Commissiedebat · woensdag 24 juni 2026
Digitale inclusie
Eric van der Burg
staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid
Dan ga ik toch naar AI, door Erik Scherder overigens altijd "afnemende intelligentie" genoemd. We gaan AI namelijk ook steeds meer inzetten bij dingen waarvan je denkt: goh, dat zou je ook zelf kunnen. Dat varieert van sollicitatiebrieven die door AI worden geschreven tot complete speeches van Kamerleden waarbij ik soms denk: zo, dat was veel werk. We moeten daar dus soms ook wel met elkaar naar kijken. Maar we kunnen er ook op een nuttige manier gebruik van maken, niet alleen om zaken inzichtelijker te maken, maar ook om heel veel vragen te beantwoorden. Daarmee wordt het ook goedkoper voor de overheid. Maar het risico is — dat was ook een van de punten die de heer Struijk noemde — dat je strakjes 27 keer op 1, 2 of 3 moet hebben gedrukt op je telefoon voordat je een mens aan de telefoon krijgt, wat ik nu al irritant vind. Met AI kunnen we enerzijds de makkelijke vragen die gesteld worden door AI laten beantwoorden in plaats van dat we daarvoor een veel duurder, betaald iemand aan de telefoon zetten. We zullen er alleen altijd voor moeten zorgen dat je ook gewoon met normale mensen te maken kunt krijgen die voor jou de vragen kunnen beantwoorden, al is het maar omdat er vaak achter de vraag een heel andere vraag zit, of omdat de situatie inderdaad zo is van: ga maar eens door die telefoon, druk 1, druk 2, druk 3, druk 4, in het Engels kan het met 5 en in het Frans kan het met 6. Je wordt er af en toe compleet gek van. We moeten dat dus ook veel breder doen dan alleen het inzetten van AI als instrument.
Sowieso vind ik dat wij daarin veel breder moeten kijken. Ik kom daar zo nog even op terug in het kader van IDO's. Voor de een is een bibliotheek de plek om naartoe te gaan als je informatie nodig hebt, voor de ander is het de ANBO, voor de derde is het de vakbond, voor de vierde is het de kerk en voor de vijfde is het gewoon tante Truus die altijd de koffie schenkt in het buurthuis. Laten we met elkaar dus gewoon altijd breed kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we als overheid gaan naar de plekken waar mensen zijn, in plaats van dat we tegen mensen zeggen dat ze moeten gaan naar de plek waar de overheid is.
Dan kom ik meteen bij de bibliotheken aan. Ik vind dat de bibliotheken daarin een buitengewoon belangrijke rol spelen. Er zijn op dit moment overigens al 845 IDO's in Nederland. Enerzijds snap ik dus heel erg goed dat de toename van het aantal IDO's aan het afnemen is. Het is ook een stuk makkelijker om van een één naar een vier te gaan dan van een zeven naar een acht. Als je er al 845 hebt, vindt er ook een afvlakking plaats met de 342 gemeentes die we in Nederland hebben, want dan begin je al een behoorlijke dekkingsgraad te halen. Dat is één. Het volgende is twee. Ik vind dat je IDO's niet exclusief moet koppelen aan bibliotheken, omdat ik vind dat je ook daarin maatwerk moet leveren. Dat kan echt in Wassenaar anders zijn dan in Rotterdam-Zuid, en het kan echt anders zijn op Schiermonnikoog dan in Terneuzen. Lever daar dus ook maatwerk in. Daarom vind ik de regierol van gemeentes daarin buitengewoon belangrijk. Wat mij betreft moet er dus ook geen wettelijke verplichting zijn in de zin van: IDO hoort bij bibliotheek. Ik wil wel onderzoeken of we de regierol bij gemeentes moeten gaan neerleggen, omdat zij dichter bij de samenleving staan dan u en ik, in ieder geval dichter bij hun eigen samenleving.
Worden de IDO-middelen jaarlijks geïndiceerd? Ja, die …