Commissiedebat · dinsdag 8 september 2026
Strafrechtketen
David van Weel
minister van Justitie en Veiligheid
Ik kom op de OM-strafbeschikkingen. Ook daar zijn een aantal vragen over gesteld. Er werd gerefereerd aan de onderzoeken van zowel het WODC als die van de pg van de Hoge Raad. Die hadden een aantal kritische noten en benoemden tekortkomingen. Die rapporten heeft u eind mei, begin juni gehad. Wij komen in het najaar nog met een reactie, mede namens het OM, op de vraag hoe die knelpunten zullen worden aangepakt. Het OM neemt die knelpunten natuurlijk serieus, zeker de punten die al eerder terugkwamen. Ik wil daar niet helemaal op vooruitlopen. Ik wil hier wel nog even benoemen dat de rapporten niet alleen maar negatief of kritisch zijn over de OM-strafbeschikkingen. In de kern stellen beide onderzoeken dat er in de kern weinig mis is met de OM-strafbeschikking en dat procesdeelnemers, dus zowel advocaten en rechters als officieren, in de praktijk geen grote problemen constateren bij het toepassen van de strafbeschikking. Het is dus een efficiënte manier van afdoening, waarmee, met de benodigde kwaliteit, relatief snel een strafrechtelijke reactie kan worden gegeven op bepaalde vormen van criminaliteit. Daarmee wordt de strafrechter ontlast en de schaarse rechterlijke capaciteit benut voor zwaardere strafzaken. In het deltaplan waar we naar toewerken zal, voor mij althans, de neiging niet zijn om het instrument van de strafbeschikking met deze kwalificaties terug te dringen. Wel moeten we het natuurlijk verder vervolmaken, zoals ook de pg en het WODC verder opmerken. Dit dus nog niet vooruitlopend op de beleidsreactie, maar toch een eerste reactie.
Dan de beleidssepots. Mevrouw Faber begon net haar betoog daarmee. Eigenlijk begon ze daarmee naar aanleiding van de bestorming van de raadszaal in Utrecht. We hebben daar vorige week of de week daarvoor, geloof ik, een aantal sets Kamervragen over beantwoord. Die zijn natuurlijk veel uitgebreider dan wat ik nu als antwoord kan geven. Er was hier sprake van twee aparte strafbare feiten, waar verschillende straffen op staan. Uiteindelijk heeft het Openbaar Ministerie besloten om alleen de personen te vervolgen die probeerden te voorkomen dat de burgemeester terugkeerde naar de raadszaal. Daar staat de zwaarste straf op. Om niet heel veel opsporingscapaciteit in te zetten op iedereen die voor een lichter vergrijp daaromheen stond, heeft het OM ervoor gekozen om alleen dat zwaardere vergrijp verder te vervolgen. De communicatie richting de aangever van dat andere feit, dat geseponeerd is, is niet goed geweest. Dat stond ook in de antwoorden in die Kamerbrief. Daar zijn excuses voor aangeboden door het OM. Ik kan op zich de afweging van het OM in dezen wel volgen, om te gaan voor het zwaarste strafbare feit en daar de capaciteit op in te zetten.
In algemene zin heeft het Openbaar Ministerie de wettelijke bevoegdheid om van vervolging af te zien op gronden aan het algemeen belang ontleend. Dat is het opportuniteitsbeginsel. Een belangrijke reden is dat het Openbaar Ministerie natuurlijk beperkte middelen heeft en daarom prioriteiten moet stellen. Ze kunnen nou eenmaal niet alle zaken oppakken. Door het opportuniteitsbeginsel kan het Openbaar Ministerie kiezen welke zaken wel en niet worden opgepakt. Natuurlijk gaan we in het deltaplan voor de strafrechtketen gezamenlijk weer kijken wat wij dan de prioriteiten vinden die in ieder geval daarin naar voren zouden moeten komen. Het OM werkt wel aan het terugbrengen van het aantal verschillende sepotgronden. U noemde er een aantal. Het is inderdaad een heel bos aan gronden. Dat schept natuurlijk niet in alle gevallen helderheid richting slachtoffers en verdachten. U noemde de maatschappelijke onrust. Die valt onder de sepotgrond "landsbelang". Ik heb geen voorbeeld kunnen vinden waarin dit sepot is toegepast. Dan moet u echt wel denken aan hele heftige zaken. Het is dus niet alsof dat nu door het OM te pas en te onpas wordt gebruikt in de dagelijkse gang van zaken. U vroeg nog naar het aantal beleidsdepots. Uit het jaarbericht van het OM — zij leggen daar verantwoording over af — over 2025, bleek dat er in dat jaar 20.300 zaken tot een beleidssepot kwamen.