachten? Wat is de rol van het ministerie en wat ligt bij Defensie zelf? Dit vraag ik om het vertrouwen in de organisatie te benadrukken en om te voorkomen dat we ons schuldig maken aan het bekende spelletje "op de stoel van de militair gaan zitten".
Voorzitter. De lacunes in het veiligheidsbeleid van Defensie zijn dit weekend ook weer op schokkende wijze aan het licht gekomen. Afgelopen maand bleek dat tientallen Nederlandse militairen via Polarsteps naar kazernes, tijdens missies, bij militaire transporten en zelfs naar hun eigen woningen gevolgd konden worden. Pas na vragen van journalisten werd de app op de Defensietelefoons op een zwarte lijst gezet. De risico's van locatieapps zijn al sinds 2018 bekend. Destijds werd het gebruik daarvan op Defensielocaties verboden, ook op privételefoons, maar toch konden vorig jaar opnieuw honderden militairen via Strava worden geïdentificeerd. Deze zomer bleek dat nota bene de directeur van de MIVD zelf jarenlang een openbaar Strava-account had. Zijn adres, vakantie, verplaatsingen vanaf de kazerne: het was allemaal te reconstrueren. Als deze gegevens op deze manier in de schoot van de vijand worden geworpen, hoeft een tegenstander onze systemen niet eens te hacken. Waarom is er telkens pas een reactie nadat journalisten een nieuwe app hebben gevonden en aangewezen? Wanneer komt er een integraal bindend beleid voor locatietrackende apps voor Defensie? En welke lessen zijn er geleerd?
Voorzitter. Dan de zogenaamde sociale veiligheid. Defensie biedt tegenwoordig een heel pakket aan met workshops op het gebied van sociale veiligheid, inclusie en diversiteit. Laat ik vooropstellen dat er heel hoge eisen aan militairen inzake gedrag gesteld mogen worden. Pesten, racisme, seksuele intimidatie en machtsmisbruik horen niet thuis bij Defensie en moeten indien aan de orde bestraft worden. Dit gezegd hebbende mag sociale veiligheid geen vrijbrief worden voor woke identiteitspolitiek en de uitdijende industrie aan diversiteitsflauwekul. De krijgsmacht is geen doorsnee organisatie. Militairen moeten onder extreme omstandigheden als een team kunnen optreden. Discipline, onderling vertrouwen, kameraadschap en de gezamenlijke opdracht staan voorop. Er is geen ruimte om iedere vermeende microagressie in een kringetje uit te praten. Defensie hoeft haar training en bedrijfsvoering niet rondom iedere religieuze achtergrond, huiskleur, voornaamwoord of individuele bijzonderheid af te stemmen, want dat heeft niets te maken met operationele gereedstelling of het behalen van de missie. Uit eigen cijfers blijkt nota bene dat de sfeer en collegialiteit het hoogst scoren als motiverende factor voor Defensiepersoneel. Laten we dus versterken wat de krijgsmacht bindt in plaats van mensen steeds in hokjes op te delen. Daarover nog een aantal vragen. Hoeveel geld en mankracht besteedt Defensie aan workshops over diversiteit en inclusie? Welke meetbare bijdragen leveren die aan de operationele gereedheid? De eerste effectmeting zou medio 2026 beschikbaar moeten zijn. We zijn erg nieuwsgierig: hoe staat het ervoor? En is de staatssecretaris bereid om te stoppen met programma's die geen aantoonbaar effect hebben?
Voorzitter, tot zover. Dank u wel.