Commissiedebat · dinsdag 8 september 2026
Strafrechtketen
Claudia van Bruggen
staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Een terechte vraag. Wat mij betreft is het ook goed om daar zo snel mogelijk duidelijkheid over te hebben. Mijn zorg zit 'm in een toezegging richting een begroting terwijl die vervolgonderzoeken inzichten kunnen geven die juist bijdragen aan een goede keuze maken. Dat zou wat mij betreft dus prematuur zijn. Ik denk dat het belangrijk is dat we hierbij echt een vinger aan de pols houden. Weet dat ik het doe en dat we ook zo snel mogelijk nadat die onderzoeken er zijn duidelijkheid hebben over wat wel en niet kan en wat er nodig is om het al dan niet te halen. Ik denk dat dat het belangrijkste hier nu neer te leggen gegeven is. We kunnen nu wel zeggen "we hebben daar meer geld voor nodig", maar volgens mij is dat niet altijd de oplossing. Ik denk dat we gewoon heel goed moeten kijken naar wat we uit de onderzoeken terug zien komen en hoe we vandaaruit richting een implementatie kunnen werken, zonder de ambitie meteen los te laten. Maar ja, het woord "realiteit" is al een paar keer gevallen volgens mij.
Voorzitter. De laatste vraag gaat over de strafbeschikking en de slachtofferrechten. Dat is natuurlijk een terechte opmerking, die gemaakt werd door mevrouw Coenradie. Op het moment dat die strafbeschikking aan de orde is, hoe gaat het dan bijvoorbeeld met het horen van slachtoffers? Het is belangrijk om te weten welke vorm het OM daarvoor kiest. Die brengt het slachtoffer tijdig op de hoogte van het OM-hoorgesprek. Dat is ook een formele stap. Het slachtoffer kan zijn wensen ook kenbaar maken richting het Openbaar Ministerie, zodat bij de oplegging van die strafbeschikking juist ook rekening gehouden kan worden met de geleden schade die geuit wordt door het slachtoffer. En het slachtoffer kan stukken aanbieden ter onderbouwing van het schadeverhaal en bij de slachtofferverklaring zoeken. Het is een heel belangrijke stap in de strafbeschikking en het afdoen daarvan, omdat we nooit de slachtofferrechten daar uiteindelijk de dupe van mogen laten zijn. Dat is volgens mij ook wat steeds in ons beleid voorop heeft gestaan en wat zeker in de afgelopen jaren een nadrukkelijke plek heeft gekregen binnen ons beleid. Uiteindelijk is het natuurlijk zo dat het Openbaar Ministerie de slachtoffers ook altijd nog kan wijzen op een klacht, zoals in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering wordt genoemd, maar dat is natuurlijk eigenlijk geen heel wenselijke weg. Je wilt graag dat er ruimte is voor een slachtoffer om zijn of haar verhaal te doen en daar een plek voor te vinden in de afwegingen die het OM maakt als het gaat over de strafbeschikking.
Voorzitter, dat waren mijn antwoorden.